dinsdag 23 december 2014

Edward Hopper

Onlangs was ik in Parijs.

Vanuit een vertrekkende metro op station Trinité-d’Estienne d’Orves zag ik in een oogwenk een reclameposter van modeketen H&M. Op het nippertje kon ik deze fotograferen: de metro raasde immers voort naar de volgende bestemming. De maximum snelheid van een metrotrein in Parijs is overigens slechts 50 kilometer per uur. In feite een slakkengangetje. Het razen beleeft men door de ogenschijnlijke vaart waarmee deze door de nauwe tunnelbuizen kachelt.

De foto:



Niet het feitelijke beeld maar belichting, positionering, lichaamshouding en kadrering ervan deden me onmiddellijk denken aan een schilderij van Edward HopperEenmaal thuis zocht ik het op in Edward Hopper, the art and the artist van Gail Levin (1980). Het is het complete, het afdoende overzicht van het oeuvre van deze schilder. 

Summer Evening (1947), dat bleek mijn associatie:





In studiejaar 1984/1985 studeerde een geliefde af aan Academie Minerva, Groningen. Aan haar echte schilderwerk, daar viel niets op aan te merken. Maar de vereiste thematische, kunsthistorische beschouwing, die was niet aan haar besteed. Ik ontfermde me er over. Carte blanche als voorwaarde. Die kreeg ik.

Onderwerp werd Edward Hopper, mijn favoriete Amerikaanse schilder (1882-1967). Zijn werk, maar ook schaamteloze imitaties daarop zien we nogal eens terug als omslag voor een roman of als lp-hoes. Zijn wat impressionistische werk leent zich er eigenlijk ook wel voor: stilte, leegte, verveling en eenzaamheid en vooral het onbehoorlijk voyeurisme dat daarbij past.

Foto’s uit de Volkskrant die me onwillekeurig aan een Hopper doen denken knip ik uit en ik voeg deze in genoemd boek bij de pagina waarop het origineel wordt besproken.

Een vijftal voorbeelden. Eerst Hopper dan de krantenfoto.

Sunlight on Brownstones (1956)



In De Volkskrant van 7 oktober 2002 trof ik deze foto (ANP) aan:
Prins Claus, gezeten op de trappen van een villa in Thessaloniki.



Beide passen en rijmen.

Een volgende:

Two on the Aisle (1927): een elegant gekleed paar neemt, kennelijk als een van de eersten, plaats voor het podium. Een dame op een balkon zit er al. Ze kijkt van hun komst niet op: het programmaboekje vraagt volop haar aandacht.


Tijdens de viering van het 200-jarige bestaan van de Koninklijke Schouwburg in Amsterdam schoot Martijn Beekman in maart 2003 deze foto: chique theaterpubliek in afwachting van de dingen die het te wachten staat.




Op Apartment Houses (1923) begluren we een huisvrouw door een geopend venster en vanuit een wat hoger perspectief. Ze doet haar dingen.




Op onderstaande foto (februari 2004), eveneens van Martijn Beekman, betrappen we de toenmalige SP-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Jan Marijnissen op zijn kamer aan het Binnenhof. 



De overeenkomst is frappant.

Loze ledigheid heeft Hopper verbeeldt in People in the Sun (1960).



Hoewel ze niet echt op elkaar lijken verhaalt dit doek van Hopper en de foto van Olaf Kraak (2003) van een zelfde narcistische toewijding aan het eigen lichaam.



Tot slot.

Room in Brooklyn (1932). In haar schommelstoel dommelt een dame wat in. Ze zit voor een raam met zonneschermen die hier en daar ogenschijnlijk wat willekeurig naar beneden zijn gerold. We staan iets achter haar. Het blauw van haar jurk en die van het tafelkleedje, dat past. Langs en over haar heen kijken we naar buiten.



Van buiten naar binnen zien we een gelijkmatig naar beneden gerolde jaloezie voor een in drie vlakken verdeeld vensterraam en toenmalig VVD minister van Justitie Rita Verdonk in koortsachtig telefonisch gesprek (ANP, 2006).


Hopper.

Dagelijkse kost.

zondag 30 november 2014

Schaeffer

De Fundatie in Zwolle is gehuisvest in een statig pand waarin tot voor enkele jaren de Rechtbank zitting hield. Gunnar Daan heeft het tot museum verbouwd. Met veel respect, maar het bleef een kneuterige aangelegenheid.

Om van dat stoffige, provinciaalse imago af te komen werd architect Hubert Henket gevraagd een ontwerp te maken waarmee het museum zich met vloeroppervlak, maar vooral ook met uitstraling zich landelijk zou weten te meten met het grotere werk.

Henket is een architect die goed naar gebouwen kijkt en luistert. Waar oud en nieuw elkaar raken, daar weet hij als geen ander raad mee. Het neoklassiek gebouw verrijkte hij op het dak met een bolvormige wolk die de bestaande expositieruimte min of meer verdubbelde. Daarmee classificeert De Fundatie zich tot een museum die er in Nederland toe doet.

Ik bezocht de expositie Van Gogh tot Cremer. Aanleiding voor deze tentoonstelling was het feit dat men in De Fundatie een oorspronkelijk werk van Van Gogh toevallig in eigen depot opduikelde: ‘Le Blute Fin’ (1886). Men wist niet eens van het bestaan ervan, laat staan aanwezig in eigen collectie. Genoemde kwalificaties kneuterig en provinciaals blijken hier te passen.

Van Gogh tot Cremer is een duizelingwekkende expositie. De naamgevers verwoorden het palet: het visuele verhaal van Nederlandse kunstschilders die in de 20e eeuw naar het mondaine en artistieke Parijs trokken.

Enkele jaren geleden kocht ik bij een kringloop een olieverfschilderijtje op linnen (22.5 cm x 49 cm) voor € 5,00. Met zwart viltstift is deze prijs op de achterzijde aangebracht. Het is een rustig straattafereel op Montmartre, rechtsonder gesigneerd met J. Schaeffer, Parijs.


Als er Parijs staat dan hebben we met een Hollander van doen.

Dat blijkt maar weer.

Jan Schaeffer is een inmiddels 91-jarige schilder uit Rotterdam. Dagelijks nog actief. Werk van hem vinden we in de Schaeffer Galerie in Dordrecht. Begin jaren ’60 werkte hij vaak in Parijs. Op www.schaeffergalerie.nl wordt het uiteenlopende werk van hem kenmerkend beschrevenMet betrekking tot zijn stadstaferelen lezen we de volgende typering:

In de stadsgezichten van Jan Schaeffer is kleur zijn geheime wapen. Vanuit een blauwe lucht met hoge witte stapelwolken valt het zonlicht op een muurvlak. Zijn stadsgezichten zijn altijd vrolijk door de kleuraccenten op figuren. Het weergeven van de sfeer is belangrijker voor hem dan een architectonisch juist beeld van de werkelijkheid.

Deze beschrijving past mijn Schaeffer.

Bij een recent bezoek aan Parijs ging ik op zoek naar de plek waar Schaeffer begin ’60 zijn ezel op Montmartre plaatste om dit tafereel te schilderen. 

Uiteindelijk belandde ik tegenover café-restaurant Le Consulat, hoek Rue Norvins en Rue Saint-Rustique. Op het schilderij zien we de naam van dit café losjes op de voorgevel aangebracht.

Voilá, het visitekaartje van Le Consulat:



Schaeffer past tussen Van Gogh en Cremer. 

Dat werd me in Zwolle duidelijk.


vrijdag 21 november 2014

Stad


Sinds enkele weken houd ik www.groningendailyphoto.blogspot.nl er op na. Hierop foto's die ik in de stad Groningen maak en die ik voorzie van een summiere uitleg, zowel in het Nederlands als in het Engels.

Onderstaand het Voorwoord, waarmee dit fotoblog over Stad start.







Groningen is een mooie stad, een stad die bruist en verrast. 

Dat zeggen de mensen.

Groningers noemen hun stad Stad, een eigenzinnige claim van een gewoon Nederlands zelfstandig naamwoord. Geen enkele andere stad kan zich deze eenduidige kwalificatie aanmeten. Er is er immers maar één: Stad. En haar inwoners, dat zijn de Stadjers.

Groningen heeft een geschiedenis die als terpdorp terug gaat naar de 13e eeuw. Hier en daar zie je er sporen van terug. Toch is het de jongste stad van Nederland. Dat krijg je wanneer meer dan een kwart van de inwoners student is. De gemiddelde leeftijd van haar inwoners is rond de 38 jaar.

De Stadjers en al die studenten geven samen Stad die alom geprezen reuring, vitaliteit, enerverende drukte en plezierig rumoer.

Op de site www.groningenphotodaily.com laat ik regelmatig iets van Stad zien: een ongewoon perspectief, een saaie alledaagsheid, verrassende architectuur of wat dan ook.

De foto’s maak ik met een Canon 1000 D, een Panasonic DMC TZ 35 of met een Samsung Galaxy 4 Androïd. Hoe makkelijk en creatief deze in toepassing ook is, van photoshop houd ik me verre.

Mijn beelden, die spreken. Vanzelf.



Coen van Uhm.

vrijdag 14 november 2014

DDR

Zondag besteedde het onvolprezen radioprogramma OVT van de VPRO royale aandacht aan de val van de Muur, 25 jaar geleden. Bezoekers aan deze uitzending werd gevraagd iets aan Ostalgia-memorablia mee te brengen. 

Dat deed men volop.

Ik zou op de proppen gekomen zijn met een grauwgrijs katoenen lapje van 20 x 15 cm, waarop vier keer in zachtgroen en in sierlijke belettering Gesundheidswesen is verweven. Ik nam het begin jaren ’80 als pervers curiosum mee na verblijf in een staatshotel in de toenmalige Hauptstadt der DDR.




Uitzonderlijk voor de producten die in de communistische DDR werden gefabriceerd is dat de naam van de fabrikant staat vermeld: Malimo, Textilfabrikat seit 1949. We treffen dit aan in het ophanglusje naast het wasvoorschrift dit doekje vooral bij 95 graden Celsius te wassen.

Welke metafoor verbeeldt meer de vervallen staat waar de Deutsche Democratische Republik eind 1989 verkeerde dan een versleten poetsdoek?


woensdag 5 november 2014

DRU

Mijn ouders zijn geboren en getogen in Ulft, een dorp in de Graafschap aan de Oude IJssel, op steenworp van de Duitse grens. De naam Van Uhm komt oorspronkelijk van de andere kant van die grens en wel uit het nabijgelegen stadje Uedem. De herkomst van mijn familienaam laat zich raden.

Oevers van rivieren brengen vaak een specifieke industrie met zich mee: kaas, baksteen en een braadpan bijvoorbeeld.


Noord-oostelijk Ulft wordt Oer genoemd. Het is een verwijzing naar de sterk ijzerhoudende grond die men rond de Oude IJssel aantreft. Klinkende, industriële bedrijfsnamen als DRU, B&B en ATAG vinden er dan ook hun oorsprong. Een simpele, nutteloze uitleg: DRU staat voor Diepenbrock & Reigers, Ulft (1754), B&B voor Becking en Bongers (1920) en ATAG voor Anton Tijdink en Anton Gerritsen (circa 1950). Merknamen waren ooit sterk en logisch. Dat zien we hier maar weer. Kom daar tegenwoordig maar eens om: wat zegt ons bijvoorbeeld Espria, Enexis en Arcadis?

DRU is inmiddels roemrijke, industriële geschiedenis. Maar de zeven bakstenen fabrieksgebouwen, die staan er nog: trots, sterk en fier. Rijksmonumenten.
In enkele ervan is de prestigieuze DRU Cultuurfabriek gehuisvest. Toneel, theater, muziek, film, komedie en dans, het kan er allemaal niet op. Ook is er een klein, nostalgisch museum in ondergebracht, waar het indrukwekkend verleden van de in 1754 opgerichte ijzergieterij wordt geëtaleerd.

Het bleek de juiste plek voor een reünie met de neven en nichten van moederskant. Bij die gelegenheid maakte ik de volgende drie foto’s. 



Deze kleurige, oer-Hollandse pannen, hier en daar wat beschadigd aan het email, brengen ons terug naar de warme, gezellige keuken van de zorgzame Saartje, waar landloper Swiebertje en veldwachter Bromsnor elkaar zo amateuristisch en theatraal in de haren vlogen.



De NTS zond Swiebertje eind jaren '50 en begin '60 uit. Zwart-wit. 

Het geheugen kleurt de herinnering.





donderdag 9 oktober 2014

Rothko


Het Haags Stedelijk Museum biedt ons momenteel een grote overzichtstentoonstelling van de Amerikaanse schilder Marc RothkoIn de NRC van vandaag werd deze expositie paginagroot onder de belangstelling van haar lezers gebracht. Dat moest maar eens. 

De kritieken, die logen er niet om. Ze waren aan mij besteed. Ik ging er dan ook op af.

Onmiddellijk na de entree hoopten de belangstellenden zich al op. Een gids gaf hen vanaf het begin van de expositie uitvoerige uitleg over en interpretatie van Rothko's werk. Dat behoeft het.



Rothko past in het rijtje Talens, Sikkens, Nelf, Tollens en Flexa. Pakkende namen die er toe doen in de schilderwereld. Rothko blijkt een grootgebruiker van verf. Met de grove, brede roller stapelt hij kleur op kleur. De mensen die het kunnen weten waarderen vooral zijn latere werk. Het zijn de grote, wat rafelige doeken, vooral mono- of duochroom. Er wordt een cryptische beeldfilosofie aan toegedicht die mij volstrekt boven de pet gaat. Gestapelde verfblokken. Voor mij niet meer dan dat.

Onbegrepen kunst.

Untitled (1970) is een doek met uitsluitend rood acryl. Een andere naam dan deze had de lading niet kunnen dekken. Een dame stond er eindeloos in vervoering naar te koekeloeren. Ze maakte het me onmogelijk dit doek in combinatie met de Victorie Boogie Woogie (1944) van Mondriaan zonder haar aanwezigheid daarop fotografisch weer te geven. Uiteindelijk herpakte ze zich en ging ze naar elders. Dat bood me de gelegenheid:




Het verwonderde me dat Untitled een rekje verdient dat de mensen op wat afstand van het werk verplicht en dat de Victory Boogie Woogie zo makkelijk aanraakbaar is. 

Mondriaan is twee jaar bezig geweest met papier, schaar en sellotape, kwast, lijm en verf, Rothko volstond met kwast, doek en knalrode verf.

Bij de expositie trof me een zwart-wit foto van Rothko, uitgeblazen gezeten in zijn bedompt atelier. Zijn voeten gestrekt op een stoeltje voor hem, de ruimte gevuld met tegen elkaar gestapelde, onverkochte doeken en grauwe rook van zijn walmende sigaret. Armoedige artisticiteit, dat maakt de meester.

Gummbah schetst in zijn absurdistische cartoons regelmatig de confrontatie van gewone mensen met abstracte kunst.



Vergelijkbare cartoons kregen een tekst als 

“Ik zeg: Doodknuppelen, die hap.”

en

“Wat doe ik hier nog in dit apenland?”

Gummbah is me liever dan Rothko.









maandag 8 september 2014

Bruce Gildo

Rex Gildo was een Sanger uit de Duitse sentimentele schlagermusik van de jaren ’60 en ’70, een muzikale volkscultuur die bekend staat als Die Weiche Welle. Niets treffender dan deze slappe Duitse woorden kenmerken deze muzieksoort.

Gildo was in die tijd met zijn verleidelijke lach, zijn parelwitte gebit, zijn door zonnebank gekleurde huid, zijn strak zwart kapsel en zijn klare, blauwe ogen het toonbeeld van goed fatsoen en zorgeloze vrolijkheid. Kortom, de schoonzoon die ieder zich vooral zou wensen. Maar intussen bleek het tieneridool ook de stille nicht. Kortom, vorm en inhoud, die deugden maar half. Of misschien wel veel minder dan dat.

Aan vergankelijkheid, daaraan ontkomt geen mens. Zelfs Rex Gildo niet. Dit existentiële feit deprimeerde hem in de jaren ’80 ernstig, evenals de fors afnemende verkoop van zijn muziek. Optredens voor plaatselijke bedrijfsfeestjes, meubelboulevards, feesttenten en het openen van een nieuwe vestiging van een Aldi hier of een Lidl daar, die hielden hem op het laatst financieel op de been. Een glanzende carrière eindigde in 1999 in tragische treurnis met een duik uit het badkamerraam van een hotel in München .

Ik pluis zo af en toe in de verrassende stoffigheid van tweedehands. Onlangs trof ik er een lp, waarvan de hoes me frappeerde.

In de zomer van 1978 verscheen Darkness on the Edge of Town, het onovertroffen pièce de résistance van Bruce Springsteen: stevig dichtgetimmerde spierballenmuziek die wisselde met melancholische, troostrijke ballades. Een jaar later kwam Rex Gildo met Komm nach Haus op de proppen. Het is een zorgvuldig geproduceerd allegaartje van dijenkletsers, zigeunermuziek en Schlagers.

Andere Mannen. Andere Werelden. Andere Werken.

Ik loop beide hoezen even na.

Met de kraag stoer en ferm omhoog staan beiden iets rechts van het midden, de een voor een achtergrond van dichtgeklapte luxaflex, de ander voor een verticale wand van vurenhouten schrootjes. De handen verkiezen min of meer dezelfde positie. Ook de afsnijding van de foto is dezelfde: rakelings boven het hoofd en aan de onderzijde rond het middel. Een pluizig plukje haar siert hun beider voorhoofd. Gestileerde nonchalance.

Dan bekijken we de achterzijde.

We zien allereerst de nadrukkelijke vertikaal ter rechterzijde. Beiden kiezen met slechts het bovenlichaam en het V-halsje de middenpositie. Hun ogen zoeken de camera: Springsteen met achterdocht, Gildo behaagzuchtig.

En alsof het allemaal niet op kan, blijkt de plek van de belettering identiek.  

Kortom, nicht Gildo imiteert het meesterwerk van macho Springsteen schaamteloos in beeld en typografie. Juridisch zou men kunnen zeggen dat Gildo  zich door Springsteen liet inspireren: hij citeert. Anderen zullen het eerder als plagiaat kwalificeren. Hoe dan ook, gelukkig bleef het uiteindelijk bij deze visuele knipoog. Méér dan deze zou niet te verteren zijn geweest.

Het was Rex geraden.