donderdag 31 december 2015

Vuurwerk



Westvuurwerk.nl werd door de gemeente Groningen een vergunning verstrekt vuurwerk te verhandelen tegenover de brandweer. Een veilige plek zou je denken. Enschede indachtig zal een ontploffing van het volgestouwde magazijn de brandweerkazerne catastrofaal treffen. Het bluswerk dat explosie en brand vraagt zal van elders moeten komen en dat zal die denkbeeldige ramp vooral vergroten; de gemeente Groningen verwijtbaar.

Ik trof een bestelwagentje van Westvuurwerk, geparkeerd aan de Sontweg, tegenover de brandweer. Op dat moment passeerde een ambulance in volle vaart.

De foto verbeeldt kernachtig Oudjaarsdag.


woensdag 9 december 2015

Jean-Paul Bowie

Andreas Blühm is algemeen directeur van het Groninger Museum. Ik ontmoette hem deze zomer op een zonnig terras in Groningen. Een vriendelijke man.

Op 10 december vindt in het Groninger Museum de opening plaats van de retrospectieve expositie David Bowie Is. Dit spraakmakende, spectaculaire circus startte in 2013 in het Victoria and Albert Museum in Londen. Vervolgens deed het Toronto, São Paulo, Berlijn, Chicago, Parijs en Melbourne aan. Groningen past in deze reeks van steden. Wereldwijd bezochten inmiddels meer dan een miljoen mensen David Bowie Is.

Niet mis.

De expositie biedt een compleet overzicht van de carrière van Bowie. Het toont in een fascinerende context onder meer handgeschreven songteksten, originele podiumkostuums, hoesontwerpen en zo veel andere triviale curiosa.

Het belooft wat. Komt dat zien!

De laatste kans deze tentoonstelling te bezoeken is van 12 december tot en met 13 maart 2016 in het Groninger Museum. Dan zit de wereldreis er op.

Blühm attendeerde ik bij genoemde gelegenheid op een curieuze anekdote die mijn geliefde Groninger schrijver Jean Paul Franssens in zijn autobiografische bundel De wereld wil bedrogen worden (1999) beknopt en intrigerend beschreef.

Franssens (1938-2002) was een bon vivant die op een breed muzisch gebied van wanten wist: toneelregisseur, operazanger, toneelschrijver, decorvormgever, beeldend kunstenaar, schrijver van romans, gedichten, novellen, korte verhalen, tekenaar, schilder en wat al niet. Voor niets draaide hij zijn hand om. Bowie heeft in zijn carrière er ook voortdurend blijk van gegeven over de meest uiteenlopende artistieke kwaliteiten te beschikken.

Toevallig trof ik Blühm enkele weken later weer. Hij bleek genoemde bundel er inmiddels op nageslagen te hebben en het frappante verhaal daarin te hebben gelezen. In kennelijke haast deelde hij mee dat ik aan de lijst van genodigden voor de openingsavond van deze expositie was toegevoegd.Een eer.

De persoonlijke uitnodiging daartoe ontving ik onlangs in een vierkante enveloppe met daarop prominent de naam van het Groninger Museum en links daar onder, het logo van de verantwoordelijke organisatie, het Albert and Victoria Museum London. Wist je niet beter dan zou je je afvragen wat het treurig warenhuis V&D in godsnaam met deze expositie van doen heeft.




In het voorwoord dat Blühm schreef in het bij deze expositie behorende magazine verwijst hij naar het verhaal van Franssens, niet zonder expliciete dankzegging aan degene die hem dit onder de aandacht bracht.

De rode lijntjes markeren het verhaal:




Ja, dat zullen boeiende avonden geweest zijn, daar in Dakar, bij de terloopse ontmoetingen tussen beide uomini universali.

zondag 15 november 2015

13/11

Bij de moord op 129 burgers, eergisteren in Parijs, werd vanavond in Groningen met gepast respect stilgestaan. De drie bovenste tranches van de Martinitoren, het symbool van de stad Groningen, werden daarbij gehuld in de tricolore van Frankrijk.

Ik las een reactie van een Franse lezer op een artikel in The New York Times van 14 november jl.: Paris Attacks Kill More Than 100. 

Alles wat deze gewetenloze moordenaars zo verachten, de gracieuze argeloosheid en de joie de vivre van het Franse leven, wordt hier in een notendop raak en subtiel geprezen:



Kortom, leven en vooral laten leven. 

Op deze zwoele herfstavond werd Parijs meedogenloos haar charme, grandeur en glans voor nu ontnomen.

zondag 1 november 2015

Brixx



Lieke, mijn oudste dochter, zou maandag jl. om 18.30 uur vanaf Schiphol naar Thailand vertrekken, haar geliefde land, het land van haar geliefde.

Zondagavond checkte ze voor deze vlucht on line in. Bij de vraag naar haar paspoortnummer bleef ze het antwoord schuldig: het paspoort bleek spoorloos. Lieke had haar reisdocumenten zorgvuldig opgeborgen in een klein etuitje met groen-zwart kleurpatroon. Maar waar was het? De inmiddels volgepakte koffer werd binnenstebuiten gekeerd, tafellades werden nagelopen en de vuilnis werd grondig nageplozen. Dit alles leverde niets op. Wat te doen ? Google als alomvattende vraagbaak bood veel, misschien wel te veel. Bomen en bos. Het feitelijke probleem werd daarmee veel groter dan dat het goedbeschouwd was. Uiteindelijk gingen we moedeloos naar bed en sliepen in, in diepe onrust.

Lieke had van ons nog een verjaarscadeau te goed. Ze koos voor een nieuwe reistas, waarin laptop, documenten en overige zaken voor een reis als deze compact en veilig kunnen worden opgeborgen. Bij tassenspeciaalzaak Brixx aan het A-Kerkhof leek de Chesterfield daartoe erg geschikt: een royale rundleren handtas met veel vakjes, ritsjes en ruimte. Eenmaal thuis probeerde ze de tas uit: de inhoud van haar versleten tas verhuisde naar de Chesterfield. Alles paste, maar de gewichtsverdeling bleek niet naar wens. Misschien was een rugzakje toch beter.
Dus weer naar Brixx. Het werd inderdaad de rugzak.

Terug naar de paniek van zondagavond. Uiteenlopende varianten waarbij het paspoort spoorloos kon geraken lieten we de revue passeren. Alledaagsheid ontneemt soms de herinnering aan een routinematig handeling: ‘Misschien zit deze nog in het zijvakje van de tas die ik éérst bij Brixx kocht,‘ suggereerde Lieke curieus. Het gaf ons allen te denken.

De maandag is een dag waarop ambtenarij en middenstand in alle rust hun werkweek beginnen. Om 13.00 uur schuiven de loketten traag omhoog, te zelfde tijd openen de winkels hun deuren. Het is een merkwaardige, Hollandse traditie. Zowel de gemeente Groningen als Brixx bleven dan ook tot 13.00 uur onbereikbaar, ook voor de dringende vragen waarvoor wij ons gesteld zagen.

Inmiddels nam Lieke die morgen contact op met de Marechaussee Schiphol. Een vriendelijke functionaris stond haar geduldig en begripvol te woord. Hij wist haar al gauw gerust te stellen: een noodpaspoort kon diezelfde dag worden aangemaakt. Resteerde het visum dat Lieke eerder die week bij de Ambassade van Thailand in haar paspoort in maar liefst drie kleuren kreeg gestempeld. Telefonisch noch via mail was deze Ambassade die morgen bereikbaar. Soit. Dan maar een verblijfsaanvraag bij aankomst in Thailand.

De onoverkomelijk ogende problemen die zich zondagavond aandienden bleken binnen een etmaal gereduceerd tot een simpel te nemen hindernis. Het stelde ons gerust, maar de nervositeit werd er niet minder om.

Rond 12.00 uur plaatsten we de koffer van Lieke in de kofferbak (waar anders?) van de auto. En ook haar nieuwe rugzak. Dan staat dat alvast klaar. Vervolgens namen we de fiets naar het A-Kerkhof: Brixx.

En daar stonden we met ons beiden, die late maandagmorgen, turend door de glazen pui van een gesloten, onverlichte tassenwinkel.

‘Daar links, daar staat die!’ constateerde Lieke samenzweerderig. Een geruststelling: de Chesterfield die ze zaterdag had verruild voor de rugzak was kennelijk nog niet verkocht. Stel je voor! Daarin bevindt zich waarschijnlijk het groen-zwarte etui.

Het zou nog drie kwartier duren voordat Brixx de deur zou openen. We kozen voor een strategische plek. Iets verderop aan de overzijde bevindt zich Doppio, een koffiezaak die de laatste jaren met mooie kwaliteitsprijzen aan de haal ging. Aan het raam was een tafeltje met twee stoeltjes vrij. Dat werd onze uitkijkpost: vanaf deze positie konden we iedere beweging rond de entree van Brixx nauwlettend in de gaten houden. Onze latte en ristretto rekende ik onmiddellijk af: als het moment daar zou zijn, dan konden we de zaak in alle rust halsoverkop verlaten. 
Dat moment was er al rap. 
Rond 12.30 uur zagen we een in het zwart geklede dame de glazen deur van Brixx aan de buitenkant afsluiten. Was het ons ontgaan dat de dame daarvóór naar binnen was gegaan? We stonden toch scherp op onze qui-vive ?! Hoe het ook zij: we moesten er onmiddellijk op af! Daar stonden we. Na enkele minuten ontwaarden we de dame tussen de mensen op het trottoir. Ze liep rechtstreeks af op Brixx, een sleutelbos in de ene en een AH-tasje in de andere hand: de dame van Brixx. We legden haar onmiddellijk de penibele situatie voor. Begripvol en gastvrij liet ze ons binnen. Behoedzaam draaide ze de voordeur in het slot.

Daar waren we, in Brixx. In geur van leer.

Lieke liep monter en zelfverzekerd op de Chesterfield af waarvan zij dacht dat die de hare was. In een vloek en een zucht doorzocht ze deze grondig. De inhoud bleek slechts papier- en plastic vulmateriaal. Een teleurstellende constatering. Heel even zakt de bodem onder je voeten weg, maar al snel bood het alternatieve scenario grote troost.

‘Misschien staat er nog een in de etalage’, opperde de winkeldame. Er werd daar van alles en in veel kleuren geëtaleerd, maar geen Chesterfield.

Teleurgesteld, misschien zelfs wat wanhopig keken we elkaar benauwd aan. Desondanks gaf Lieke de hoop niet op: ‘Ik loop nog even naar beneden.’ Zo gezegd. Zo gedaan.Tussen tassen hing een Chesterfield te pronken. Bij het openritsen van het  zijvak ervan slaakte Lieke bij het zien van slechts een klein stukje van het groen-zwart-patroon: ‘Ik heb hem !’ Grote emotie, tranen van geluk, mijn spontane kus op de wang van de onbekende winkeldame en een innige, emotionele  omhelzing tussen dochter en vader. Het was een intiem moment, die vroege maandagmiddag, daar in Brixx.

Een uur later zette ik Lieke op de trein, de trein rechtstreeks naar Schiphol, voor haar vlucht naar haar geliefde Thailand.


Die vlucht van Lufthansa die zou ze niet missen.

Ik haar wel, maar wel zonder zorgen.

woensdag 23 september 2015

Volkswagen




We zien hier de contouren van het dak plus de stijlen van de voorruit van mijn Peugeot 104 uit 1977. Op de achtergrond passeert een verhuiswagen.



De Peugeot 104 werd in 1972 ontworpen door de Italiaan Paolo Martin, destijds werkzaam bij Pininfarina, een studio die veel invloed heeft gehad op het uiterlijk van auto’s uit de jaren zeventig en tachtig. Bij de introductie van de Peugeot 104 was deze Europa’s eerste volwaardige, kortste en kleinste vierdeursauto. Volkswagen produceerde op dat moment nog steeds de Kever, het paradepaardje van Adolf Hitler. Uiteindelijk gingen er wereldwijd meer dan 21 miljoen exemplaren ervan over de toonbank. Volkswagen deed zich hiermee haar naam meer dan eer aan.

Nadat de productie van de Kever definitief was beëindigd wist VW aanvankelijk geen geschikte compacte middenklasser als opvolger ervan in de markt te zetten.

Maar dan.

In mei 1974 werd de Golf geïntroduceerd, een design van Giorgetto Giugiaro. Hij kopieerde de sobere, strakke lijnen, de scherpe hoeken en de gedrongen vorm van de elegante Peugeot 104, die op dat moment al twee jaar als allereerste hatchback op de markt was.

In de treurige Groninger wijk Vinkhuizen heb ik niets te zoeken, maar enige tijd geleden was ik er toch: in de Metaallaan. Zo hard die naam, zo poëtisch die klinkt. Langs het trottoir trof ik een Golf van de eerste generatie. Ik plaatste mijn 104 erachter en ernaast en maakte een drietal knullige foto’s.



Ten tijde van de introductie van de Golf in 1974 stond Volkswagen aan de rand van de financiële afgrond. Het kopiëren van het succesvolle concept van de Peugeot 104 bleek haar redding. Inmiddels zijn we zeven succesvolle generaties van de Golf verder. 

De affaire rond het Abgasskandal, de sjoemelsofotware van VW, getuigt in feite van crimineel en commercieel geniep waarmee Volkswagen het verkoopsucces van de Golf optimaal tracht uit te wringen. 

Wellicht de nagel aan haar doodskist.




vrijdag 4 september 2015

Bruhns



Onlangs kreeg ik een pocket cadeau, Made in France (Reed Darmon, 2009, Chronicle Books, San Francisco), een Engelstalige uitgave waarvoor ik desondanks de titel Fabriqué en France, dan wel Produits de France zou hebben gekozen.

In maar liefst 254 pagina’s lopen we door de Franse grafische geschiedenis van de vorige eeuw en wel aan de hand van filmaffiches, mode, koekblikken, lp-hoezen, kaasverpakking, toerisme, postzegels, asbakken, glaswerk, vloeitjes en zo veel meer. Het boek straalt uitbundig uit hoe alledaagsheid elegant, stijlvol, verfijnd, verrassend dan wel avant-gardistisch zich laat vormgeven.

Al bladerend trof me op pagina 51 de volgende afbeelding: 



Het betreft behang van schilder en decorateur Ivan da Silva-Bruhns (1881-1980) uit zijn serie Répertoire du Goût Moderne (1928).

Voor € 14,- kocht ik uit het faillissement van Polare een cassette met daarin vier boeken die het muzikale solowerk van The Beatles belichten. De uitgave ziet er weliswaar verzorgd uit, maar inhoud en fotografie doen goedkoop aan. En dat doet vooral de omslag:


Ook als solisten verdienen The Fab Four zo veel meer dan de kwalificatie muzikaal behang welke de omslag van de cassette impliciet suggereert.





woensdag 29 juli 2015

Sala Borsa

Via email ontving ik een document dat ik graag had geprint. 

Ik verbleef in Bologna.

In de Sala Borsa, de van oorsprong financiële beurs aan de Piazza Maggiore, is tegenwoordig de Biblioteca del Comune di Bologna gevestigd. Hiervóór heeft het decennia gediend als basketbalhal. Het is een indrukwekkend, royaal en fraai gebouw waarvan de bouwelementen van de 16e tot en met de 21e eeuw zich eenvoudig en ongestoord lieten combineren tot hetgeen er nu voornaam staat te staan.

Met de vraag ´Parla Inglese ?’ vervoegde ik me bij een willekeurige dame achter een van de talrijke balies.´A little´, antwoordde de bibliothecaresse. Het werd me al snel duidelijk dat ze met dit summiere antwoord zichzelf te veel prees. Ze nam me mee naar een andere balie die zich in een hoek van de rijk gedecoreerde hal bevond: wanneer men van internet gebruik wil maken, dan dient men zich hier te vervoegen.



De geüniformeerde, vriendelijke heer achter deze balie begon voortvarend met de formaliteiten: of ik me kon legitimeren. Vervolgens overhandigde hij me een vragenformulier waarop ik geacht werd allerlei, wat mij betreft, niet ter zake doende personalia in te vullen. Intussen informeerde de dame hem over de veronderstelde reden van mijn komst, welke ze met haar Engelstalige vaardigheden uit mijn verzoek meende te kunnen opmaken. 

Al gauw bleek dat de dame het Frans beter beheerste dan het Engels. Beter is betrekkelijk, maar de vaart kwam er snel in toen ik haar, nu in het Frans, nogmaals de reden van mijn komst uiteen had gezet. Ze vertaalde een en ander rap in het Italiaans, de enige taal waarover de geüniformeerde heer beschikte. Mijn verzoek werd hem aldus duidelijk. Maar hoe te handelen? Daartoe consulteerde hij twee collega’s uit een kantoortje achter hem. Gedrieën bogen ze zich over mijn identiteitskaart, die als een verdacht iets centraal op het bureaublad lag. Men besprak een en ander onderling. Het Nederlands kent hiervoor het samenzweerderige werkwoord smoezen.

Hoe dan ook, de kogel was snel door de kerk. De man in uniform griste een smal strookje papier van een stapeltje, legde het in de lengte deels over de rand van het tafelblad, vouwde het, streek een keer heen en een keer weer en scheurde er een klein stukje van af. Hierop kalligrafeerde hij het getal 27896 en overhandigde me dit als een document waar ik zorgvuldig mee diende om te springen.

De hulpvaardige bibliothecaresse escorteerde me vervolgens naar de afdeling waar het mij om te doen was. Daartoe staken we de hal diagonaal over, namen de trap naar de eerste etage om daar te worden ontvangen door drie functionarissen. Deze zaten wat onderuitgezakt achter een klein rond bureau. Kennelijk even niets omhanden. In tegenstelling tot hun collega’s beneden waren ze gekleed in vrije-tijds-kleding: sportieve polo’s in rood, groen en blauw op nette jeans. De heer in het rood, ontegenzeggelijk van Afrikaanse komaf, sprak Frans, sabbelde op een roze lolly en ontfermde zich over mij. De man in het groen bleek zijn assistent.

Ze gingen me voor naar een van de vele pc’s die in de volle breedte van de ruimte stonden opgesteld. Een IBM uit de jaren ’90, met daarop zowaar Windows 8, werd me ter beschikking gesteld. Daar kon ik mee uit de voeten.

Ik ging er voor zitten. Beide mannen ook, de een links en de ander rechts van mij. Het inloggen vereiste drie verschillende toegangscodes.  De heer in het rood toetste een algemeen wachtwoord in, de ander daarop een ander. Toen was het mijn beurt. 



Toen ik mijn gmail-account had geopend met bovenstaande code schoven beiden wat dichter op naar het beeldscherm. Voortvarend op zoek naar de documenten waar het mij om ging, tikte ik de naam van de afzender in de zoekbalk. Onmiddellijk wees de man met de lolly mij erop dat de balk daaronder de geëigende was. Bij zoveel  indiscretie, impertinentie en intimidatie besloot ik onmiddellijk de heren te negeren en mijn documenten elders te laten printen.

Inmiddels patrouilleren, zoals de laatste tijd gebruikelijk blijkt, twee soldaten in camouflerend gevechtstenue, met UZI in de aanslag, aan de zuidoost zijde van de Piazza Maggiore . De Jeep is hun compound.


Tegenover hen, ongeveer 300 meter aan de zuidwestelijke kant van dit plein staat permanent een busje met een gewapende eenheid van de Polizia. Voorts wordt de entree van de tussen beide gelegen Basilica di San Petronia voortdurend bewaakt door twee politieagenten. Gepakt en gezakt.

Merkwaardig, verwarrend en verontrustend: het is voor de vakantieganger allemaal zo onwelkom. Misschien tegen beter in ervaart deze een en ander dan ook het liefst als lokale folklore.