zondag 1 april 2018

Flikkerij





The Analogues is een Nederlandse band die zich uitsluitend bezig houdt met het live uitvoeren van de muziek van The Beatles die deze vanaf 1967 op de plaat hebben gezet. Zelf waren The Beatles destijds daar, technisch en praktisch gezien, niet toe in staat. Vanaf 1967 vormden ze uitsluitend een studiogroep, die complexe arrangementen, de meest uiteenlopende instrumenten en ongehoorde geluidseffecten in hun muziek verwerkten. George Martin drukte een grote stempel op hun producties. Hoe idioot deze ook was, hij wist aan iedere wens van The Beatles een mouw te passen. Martin was een muzikale acrobaat. Buitencategorie.

In het Nederlandse theatercircuit hebben The Analogues tot nu toe drie lp's van The Beatles integraal ten gehore gebracht: The Magical Mystery Tour, Sergeant Pepper's Loneley Heart's Club Band en de dubbel elpee The Beatles, beter bekend onder de naam die de hoes kenmerkt: The White Album. Deze drie concerten bezocht ik. Een verbluffende, haast verbijsterende ervaring. De concerten werden afgesloten met een muzikale potpourri van Beatles-liedjes uit de oude doos. Daarbij werden identieke instrumenten van toen bespeeld. Dat spreekt. Indrukwekkend was het moment waarop de Ludwig Oyster Black Pearl het podium werd opgeschoven. Glans en glimmer.

Alle instrumenten en versterkers die The Beatles tijdens de opnames van hun muziek hebben gebruikt, hoe minimaal de bijdrage ervan ook is geweest, hebben The Analogues aangeschaft. Ze weten deze minutieus te bespelen. De wereldwijde zoektocht naar deze specifieke instrumenten was een enerverende. Meende men ergens een Hohner Planet N te hebben gevonden, een soort elektrische piano die op Sgt.Pepper werd gebruikt, maar het bleek een N II uit 1968, dan voldeed deze niet: deze bestond in '67 immers nog niet. Van aanschaf werd dan ook afgezien. We lijken van doen te hebben met een collectieve dwangneurose, maar een dergelijk etiket past deze wonderlijke muzikale archeologen niet.

In juni 2017 werd The White Album Concert van The Analogues in MartiniPlaza, Groningen aangekondigd: 8 maart 2018. Dat duurde nog even. Maar toch zat ik al rap op de site van MartiniPlaza voor de aanschaf van een kaartje. Dan is dat alvast geregeld. The Analogues mag je niet aan je voorbij laten gaan. Dat was me inmiddels gebleken.Maanden later attendeerde dochter Ruth me enthousiast op de komst van The Analogues naar Groningen. Misschien stelde ik haar wat teleur met de mededeling dat ik al en kaartje had. ‘Ga je mee?’ vroeg ik uitnodigend. Haar antwoord was meer dan duidelijk: nog diezelfde dag kocht ik ook voor haar een ticket. Ik verbaasde me over de prijs ervan: slechts € 32,50.

'Huh, die van mij was toch iets van € 74, -?’

Ik dook er maar eens in, in dit gemarchandeer.

Mijn kaartje kocht ik in juli 2017 via www.martiniplaza.nl. Dat dacht ik. Niets wees me er op dat dat niet het geval was. Schimmige bedrijfjes nestelen zich ongemerkt in sites van betrouwbare ticketdistributeurs. Met een ondoorzichtige, listige truc is iemand anders met mijn bestelling aan de haal gegaan. Deze verkoopt mij vervolgens mijn eigen kaartje, niet zonder de prijs ervan krankzinnig te hebben verhoogd en er ook nog een extra toeslag voor reserveringskosten aan te hebben toegevoegd. Ja, het kon allemaal niet op met al die kostenposten die deze prijsopdrijving lijken te billijken. Een ticket bij MartiniPlaza kostte € 32,50, maar uiteindelijk betaalde ik € 74, - bij www.toptickets.nl, het dubieuze kantoor dat zich ongemerkt mengde in mijn achteloze aanschaf. Een prijsverhoging van maar liefst 227 %. De fysieke tickets zijn identiek, met slechts verschil in praktische en administratieve nummers.



Toptickets doet in exorbitante woekerprijzen. Hiermee doet het haar naam alle eer aan. Maar op de door hen verkochte ticket valt deze naam niet te traceren. De entertainmentindustrie, zo gevarieerd en breed als deze is, ziet deze louche praktijk al jaren machteloos aan. Deze als crimineel te kwalificeren gaat misschien wat te ver, maar Toptickets zoekt wel de grens op van wat nou net én nou net niet juridisch door de beugel kan. Hier past de kwalificatie flikkerij.

Er gloort hoop. GUTS is een Nederlandse start-up die eenvoudige, eerlijke en transparante aanschaf van evenemententickets fraudeproof garandeert. Daarbij wordt gebruik gemaakt van blockchain, een digitale techniek die iedere verkochte ticket, simpel gezegd, gepersonaliseerd versleuteld. Toe maar! Men schermt daarbij ferm met registratie, identificatie en authenticiteit. Welaan, dan kan jouw aangeschafte ticket nooit van een ander worden. We zullen het beleven.

Wandelend naar ons concert vroegen Ruth en ik ons onder meer af hoe Blackbird zou worden uitgevoerd. Weliswaar een ogenschijnlijk niemendalletje over een merel die op een zwoele lenteavond zijn liedje riedelt, maar tegen de politieke achtergrond van 1968, met name de burgerrechtenbeweging en Black Power Movement, zou Blackbird maar zo een hommage geweest kunnen zijn aan activiste Angela Davis.

Voorovergebogen op een barkrukje, links op het duister podium, een gitaar ter hand en mooi intiem aangelicht, daar zat Diederik van Nomden. Hij nam dit akoestisch liedje perfect voor zijn rekening. Toen het einde bijna daar was applaudisseerde de zaal wat te voorbarig: vanachter het donkere gordijn verscheen sereen een in zwart gestoken heer die bezit nam van een rechts opgestelde microfoon. Met een perfecte imitatie gaf deze vogelfluisteraar Blackbird de lieflijke afronding die het liedje siert, een merel die zo vrolijk floot als deze dat in de zomer van 1968 ook al deed.

Sprakeloos keken we elkaar aan.


Met hun sublieme prestatie ontnamen The Analogues me deze avond het gevoel veel te veel voor mijn sjoemelticket te hebben betaald. Het was het kennelijk allemaal waard.

Maar toch.


zondag 18 februari 2018

Geluid

De projectontwikkelaar had ons een mooie koopwoning in het vooruitzicht gesteld, gebouwd op ernstig vervuilde grond van AA-Grunol. Deze fabriek in chemische, agrarische bestrijdingsmiddelen werd onttakeld waarna een diepgaande bodemsanering plaatsvond. In november 1997 werd ons huis opgeleverd. Met tientallen anderen waren we pioniers in de kleine wijk De Meeuwen. De eerste maanden moesten we genoegen nemen met trottoir en bestrating dat nog zou worden aangelegd, maar het woongenot werd er niet minder door.

Aan de overkant van de straat bevond zich een groene geluidswal, daarachter een ventweg, dan de brede Europaweg en vervolgens een royale parkeerplaats, het Sontplein. Logo’s van landelijk opererende ketens sierden de gevels. De parkeerplaats was voorzien van slagbomen en een betaalautomaat. Dan wordt deze niet door dagjesmensen of forenzen oneigenlijk gebruikt. Zou je denken. Maar wacht: de slagbomen werden de zaterdagavonden vanaf 18.00 uur in verticale stand gebracht, waardoor de automobilist vrij over het Sontplein kon beschikken. Een merkwaardige gang van zaken, zeker wanneer een gezelschap fanaten van straatraces van deze kans gebruik maakten om er hun merkwaardig stokpaardje uit te beoefenen. Wikipedia omschrijft dit als volgt: ‘Street racing is typically an unsanctioned and illegal form of auto racing that occurs on a public road.’ 

Raak.


Niettemin werd het hun circuit. Het is een wereld van gepimpte auto’s, hels kabaal, verbrand stinkend rubber, riskante snelheden, onnodig claxonneer (hoewel?), piepende remmen, gassen surplace, dreunende muziek en jonge moeders die baby's in hun armen koesteren. Het zal duidelijk zijn dat een en ander onze woonwijk danige overlast bezorgde. De bewoners van De Meeuwen belden dan ook steevast de meldkamer van de gemeentepolitie met het verzoek er eens een kijkje te nemen. En de orde te handhaven. Het verbodsbord waarop aangegeven dat er op het Sontplein een snelheidslimiet van dertig kilometer per uur gold, bood daartoe een simpel juridisch handvat.

Ieder die contact opnam met de meldkamer kreeg standaard te horen dat ‘….. u de enige is die hier altijd over klaagt’. Aldus werd geluidsoverlast door de autoriteiten weggerangeerd tot klein persoonlijk ongemak. Gelet de geringe slagvaardigheid waarmee de politie deze overlast destijds ter hand nam heeft de Gemeente Groningen de schijn tegen zich deze straatraces destijds beleidsmatig ter plekke gedoogde. Het Sontplein is een compact en overzichtelijk carré. Laat ze daar maar knetteren. Daar kan het gezag, wanneer het het past, eenvoudig een oogje in het zeil houden. Men raakt grip op deze scene kwijt wanneer dit soort gezelligheid en vertier elders, buiten het zicht, plaatsvindt. De bewonersvereniging van De Meeuwen heeft de toenmalige burgemeester Wallage hierover schriftelijk bevraagd. Een reactie bleef achterwege.

Er was een braderie in de Oosterstraat. Op het trottoir plaatst de middenstand dan marktkraampjes waarop deze hun winkeldochters etaleren. De ANWB bood de mensen bij deze gelegenheid onder meer een Digi Voice Stick voor slechts één euro aan. Mobieltjes beschikten destijds nog niet over dit soort instant opnametechnologie. ‘Ach, die ene euro. Misschien kan ik er ooit wat mee', bedacht ik en schafte er een aan. 



Een maand of wat later, zaterdagavond 16 oktober 2010: daar ging het weer, de inmiddels traditionele pokkeherrie vanaf het Sontplein. Ik besloot er maar eens undercover op af te gaan en wel om te zien, maar vooral om te horen wat deze mensen bezielt en wat hen op een avond als deze zoal bezighoudt. De voice-stick verborg ik tussen trui en sjaal en ik ging erop af. De reportage is van matige geluidskwaliteit. Voor een euro mag je niet meer dan deze verwachten. Herman Grimme, onder meer muziekproducer, heeft de opname opgepoetst en tot de essentie ingekort.

Ter plaatse vroeg ik de mensen met geveinsde belangstelling naar het plezier dat deze bezigheden hen biedt om hen vervolgens te confronteren met de vraag of ze zich realiseren welk ongemak hun herrie de directe omgeving geeft. Tussendoor deed ik verslag van wat aan mij voorbij kwam. Een amateuristische radioreportage, een onthutsend geluidsdocument, dat werd het. Cynisme en venijn deden niet voor elkaar onder.

https://soundcloud.com/coen-van-uhm/coen-sontplein-edit

Moedeloos sluit ik de reportage af met de mededeling dat ik het Sontplein voor gezien houd. Hoogste tijd voor iets anders: het Viaduct. Een kwartiertje lopen. Rudy Lentze gaf er een concert, muzikaal ondersteund door zijn Fascinators.


Eind jaren '70, begin '80 was het Viaduct berucht als opvang voor Surinaamse junks. Het voerde toen de groezelige naam De Bunker. Toen deze drugsproblematiek ogenschijnlijk leek opgelost werd De Bunker omgebouwd tot een professioneel poppodium met een royale concertzaal, inclusief balkon, dertien geluidgeïsoleerde oefenruimtes en een vriendelijke bar waar lilliputters de dienst uitmaakten. En dit allemaal verstopt in een grote betonnen doos onder de zuidelijke ringweg. 

Geluid, daar was het me deze avond om te doen: dictatoriaal lawaai en fraai gitaar.


zondag 21 januari 2018

Binnenrijm

In De Volkskrant van 18 januari jl. schreef Ariejan Korteweg een column over Ronald Sørensen, lijstduwer voor Leefbaar Rotterdam bij de komende gemeenteraadsverkiezingen. Eerder zat hij voor de PVV in die raad. In dit artikel typeert Sørensen de politici van deze laatste als wezels in een fles. Een onnavolgbare vergelijking, een die me onmiddellijk deed denken aan de titel van een lp van The Mothers of Invention uit 1970:



De titel van deze lp en die van het artikel van Korteweg vormen een tweeregelig binnenrijm.



Poëzie is niet altijd het dichterlijk associëren van beelden, gevoelens of gedachten, maar soms ook het samenrapen van passende klanken.

donderdag 11 januari 2018

Verse jus


De ferme letters op de klep van de messing brievenbus verraden dat in het statige pand ooit een verzekeringskantoor gevestigd is geweest: NED.LLOYD. Eind jaren tachtig werd het een stijlvol café: Montparnasse.  De rood pluche bankjes aan het raam, de geslepen spiegels, de weelderige kroonluchters, de kleurrijke Franse neonreclames, de zwart-wit fotoportretten van de naoorlogse Franse presidenten De Gaulle, Pompidou, Giscard d'Estaing, Mitterand en Chirac én de roombotercroissants, deze droegen alle bij aan de Franse nonchalance van dit café. De in zwart-wit gestoken garçons maakten het plaatje compleet: Parijs, Montparnasse. Groningen, Grote Markt. 

Rechts op de oude ansicht zien we Montparnasse. Maar niet echt: de voorzijde heeft midden twintigste eeuw plaatsgemaakt voor een klokgevel.


In 1993 ontspoorde een en ander. Iets ging volstrekt mis. Het interieur maakte plaats voor wat anders. Ik citeer het Nieuwsblad van het Noorden van 11 januari 1993: ‘In verband met de nieuwe naam worden interieur en uitstraling van Montparnasse aangepast.’ Dat hebben we geweten! Als gast leverde je wat in, maar goed: het café behield toch haar charme. Jaren later kreeg het interieur een volgende dreun te verwerken: de spiegels werden vervangen door kinderachtige panelen van een zondagsschilder en de tafels, stoelen en bankjes werden vervangen door exemplaren waarbij de onderlinge verhoudingen zodanig zoek waren dat deze je het kinderlijk gevoel gaven tussen servet en tafellaken te zitten. Onhandig allemaal. Maar alweer: de bediening en de koffie bleven van opperste kwaliteit. En daar was het uiteindelijk om te doen.

Het café was de plek waar ik jarenlang iedere woensdagmorgen bij een petit crème het Nieuwsblad van het Noorden doorbladerde. En op de zaterdagmorgen dronken mijn geliefde en ik er onze koffie. Vaak schoven onze dochters er ook nog even voor de gezelligheid bij aan. Een traditie die we koesterden. Ja, met het personeel konden we zo langzamerhand lezen en schrijven. Bij het afrekenen liet ik het altijd graag een waarderend extraatje achter.


Een zaterdagmorgen, december vorig jaar. Rond het middaguur zouden mijn geliefde en ik er elkaar treffen. Via de Gelkingestraat liep ik naar de Grote Markt. Op het trottoir aan de overkant schuifelde een mij bekende man, een type dat je liever uit de weg gaat. Laat ik hem Adri noemen. Een naam die hem past.Roofdieren hebben je eerder in de gaten dan jij het roofdier. Adri riep me uitbundig. Kennelijk meende hij mij beter te vriend te zijn dan ik hem. Van mijn stellige voornemen hem te negeren kwam niets terecht. Dat zal duidelijk zijn. Gepaste beleefdheid dwong me met hem mee op te lopen, daarbij wat onbeduidende weetjes uitwisselend. Maar gelukkig diende al gauw de Grote Markt zich aan. Adri gaf ik te kennen dat ik naar links ging en wel naar het café om de hoek waar ik een afspraak had. Deze mededeling weerhield hem er allerminst van in mijn kielzog het café binnen te gaan. Ik nam plaats aan de leestafel. Adri eveneens. 

En daar was de ober: ‘Waar kan ik u mee van dienst zijn?’ Een ter zake doende vraag. ‘Ik wacht op mijn gezelschap,’ antwoordde ik, daarmee nadrukkelijk aangevend dat Adri niet mijn gezelschap was.Hij bestelde een glaasje verse jus d’orange. 'Zou u er ook nog een uitgeperste citroen aan willen toevoegen?’ verzocht hij de ober. Zuinig deelde deze hem mee dat hij met een schijfje citroen plus stampertje zou kunnen volstaan. Met dit compromis ging Adri met zichtbaar ongenoegen akkoord.

Het duurde niet lang of mijn dame kwam binnen, niet zonder de Schwung die haar charmeert. Adri sloeg zijn sapje achterover en verliet ras het pand. Dat was het moment om onze koffie te bestellen.

De koffiemachine werd die zaterdag bediend door een medewerker die doorgaans op een plezierige en attente wijze in de bediening loopt. Maar goed. Vandaag barista. Toen het moment daar was om te vertrekken, wendde ik me tot hem. ‘Ik kom even onze koffies pinnen. En doe je er even vijftig cent bij op?’
‘En die jus?’ vroeg hij retorisch, waarbij zijn gefronste wenkbrauwen die vraag nog klemmender maakte dan dat deze al was door de wijze waarop hij me deze had voorgelegd. ‘Nee, die jus bestelde die meneer die bij mij aan de leestafel ging zitten,' verduidelijkte ik. ‘Maar jij kent hem toch. Je sprak immers met hem’, stelde hij. ‘Ja, die man is me bekend, maar hij is geen bekende van me.’
‘Je kent hem. Dus dan staat die jus op jouw rekening.’ Het was een onnavolgbare redenering die aan alle kanten rammelt. Verbluft en uit het veld geslagen nam ik uiteindelijk die verse jus op de koop toe.

Wandelend naar boekhandel Van de Velde, later die middag, passeerde ik het café. ‘Verdomme’, dacht ik. Misschien dacht ik wel meer dan dat. Ik ging er naar binnen. Dezelfde jongeman bediende nog steeds vlot en behendig de koffiemachine. Hij had het er maar druk mee: de bestelbonnetjes ratelden onophoudelijk uit zijn printertje. Desondanks waagde ik het er op en sprak hem aan: ‘De wijze waarop je me vanmorgen min of meer dwong een glaasje jus te betalen voor een mij vaag iemand vond ik onbehoorlijk, ongepast en beledigend.' Met een royaal gebaar dat strekte over de gehele inhoud van het volle café stelde hij dat een ieder hier aanwezig die deze kwestie zou worden voorgelegd met zijn handelwijze zou hebben ingestemd. Ik vond het een aanmatigende, zelfs idiote veronderstelling. ‘Ik kom hier negenentwintig jaar. In al die jaren is me nog nooit een kop koffie aangeboden. Daar heb ik nooit om verlegen gezeten, maar zeker niet om een rekening voorgeschoteld te krijgen van een ander. Dat is andere koek. Dan houdt het op. Jullie zien me hier nooit meer terug. Salut.‘

Deze handel en wandel getuigen van een zakelijkheid waarmee men waardering en respect voor de vaste gasten, maar zeker de eigen reputatie, allerminst Hooghoudt.






donderdag 14 december 2017

Late for the Sky


In Centre Pompidou bezocht ik de expositie Magritte, la Trahison des Images. In goed Nederlands: Magritte, Gezichtsbedrog. De tentoonstelling bood met 88 werken een royaal overzicht van het omvangrijk oeuvre van deze Belgische surrealist (1898-1967). Ik hoopte er L’Empire des Lumières aan te treffen, een werk uit 1954, De Heerschappij van het Licht. Het hing er niet.



Dit werk inspireerde twintig jaar later Jackson Browne bij het hoesontwerp voor zijn lp Late for the Sky. Ik citeer uit de credits, zoals we deze op de achterkant van de hoes aantreffen: ‘Cover concept Jackson Browne if it’s all reet with Magritte’. De Belg zelf kon daar feitelijk niet op ingaan, omdat hij op dat moment al zeven jaar dood was. Browne gaf Bob Seidemann opdracht een hoes te ontwerpen waarin een dergelijke sinistere tegenstelling tussen licht en donker, tussen geboorte en verval te zien zou zijn. Daarin is hij uitstekend geslaagd. De typografie is van Rick Griffin, een kunstenaar uit de psychedelische scene van Haight-Asbury, San Francisco.



We zien een Chevrolet Bel Air Club Coupé uit 1953. Kenners zien het onmiddellijk. Anderen niet. Voorts zien we een lantaarnpaal met een kap die qua vorm wat Jugendstil aandoet en schaars licht in de enkele huizen die we aantreffen. Het donker en licht wordt met enige fantasie diagonaalsgewijs en haast gelijkmatig verdeeld.

Jackson Browne is een briljante singer-songwriter. Buitencategorie van de jaren zeventig. Top van de Eredivisie.

‘Maar hij was toch die funky Godfather of Soul,’ merken de mensen op wanneer ze veronderstellen dat we van doen hebben met die schreeuwerige James Brown. Spraakverwarring. Muzikale onbenulligheid.

Browne is afkomstig uit Californië en verkeerde in de muzikale, wat incestueuze coterie van de Amerikaanse west coast en dan vooral The Eagles. Samen met Don Henley, zanger en drummer van deze band, schreef hij de klassieker Take it Easy van The Eagles. Zijn eigen, wat ingetogener, larmoyante versie horen we op zijn lp For Everyman uit 1973. Browne is een uitgesproken onheilsprofeet van de baby-boomers die in de jaren zeventig gedesillusioneerd en opgebrand terugkijken op hun verloren jeugdidealen, de Woodstock-generatie die de weg was kwijtgeraakt toen de jaren zestig-droom over een nieuwe, mooiere maatschappij was uitgelopen in een wereld van genotzucht en hedonisme, van Nixon en Vietnam. In zijn liedjes weet hij zijn persoonlijke gedachten en gevoelens zodanig in tekst en muziek neer te zetten, dat deze voor generatiegenoten herkenbaar zijn. Hij slaat de spijker op de kop!

Late for the Sky is misschien wel mijn meest dierbare lp. Hartverscheurende autobigrafische liedjes, scherp geformuleerde teksten, in eenvoudige en gevoelige melodie verpakt en gezongen met een wat omfloerste stem. Verpletterende herfstmuziek. Weltschmerz van de bovenste plank. Muzikaal is het allemaal niet zo ingewikkeld. Integendeel zelfs. Bij de eenvoudige, haast saaie, sobere arrangementen is de hoofdrol weggelegd voor David Lindley. Vooral met zijn slide-guitar en viool roept hij een passende, melancholieke sfeer op. Als sessiemuzikant wordt hij niet geroemd als multi-instrumentalist, maar als maxi-instrumentalist. Dan weten we met wie we hier van doen hebben.

November 1974. Radijsstraat 23a, Groningen. Voor het eerst leg ik het droeve Late for the Sky op mijn draaitafel. Het gaat slechts om acht liedjes, liedjes over liefde, dood, eenzaamheid en teloorgang. Vrijwel alle grijpen je naar de keel. Met citaten die er toe doen loop ik de lp na en ik voorzie deze elk met een link naar YouTube.


Kant A begint met de titelsong, een smartlap in de beste traditie. Het verhaalt over de gestrande, moeizame relatie met zijn vrouw Phyllis Major. Een jaar later pleegt ze zelfmoord. Op The Pretender, de prachtige lp die hij in 1976 na deze uitbracht, verhaalt hij daar expliciet over en wel in het wonderschone Sleep’s dark and silent gate. Late for the Sky verwoordt de ijdele hoop een vervlogen relatie ten goede te kunnen keren, zelfs wanneer je tegen beter weten in ziet dat het daarvoor eigenlijk al te laat is.

https://www.youtube.com/watch?v=kqYiHkx7ils

‘Looking hard into your eyes
There was nobody I’d ever known
Such an empty surprise to feel so alone.’

Fountain of Sorrow sluit hier naadloos op aan.Het geloof in een ideale relatie is na al die jaren een illusie gebleken, maar Browne weigert vooralsnog zich met dit feit te verzoenen.

‘When you see through love’s illusions there lies the danger
And your perfect lover just looks like a perfect fool
So you go running off in search of a perfect stranger.’

Dit zou Browne geschreven hebben na zijn korte relatie met Joni Mitchell. Beiden verkeerden in een promiscue wereldje. Dit terzijde. De pijnlijke strekking luidt dat men altijd iets in een ander zoekt wat uiteindelijk niet wordt gevonden. Omdat dat er gewoonweg niet is. En daar zul je het beiden maar mee moeten doen.

https://www.youtube.com/watch?v=XaoHbNNK58k

Op 22 november 1974 ging ik naar Lochem, naar mijn vriendinnetje van toen. In mijn agenda citeerde ik een opbeurende strofe uit Fountain of Sorrow, een die stilletjes getuigt van verlangen en passie.



Het volgende liedje, Farther on ligt inhoudelijk in het verlengde van het vorige. Feitelijk een overbodige constatering, een open deur. Het is immers vrijwel allemaal kommer en kwel.

‘Now there is a world of illusion and phantasy
In the place where the real world belongs.’

Voor het mooie The Late Show moeten we even terug naar de hoesfoto. We zien de Bel-Air uit 1953 langs het trottoir geparkeerd. Browne gaat er met zijn geliefde mee van door. Aan het eind van dit liedje gooit hij haar portier met een mooie, doffe klap dicht, loopt om de auto, kruipt achter het stuur, trekt zijn deur dicht, start de motor en de auto gromt weg. 

https://www.youtube.com/watch?v=lF7pMqCZWio

‘It’s like you’re standing in the window
Of a house nobody lives in
And I’m sitting in a car across the way
It’s an early model Chevrolet
I’ts a warm and windy day
You go and pack your sorrow
The thrashman comes tomorrow
Leave it at the curb, and we’ll just roll away.’

Dromend rijdt de romanticus weg naar de plek waar de lucht en de weg elkaar raken. Dan draaien we de lp om. Kant B.

In de eerste regel van het eerste nummer, The Road and the Sky, pakt hij meteen de draad op waar hij bij het vorige liedje was gebleven:

‘Wken we come to place where the road and the sky collide
Throw me over the edge and let my spirit glide
They told me I was going to have a work for a living
But all I want to do is ride
I don’t care where we’re going from here
Honey, you decide.’

In een haast niet bij te houden razend tempo en met een jengelende piano, zoals we deze van Jerry Lee Lewis kennen, verwijst Browne, nauwelijks verhullend, naar cruising, een hitsig thema waar Bruce Springsteen ook wel raad mee wist.

https://www.youtube.com/watch?v=uUDnPcuuWf4

For a Dancer is droevig, maar van een ongekende schoonheid. Het gaat over de dood van een vriendin, welke hem maar al te goed deed beseffen het leven maar vooral te omhelzen. Pluk de dag, want de venijnige dood ligt op de loer.

https://www.youtube.com/watch?v=78AVc2jV4Sg

‘Just do the steps that you’ve been shown
By everyone you’ve ever known
Until the dance becomes your very own
No matter how close to yours another steps have grown
In the end there is one dance you’ll do alone.’

Een bittere constatering, een onvermijdelijk feit.

En dan volgt Walking Slow een verrassend opgewekt niemendalletje waarin Browne ons met kennelijk plezier, maar met lichte nostalgie, meeneemt naar de plek van zijn jeugd. Het is een liedje dat met al zijn vrolijkheid op deze lp detoneert.

https://www.youtube.com/watch?v=lim_j-CLsfs

Tot slot, het pièce-de-résistance: Before the Deluge. In deze melancholische apotheose maakt Browne in prekerige en dweperige bewoordingen de balans op: waar hebben de dromen uit zijn jeugd hem uiteindelijk gebracht. Het is de treurige constatering van en berusting in het feit dat zijn jeugdig idealisme en het onschuldig geloof in de hippie-idealen van de jaren zestig voorgoed zijn verkwanseld.

https://www.youtube.com/watch?v=7SX-HFcSIoU

‘And on the brave and crazy wings of youth
They went flying around in the rain
And their feathers, once so fine, grew torn and tattered.’

Aldus beschrijft Browne het einde van een tijdperk.

Late for the Sky: een juweel, woord voor woord, noot voor noot.

zondag 5 november 2017

Magisch Realisme


Het was vroeg, die zwoele ochtend.

Aan de overzijde van ons huis parkeerde, parallel aan de groenstrook, een beige bestelwagentje. De daartoe bestemde parkeervakken boden royaal de ruimte. Desondanks werd gekozen voor juist deze specifieke plek. 

Drie forse mannen stapten uit. Ze trokken vastberaden en plichtmatig oranje hesjes over hun werkkleding. Het beloofde wat. Aan de trekhaak van hun wagen hing een grote, kanariegele compressor. Kleding, busje noch compressor verraadden iets over hun herkomst noch over hun beoogde bezigheden.

Aan de rand van het talud spietsten ze spaden in de grond. Dat is wat deze vragen: scheppen.



Wat later arriveerde een donkerblauwe Opel Corsa. Deze werd achterwaarts in een parkeervak voor ons huis gedraaid. Het duurde even tot een man in burger uitstapte. Op dat moment trok deze routinematig een groen hesje over zijn kleding en hij stak even routinematig een verse sigaret op. Hij voegde zich bij het al aanwezige drietal. Het kwartet was er klaar voor. Drie oranje hesjes en een groen exemplaar bogen zich aandachtig over de gegraven kuil. Met zichtbare aandacht bespraken ze een en ander in volle ernst.

Maar goed. Men was alweer vlot vertrokken, niet zonder de aangebrachte kuil te hebben gemarkeerd met fel gekleurd rood-wit verkeerslint, dito hekwerk en twee pylonen. Daarmee wordt de passant en de hondenuitlaat op mogelijk gevaar geattendeerd. Een juridische manoeuvre. Een goede gedachte.

Deze simpele, maar intrigerende constatering ging met mijn gedachten aan de haal en wel naar een fragment uit het eerste hoofdstuk van De Komst van Joachim Stiller van de Vlaamse schrijver Hubert Lampo. Deze roman uit 1961 plaatste ik onder meer op de Nederlandse literatuurlijst voor mijn eindexamen HBS-A in 1969. De tekst die me aan bovengeschetste gebeurtenis herinnerde heb ik hieronder binnen twee rode lijntjes aangegeven.




Zo vervreemdend, maar zo werkelijk.



woensdag 4 oktober 2017

Beeldrijm


Beeldrijm is een krachtig begrip. Het omvat alles dat visueel en associatief bij elkaar past.



Een pandaman van onderkledingsmerk Bamigo springt met een geweldige souplesse over een hinderlijke balustrade. 




Met een zelfde nonchalance neemt Halbe Zijlstra, met onder zijn arm een gewichtig dossier, achteloos een op het Binnenhof voor hem hinderlijk geplaatst dranghek. 

Met die pandaman, daar kan het niet meer mee misgaan. Die is er al overheen. De afsprong resteert. Maar hoe dat met Zijlstra afloopt? We zien slechts een fractie van een dappere aanzet tot het nemen van deze hindernis.

De beelden zijn gespiegeld. Desondanks illustreren deze duidelijk wat beeldrijm behelst.