coen van uhm
dinsdag 29 september 2026
Pillenstrip
Na de marktdagen van vrijdag en zaterdag lagen op die maandagmorgen de bonkige keien van de Vismarkt er weer schoon en schitterend bij. Een glinsterende blisterverpakking trok mijn aandacht; ik raapte die dan ook op. De tekst, een hele mond vol, was nog goed leesbaar: levonorgestrel/ethinylestradiol. Kennelijk medicijnen. Van de 21 pilletjes waren er 12 in een wat willekeurige volgorde geconsumeerd. Ik liep een apotheek binnen. Alvorens de strip in de verzamelbak voor overtollige medicijnen te deponeren vroeg ik de apothekersassistente of het verlies van deze medicijnen het dagelijks leven de gebruiker misschien ongemak zou hebben bezorgd . Ze las de tekst; voor haar gesneden koek. 'Nee, hoor. Het is een anticonceptiemiddel. Met slechts zes woorden gunde ze me een kijkje in haar eigen intieme wereld.
vrijdag 25 juni 2021
Kruimelaars
Voor schrijfwerk verkies ik de studiezalen van de Universiteitsbibliotheek, de UB: inspirerend, rust en muisstil. Hoewel ik beschik over een UB-pas verschaft mij deze momenteel geen toegang. Vooralsnog zijn deze zalen slechts beschikbaar voor studenten van de RUG. Covid 19. Daar valt veel voor te zeggen.
Onlangs werden
de corona-maatregelen wat losjes gelaten. Zo ook die bij de Openbare
Bibliotheek van Groningen. Deze is sinds november 2020 gehuisvest in het
architectonisch spectaculair vormgegeven Forum, een ontwerp van het Amsterdamse
NL Architects uit 2007. Via de site van
het Forum kun je per dagdeel een studieplek reserveren. Dat deed ik en wel voor
woensdagmiddag 2 juni.
Met het mondkapje op de juiste plek wendde ik me tot de receptie. Na het verplichte handwasje vroeg de dame van de receptie waarvoor ik kwam. ‘Voor de gereserveerde studieplek’, antwoordde ik, daarbij wapperend met mijn mobiel waarop de bevestiging van de gemaakte afspraak. Als vanzelfsprekend stuurde ze me door naar de volgende controlepost waar ik me, in overeenstemming met de gebiedende richtlijnen van het OMT, moest inschrijven. Daar bleek dat ik ruim een half uur te vroeg was: niet om 13.00 uur, maar om 13.30 uur was mijn studieplek beschikbaar. De dienstdoende jongeman raadpleegde toch even snel telefonisch degene die over de studieplekken gaat. Nee, meneer mocht niet eerder naar binnen, omdat alle studieplekken, na gebruik van de zo geheten ochtendshift, nog grondig gereinigd moesten worden. Met alle begrip vertrok ik. Een half uur is soms zo voorbij. Op het zonnig terras van het nabije Concerthuis strekte ik de benen en deed me tegoed aan een goede cappuccino, geserveerd met een smakelijk plakje plakkerige chococake.
Rond 13.30
uur vervoegde ik me weer bij de receptie van het Forum. Een andere medewerker
dan een half uur eerder stond me te woord. Lunchtijd, verveling of wat dan ook,
er is altijd wel een reden te bedenken om werkplekken te verversen. Een wat oudere,
geblondeerde vrouw verwelkomde me met de botte vraag: ‘Wat komt u doen?' Hele andere koek dan de ontvangst van dertig
minuten eerder. Ik zwaaide nogmaals met mijn telefoon, met die bevestiging van
de studieplek die ik die dag, op dat moment, op mijn naam had staan. De vrouw
schatte me terecht niet in als student, hoewel van die veronderstelling natuurlijk
wel een en ander valt af te dingen. Hoe dan ook, ze meende me nader te moeten bevragen:
wie ik wel niet was en waarom ik meende een studieplek te kunnen claimen. Heel
even uit het veld geslagen, verbijsterd over het feit dat iemand je zo maar met dit
soort lompe impertinentie meent te mogen confronteren, herpakte ik me rap. In niet
te misverstane woorden gaf ik de nep-blondine te kennen dat de reden van mijn
reservering haar niet aanging en dat ik haar brutale vragen hieromtrent als
niet gesteld, dus onbeantwoord, zou laten.
‘Studieplekken in
het Forum zijn uitsluitend bedoeld voor studenten van de RUG en Hanzehogeschool’, meende ze me nogmaals te moeten inwrijven. Wat heeft een man op leeftijd daar te claimen? ‘Gaat u daar maar even staan. Dan bel ik iemand die hier over gaat.’ Ah, kijk aan. Wat ik al dacht: natuurlijk
gaat ze hier helemaal niet over, maar wel iemand die ze ging bellen. Het
contact was vlot gelegd. Haar gesprek met de persoon aan de andere kant van de
lijn begon ze aldus: ‘Hoi, Maurice, er staat hier een man die……… ‘Ik liet
het gesprek voor wat het was. Al gauw was Maurice ter plaatse. Verontwaardigd
gaf de bleke blondine hem te kennen, intussen knikkend naar de
hoek waar ze me eerder in had gedirigeerd, dat die man een studieplek had
gereserveerd. Zonder een moment van twijfel gaf Maurice haar te verstaan dat
alle studieplekken beschikbaar zijn voor wie dan ook: ‘Iedereen mag hier werken.’ Daar kon ze het mee doen. Ik ook. Dus daar
ging ik.
Ongestoord kwam
ik vanaf een uur of twee op stoom met datgene wat me bezig houdt. Totdat rond vijf
uur die middag een hele grote meneer met een hoofd als een glimmende biljartbal
me vanachter een lichtblauw mondkapje vermanend toesprak vanwege mijn
aanwezigheid ter plekke. Op de linker kraag van zijn jasje ontwaarde ik een letter V, vormgegeven als een boekhoudkundig
vinkje. Hoe anders bedenk je een logo voor een bewakings- en beveiligingsbedrijf?
In zijn kielzog liep een jongeman in het zelfde uniform mee, althans een flink maatje kleiner.
Hij oogde als stagiaire. Aanvankelijk meende ik dat die kale man me aansprak op
het feit dat ik op een plek zat die niet voor studiedoeleinden bedoeld was. Ik
legde hem het uit: aan de zuidzijde van het gebouw reflecteerde lichtinval, het
buitenlicht en het latjesplafond op het beeldscherm van mijn laptop. Daardoor
werd de tekst lastig leesbaar. En meer van dat soort praat. Daarom was ik
verkast naar de plek waar ik zat. Bij het aanhoren van deze fysieke
feitelijkheden keek hij me glazig aan: mijn mededelingen waren zijn
vraagtekens. 'Niks mee te maken', zo
leek hij te kijken. Ik werd niet geacht daar te zitten, daar te werken. Toen ik
hem mijn reservering liet zien en confronteerde met eerdergenoemde stelling van
Maurice, bond hij enigszins in. En passant was me ter ore gekomen dat van de
150 gereserveerde studieplekken die dinsdagmiddag slechts 66 personen daadwerkelijk
waren komen opdagen. Minder dan vijftig procent. Ik confronteerde de kale kop
met dit droge feit. ‘Ja, maar u ontneemt met uw aanwezigheid toch een
studieplek voor een student. ‘ Het bleek een mooi leermoment voor de stagiaire. We wisselden een blik van verstandhouding.
Miezerige
mensen, dat zijn ze, mensen in kleine, nuttige functies, mensen die in sommige
situaties zich groter wanen dan zo klein ze zijn. Macht en misbruik ervan, dat ligt
dan allemaal zo maar op de loer. Die middag werd ik er twee keer mee geconfronteerd. Je zult ze de kost moeten geven!
maandag 8 maart 2021
Efferdingers
In 2020 verscheen de Nederlandse vertaling van het in 1951 in Duitsland verschenen Efferdingers. Het is een intrigerende Duits-Joodse familiekroniek die zich tussen 1878 en 1948 afspeelt, geschreven door Gabriele Tergit. Monumentaal, maar vaak saai wanneer meubels, kleding en maaltijden gedetailleerd worden beschreven. De Duitse taal kent daarvoor het mooie woord langweilig. Maar het waardevolle van dit vuistdikke boek is dat het een fascinerend beeld schetst van de Duitse geschiedenis in genoemde roerige periode: oorlogen, antisemitisme, economische voorspoed en daarop volgende depressie en de opkomst van het socialisme en fascisme. En dit aan de hand van de geschiedenis van drie Duits-Joodse families.
Hier lezen
we een passage op pagina 470:
Zo sloeg de Spaanse Griep toe.
Op 17 maart a.s. kiezen we een nieuwe Tweede Kamer. Ja, de boel moest maar eens flink worden opgeschud na al die als wijs beleid gepresenteerde snoeiharde bezuinigingen op gebied van onderwijs, zorg, veiligheid, volkshuisvesting, rechtsbescherming en klimaat. Maar ach, het weerhoudt de kiezer er allemaal niet van, zoals de prognoses ons willen doen geloven, Rutte de gelegenheid te bieden zijn minister-presidentschap te consolideren. Het is een wonderlijke, een merkwaardige, een niet te verklaren tegenstrijdigheid. Ja, van tefal glijdt alles af. In aanloop naar deze verkiezingen nam ik de verkiezingsspecial van de Volkskrant belangstellend door. De response op de meest uiteenlopende thema’s die bij de Kamerverkiezingen van 2017 aan de orde kwamen werden vergeleken met die van 2021. Opmerkelijk was dat de aanpak van de coronacrisis in 2017 bij veel kiezers van grotere zorg was dan in 2021. Merkwaardig, omdat het fenomeen dat het afgelopen jaar de maatschappij sociaal en economisch totaal heeft ontwricht zich pas drie jaar later zou aandienen!
Het volkscafé De Hoop aan het Gedempte Zuiderdiep in Groningen illustreert de hopeloze treurigheid die het venijn van corona met zich meebrengt.
Maar ach, die lach en die hoop.
dinsdag 1 september 2020
Flayosc
We verbleven enkele dagen in Flayosc. Vrienden die er wonen hadden ons uitgenodigd. Dan zit je in departement Var, vlakbij de mondaine kust van Saint-Tropez en Sainte-Maxime. Die zondagmorgen liepen we al vroeg het dorp in. Het mediterrane leven is zoals het spreekwoordelijke God in Frankrijk. Het verklaart dan ook het hoge toeristische gehalte aldaar. Voor de bewoners is het niet meer dan verplichte dagelijkse kost. De charme zit in de chaleur, in de geur en in de loomheid die het leven daar zo eigen is.
Obers lopen met zware bladen van en naar de volle terrassen onder die eeuwenoude platanen, de boulangier doet met warme croissants en ovenverse baguettes zijn goede eer aan en de tabac verkoopt naast de obligate rookwaren, toeristische prullaria en het regionale dagblad.
Meer dan dertig jaar verzamel ik ansichtkaarten van de plekken die ik bezoek. Deze schuif ik zonder notitie strikt chronologisch in insteekalbumpjes. Ansichtkaarten verbeelden vaak beter de plek die je bezocht dan dat je eigen foto's dat doen. Dus stapte ik in Flayosc de tabac binnen. De kaartencarrousel had nauwelijks iets te bieden: slechts een staande foto van Eglise Saint Laurent, de kerk die het beeld van het dorp alom bepaalt. Dan is de keus gauw gemaakt. Ik liep er mee naar de kassa. Van achter een plastic coronascherm blafte een bullebak me ‘Trois euros’ toe. Omdat dit soort kaarten over het algemeen rond vijftig cent kosten liet ik deze voor wat die was en herhaalde stomverbaasd en retorisch: ‘Trois euros?!’
Na een korte
wandeling door de nauwe straatjes passeerde ik deze tabac alweer. Je kunt er kennelijk niet omheen. En daar stond hij, de bullebak
met zijn sterke, gespierde armen over elkaar, leunend tegen de deuropening van de tabac. Ja, we herkenden elkaar onmiddellijk en gunden ons om uiteenlopende reden slechts een vijandige blik.
De volgende dag passeerde ik na een petit crème in Café Du Midi alweer de tabac. Zoals gezegd: je kunt er niet omheen. Daar stond tot mijn verrassing een blonde jongedame achter de balie. Ik schoof haar de ansichtkaart met de dominante toren toe met daarbij de vraag wat deze me zou gaan kosten. Dat wist ze niet. Een wat kalende collega met zwart ringbaardje raadpleegde ze. ‘Cinquante centimes’, antwoordde hij met een vriendelijke toon waar een vanzelfsprekendheid uit sprak. Ik schoof haar een muntje van vijftig cent toe. Het ringbaardje informeerde ik terloops dat mij de dag er vóór drie euro voor diezelfde kaart werd gevraagd.
Belangstellend vroeg hij naar het moment waarop. Ik wist het me natuurlijk maar al te goed te herinneren. Hij nam er goede nota van.
donderdag 21 mei 2020
Familieband
Jaarlijks genieten we in de hoogzomer van de reünie van mijn schoonfamilie. Deze omvat inmiddels vier generaties. Het is een plezierige traditie, die al jaren plaats vindt vlakbij het Twentse Losser. Daar zien we elkaar voor enkele dagen, we praten weer eens goed bij, we doen wat we doen, overdag gaat ieder zijn gang, er wordt gekookt, gegeten en gedaan en 's avonds spelen we een gezelschapsspel waar niemand onderuit kan én wil! Gezelligheid is er troef.









