donderdag 21 mei 2020

Familieband




Jaarlijks genieten we in de hoogzomer van de reünie van mijn schoonfamilie. Deze omvat inmiddels vier generaties. Het is een plezierige traditie, die al jaren plaats vindt vlakbij het Twentse Losser. Daar zien we elkaar voor enkele dagen, we praten weer eens goed bij, we doen wat we doen, overdag gaat ieder zijn gang, er wordt gekookt, gegeten en gedaan en 's avonds spelen we een gezelschapsspel waar niemand onderuit kan én wil! Gezelligheid is er troef.

De vorige zomer nam ik wat lopende bezigheden digitaal mee. Iemand stuurde me via WeTransfer hieromtrent een stapeltje foto’s toe. Hoewel deze dienst me goed bekend is kreeg ik het niet geopend. Een aanwezig neefje wist van wanten. Al gauw had hij Zip7 gedownload. Dat zou die gecomprimeerde bestanden wel even snel uitpakken. En dat deed het.

'En als u hier nog eens tegen aan loopt, dan gebruikt u deze app,' raadde hij me aan.

'Maar je kunt me toch gewoon tutoyeren!' merkte ik op.

'Oh, ik dacht dat u een klant was.' 

Het was een opmerkelijke reactie. We moesten maar vaker naar Losser.



maandag 6 april 2020

Frutti Plastici




Het Groninger Museum is een ontwerp van Allessandro Mendini. De uitvoering ervan had heel wat voeten in aarde: een postmodern wanordelijk bouwsel aan een singel waar in de tweede helft van de negentiende eeuw klassieke, statige herenhuizen werden neergezet. Groningen barstte destijds uit haar voegen. De uitbreiding naar het zuiden van Stad werd dan ook kordaat aangepakt. De Herepoort moest er onder meer aan geloven. Deze prijkt tegenwoordig in de tuin van het Rijks Museum in Amsterdam. Een idioot gegeven, vooral ook het feit dat dit museum halsstarrig weigert die historische poort de rechthebbende te retourneren.

Bij de vijfentwintigste verjaardag van het huidig gebouw nodigde het Groninger Museum Mendini uit een expositie naar zijn smaak samen te stellen, een met zijn meest geliefde, zijn meest dierbare kunstvoorwerpen. Het resulteerde in een vermakelijk en vrolijk geheel van extremen: Mondo Mendini. Je moet het gezien en beleefd hebben!

Er hangt een gesloten, glazen vitrine waarin verschillende rassen appels en peren worden geëtaleerd. Onder elk exemplaar is de soortnaam in het Latijn fraai gekalligrafeerd aangebracht. Maar alles is nep. Gemaakt in het midden van de negentiende eeuw en afkomstig uit Museo della Frutta di Torino. De wetenschapper Francesco Valletti (1808-1889) stond aan de wieg van deze curieuze collectie. 



Op het tekstbordje met uitleg lezen we het volgende:



Ter zijde. Onlangs zag ik enkele afleveringen terug van Van Kooten en De Bie, het cabaret duo dat van eind jaren zestig tot eind negentig in vele gedaanten furore maakte bij de VARA en later bij de VPRO. Zo geestig, origineel en treffend hun sketches destijds waren, zo zouteloos, flauw en tenenkrommend zijn die wanneer je deze na al die jaren terugziet. Een van de typetjes die regelmatig voorbij kwam was Cor van der Laak, een bemoeizuchtig, vervelend en zeurderig burgermannetje.

Toen ik de uitleg bij de vitrinekast las kon ik niet anders dan me te wenden tot het Groninger Museum. Cor van der Laak indachtig.

De originele Italiaanse tekst zal waarschijnlijk Frutti Plastici geweest zijn. Ja, dan ligt de simpele vertaling Plastic Fruit voor de hand. Maar plastic is een chemisch product van na de Tweede Wereldoorlog. Met enige kennis van de Italiaanse taal zou ik dit vertalen als Geboetseerd Fruit. Het museum deed ik dan ook deze suggestie. Onder dankzegging kreeg ik van conservator Ruud Schenk een mail waarin hij het volgende stelde:

…..de vertaling was foutief, en bij een kritische rondgang langs de bordjes hebben we verzuimd dit op (sic) te corrigeren.

Bij een later bezoek aan het Groninger Museum zag ik dat men het tekstbordje inderdaad had gewijzigd.



Maar de tekst, nee, die werd er niet veel beter op.

woensdag 29 januari 2020

De Dame en haar Klassiekers


Liefhebbers van oude auto’s, daar zijn er velen van. Week- en maandbladen leven er van. Vaak beschikken de lezers zelf over een historisch exemplaar. Sommigen veroorloven zich zelfs meerdere. Anderen moeten het stellen met dit papieren periodiek of met passief, begerig toekijken wanneer er een zich toevallig op de weg aandient. Als ze passeren, dan is dat een seconde of wat. Genot van korte duur. Zo voorbij. Maar het kan ook anders. Dat zullen we beleven.

Mensen rijden dagelijks onze straat in. En uit. Zo gaat dat. Maar er is één iemand in het bijzonder: een bejaarde dame. Met zorg plaatst ze haar fiets langs het trottoir en verankert deze op standaard en slot. Vervolgens gaat ze naast haar fiets staan, ze neemt een primitieve, zilvergrijze Sony Cybershot uit haar jaszak en wacht op de toevallige passant. Als deze er eenmaal is, dan verzoekt ze deze op dwingende wijze haar te vereeuwigen met de klassieker die tegenover haar fiets aan de overkant van de straat staat geparkeerd. En niet staand, maar liggend, zo moeten haar foto’s ogen. Wanneer zij heeft geoordeeld dat zij én de auto er goed op staan, dan gaat de camera zorgvuldig terug in haar jaszak, het fietssleuteltje gaat in het slot en ze fietst verder, de routinematige route die voert naar haar volgende automobiel.



Greetje, een buurtgenoot die de dame al meerdere keren voor haar karretje wist te spannen, herinnerde haar er onlangs aan dat ze haar eerder die week bij dezelfde auto had gefotografeerd. De dame keek haar beduusd, vragend en glazig aan.

Onlangs moest ik een foto professioneel laten afdrukken. Ik wendde me tot mijn fotograaf Bert. Hij drukte mijn sd-kaartje in een fotoprinter. Op het beeldscherm ervan schoven al mijn opnamen in een overzichtelijk tempo voorbij. Terwijl ik daar naar tuurde, op zoek naar de foto waar het me om te doen was, keek Bert achteloos over mijn schouder mee. En toen was er plots een plaatje die hem frappeerde: Hé, die mevrouw ken ik. Ze komt hier regelmatig. Dan moet ik haar foto's op een cd-tje zetten. Het zijn altijd foto's van haar met een oude auto er op. Het zijn er zo langzamerhand honderden. Die speelt ze thuis af. Daar geniet ze van.



Terzijde. Aan het uitwisselen van privacygegevens heeft de wetgever paal en perk gesteld. Het leidde tot ongewenste uitwassen. Wanneer je een bepaald archief digitaal wilt inzien, dan mag dat niet. Wettelijk verboden. Dus dat kan dan niet. Maar ga je fysiek naar betreffend archief, dan blijk je er naar hartenlust en ongebreideld in te kunnen snuffelen. Privacy blijkt een betrekkelijk begrip.

Terug naar de fotozaak. Terug naar Bert. Toen hij me dit zo achteloos meedeelde keken we elkaar zwijgzaam aan, maar met een blik van wederzijdse verstandhouding: dit houden we onder de pet.

De wereld van klassieke automobielen is een wonderlijke. Wonderlijker zijn de mensen die zich er dagelijks mateloos aan vergapen.

vrijdag 1 november 2019

De Conducteur



In de intercity van Amsterdam Zuid naar Groningen Hoofdstation koos ik voor de voorste wagon. Een mooie, rustige plek. Een stiltecoupé. De machinist zal ongeveer een meter of drie achter mijn rug zijn werk hebben gedaan. Het ging hem goed af. 

Het beroep 'machinist' roept associaties op met dampende dieselmotoren, rookpluimen als volle wolken, schelle fluiten en sterke, stoere mannen met op het hoofd een pet die gezag afdwingt. In Zuid-Frankrijk ontmoette ik een jaar of wat geleden een dame op een naturistencamping. Ze bleek machinist bij de NS. Dat zag je niet aan haar af, maar daarmee vervloog wel geschetste associatie.


En daar was hij, de conducteur, een blonde dertiger, strak gekapt, beide mouwen opgestroopt. Zijn rechterarm etaleerde een sierlijke armband. Al gauw bleek het een tattoo. Maar het sieraad werd er niet minder van.

'En dan ben ik de laatste’, opperde ik hem bij het overhandigen van mijn vervoersbewijs. 'Maar niet de minste.' meende hij te constateren. En daarmee sloot hij zijn controleronde af.

Waarachtige beleefdheid, associatief en professioneel. In slechts vier woorden wist de vakman zijn charme te verpakken.


vrijdag 11 oktober 2019

Zuidelijke Ringweg


Genua? Nee, Groningen.



Het is de langste weg van Nederland, de A7. Deze voert van Amsterdam via de Afsluitdijk naar Nieuweschans. Het is ook de snelste route van Amsterdam naar Hamburg. Gedurende 465 kilometer kan men ongehinderd doorkachelen. Maar wacht, er zit slechts één hindernis in: het Julianaplein in Groningen. Daar reguleert een verouderd verkeerslichtensysteem de doorstroming van het verkeer. Een dergelijk kruispunt is niet meer van deze tijd. 

Sinds vorig jaar wordt er dan ook gewerkt aan een, met een mooi woord, conflictvrije zuidelijke ringweg: ondertunneling, ongelijkvloerse kruisingen en allerlei bypasses. Toe maar! Daarmee verdwijnen in 2024 die vervloekte verkeerslichten. Met een beetje voorspoed misschien wel eerder! 

Momenteel wordt de bestaande weg hapsgewijs weggeknabbeld. Men is flink op stoom. Hinder en overlast vallen de direct omwonenden voortdurend ten deel. Maar goed. Uiteindelijk leidt een en ander tot aangename rust, hogere WOZ-waarden, wat minder stik- en fijnstof en gedeeltelijk herstel van het ooit zo mooie Sterrebos.

We zien hier een van de betonnen pijlers waarop de zuidelijke rijbaan van de ringweg vanaf eind jaren ’70 heeft gelegen. Beton leent zich goed voor graffiti. Het garandeert een zekere bestendigheid van verf en viltstift die er op worden aangebracht. Op de linker pijler zien we de contouren van twee paneeltjes waarin ooit commerciële affiches werden geklemd. Daarop geblokt: DKLM. Aan de zijkant van de rechter pijler lezen we deze intrigerende afkorting ook, maar veel duidelijker aangebracht. Op Google lees ik dat DKLM een advocatenkantoor uit Londen is. Reikt de chaotische Brexit zelfs tot rommelige uitingen op verloren beton in Groningen? Het moet niet gekker worden! 

Fraaier is de tekst op de plek waar het linker paneeltje zich bevond: geen in grote haast aangebrachte graffiti, maar onnavolgbare gedachten, verpakt als gedicht, met zorg geschreven in kapitalen en met afbrekingen die verwonderen.



Goed als dichters zich roeren. Maar wat is de waarde van hun poëzie wanneer ze de weg kwijt zijn?

woensdag 25 september 2019

Kattendiep

In augustus 2017 stond het Holland Casino aan het Kattendiep in Groningen op een mooie zondagmorgen ineens in vuur en vlam. En niet zo'n beetje ook! Enkele uren later was het totaal verwoest. Daarmee was het met het ontwerp van architect Abe Bonnema (1926-2001) definitief gedaan. Het stond er een kleine dertig jaar. Aan de zijde van het Kattendiep zijn schuttingen geplaatst die het zicht op deze averij de mensen moet ontnemen. Daarop zijn ter decoratie grote foto's aangebracht die het verleden verbeelden van dit stukje Groningen. Een ervan is deze:



Tellen geblazen: dertien mannen, nul vrouwen, tien auto's, vier fietswielen, twee parkeermeters en veertien verkeersborden. En dat allemaal op slechts vijfduizend vierkante meter. Het is een idioot straattafereel dat misschien geënsceneerd aandoet, maar het is de bittere waarheid.

Het is een curieuze foto uit 1975 uit de collectie van de Groninger Archieven. Fotograaf onbekend, maar we zien de hand van Frank Straatemeijer. Hij wist de verrassende reuring en de rauwe levendigheid van Stad in de jaren ’70 genadeloos en pakkend te verbeelden.

De korte schaduw van de zon naar het oosten verraadt middagpauze. De mannen lummelen maar wat lamlendig rond. Klerken en kantoorvolk. Ze kijken naar die gast die zojuist met een ferme schop iets wegtrapte. Het getuigt allemaal van een losgeslagen ledigheid. Toch lijkt er sprake van een spel: de twee mannen rechts lijken er deelgenoot van te zijn. Rechts van de mobiele schaftkeet loopt een man uit beeld en links ervan neemt er een een ferme trek van zijn sigaret. Daar weer links van strekt een jongeman zijn beide armen om vervolgens met beide handen te klappen. Welke de prestatie is die kennelijk zijn warm applaus verdient, dat is onduidelijk. Intussen zit een man onderuitgezakt op het trottoir; de schaftkeet als ruggensteun.

We bevinden ons in de analoge wereld. Zonder die tv-antennes op de daken van de huizen, als ze al waren aangesloten, hadden we geen beeld en geluid gehad van wat er in die wonderlijke wereld van toen allemaal aan toeging. En het ging er aan toe zoals we dat hier aan het Kattendiep zien gebeuren.
Zo ongeveer in het midden zien we de tekst GARAGE MODERN tegen de gevel aangebracht. Na zo’n vijfenveertig jaar is deze een door de tijd razendsnel ingehaalde kwalificatie, evenals de praktijk om pompstations, zoals die van ESSO, in de bebouwde omgeving als doodnormaal te vinden. Dan lezen we rechts op die wit geverfde gevel SNIP. De afbeelding boven de deur refereert aan de nering van Snip: groothandel in vis. Met grote trots voerde deze de alom geroemde tekst: SNIP EEN BEGRIP. Mooie middenstandpoëzie. Lastig te evenaren.

Ter zake. Alle aandacht vraagt de 404 die voorbij raast. Is de chauffeur een man of een vrouw. We zien het niet; dus weten we het niet. We laten dit voor wat het is. Dan hoeft dit gegeven niet in de telling te worden meegenomen zoals weergegeven in de eerste alinea. Maar ach, wat zegt ons dat zinloos cijfermatig geturf?

De voorruit van die 404, evenals die van de Renault 4 die daar links geparkeerd staat te staan, zit onder een dikke laag stof. De ruitenwissers hebben hun werk gedaan. Deze laten duidelijk hun sporen na. Saharazand. ’s Zomers is dit een eenvoudig verklaarbaar meteorologisch verschijnsel. Ook toen al!

Die 404 doet shabby aan. Afgeragd. De bumper hangt er slordig bij, de imperiaal is bevestigd aan de dakgootjes, terwijl de auto standaard werd geleverd met vier bevestigingspunten op het dak. Van vernuftig gemak naar dom ongemak. 

1975 was het jaar waarin het definitief gedaan was met de productie van de 404. Dan tref je uiteindelijk dit soort exemplaren op de weg. Deze is van jaren geleden. Dat zien we aan het zwarte kunststof schildje op de grille, waar in het midden ervan de goudkleurige kop en klauwen van een leeuw sieren. Latere bouwjaren moesten het doen met een simpel, nep verguld exemplaar.

Als we de tien auto’s die we hier aantreffen willen benoemen, dan stokt het al gauw bij vijf stuks: die 404, dan een 2CV en een R4, vervolgens een CX en dan een VW Transporter T2. Wie weet welke die andere zijn, die mag het zeggen. Een detailfoto kan daarbij helpen.



Tot slot die parkeermeters. We zien er een alsof deze op het dak van die 404 is gemonteerd. Dan schoof je er een kwartje in, een gulden of een knaak, je gaf de automaat een ferme draai dat met een lekker en plezierig mechanisch geluid gepaard ging en dan was de parkeervergunning voor die specifieke plek for the time being betaald. Op de wijzerplaat ervan liep het metertje in de tijd terug totdat de aangeschafte parkeertijd was bereikt. Simpel, logisch en duidelijk, voor zowel parkeerder als verbalisant.  

Inmiddels zijn we vierenveertig jaar verder:



De dynamiek van een stad brengt de constatering met zich mee dat deze nooit af is. Er is een verleden; geen heden.

zaterdag 4 mei 2019

4 mei



Aan het Akerkhof is het raam van Huis de Beurs omhoog geschoven. Een licht briesje blaast links door de vitrage. Een zomerse dag in 1942. Twee herenrijwielen leunen tegen de smoezelige gevel. De linker heeft een goed gevulde fietstas. De inhoud zal van geen enkele waarde zijn; anders laat je deze niet zo achteloos achter. In die karige oorlogsjaren is immers iedereen in de weer met overleven. Graaien, scharrelen en struinen. Maar ach, beide heren, gezeten aan de stamtafel, houden van achter het potje bier of het kelkje jenever de boel scherp in de gaten.

Met de kwalificatie VOLLEDIGE VERGUNNING aan de gevel geeft de waard royaal te kennen dat hij zijn klandizie alles mag en kan schenken. ‘Vooruit! Kom binnen! Wees welkom!’

Maar wacht. Op het raam links in de hoek heeft hij met drie flinke plakkers een meedogenloze mededeling aangebracht die van zijn gastheerschap niets overlaat: 'Voor Joden verboden.'


Op de rand van het trottoir staat een jongeman in korte broek daar maar wat te staan. Aan het zijgeveltje van het Beurs Theater vergaapt een man zich aan foto’s uit de film die er die week zal worden gedraaid. Adverteren doet begeren. En een wat oudere heer schuifelt met een grote boog om Huis de Beurs. De Jodenster op zijn jas verklaart waarom.

Het is vandaag 4 mei. Dodenherdenking. Twee ogenschijnlijk zo gewone foto’s verbeelden een alledaagsheid waarvan we de tragiek pas naderhand ontwaren.