vrijdag 18 april 2014

Passion

Sinds drie jaar verbeeldt de Evangelische Omroep rond Pasen op spectaculaire wijze het lijdensverhaal van Jezus, verpakt in een ongeloofwaardige eigentijdse jas: Passion.

Het is een tv-drama waarin BN-ers een prominente rol vertolken. 

Voor wat het waard is.

Vanavond vond de uitvoering ervan in Groningen plaats. Stad stond dagenlang onhandig op de kop. Voor deze reli-kitsch moest veel wijken en worden gedoogd. Dat gebeurde.

Passion.

Ik dacht even aan het schuurpapieren stemgeluid van Rod Stewart en wel aan zijn gelijknamige single, afkomstig van de lp Foolish Behaviour (1980).



Wanneer lijden vermaak wordt spreekt men van sadisme, een perverse vorm van foolish behaviour. 

Het is niets anders dan dat.


maandag 10 maart 2014

Shorto

Medio 2013 verscheen Amsterdam van Russel Shorto, journalist van The New York Times. Het is een indrukwekkende en gedetailleerde geschiedenis van onze hoofdstad. In de subtitel wordt Amsterdam de meest vrijzinnige stad ter wereld genoemd, een kwalificatie die de stad siert.

Ik leende het boek bij de Openbare Bibliotheek Groningen.


De 400 pagina's had ik nog lang niet doorgenomen: de uitleentermijn moest dan ook worden verlengd. Omdat het bonnetje dat me bij het lenen werd verstrekt daarin nogal onduidelijk was, vervoegde ik me bij de balie van de bibliotheek. De vriendelijke medewerker scande mijn lenerspas nog maar eens, printte de gegevens en constateerde dat ik Amsterdam op het moment dat ik het leende ook weer had ingeleverd. 





“Maar het boek ligt bij mij thuis op tafel,” riposteerde ik.

“Dat kan niet, want kijk: u heeft het op 29 januari teruggebracht,” stelde de bibliothecaris, daarbij blind vertrouwend op evident gebrekkig, digitaal databeheer van zijn werkgever.

Verbluft en met stomheid geslagen nam ik me voor om voor Amsterdam royaal de tijd te nemen. 

Die tijd is me aantoonbaar gegund.

zondag 9 maart 2014

De Jong

Medio jaren ’70 woonde ik in de Radijsstraat, een volks straatje nabij het Noorderplantsoen in Groningen. Mijn vriendinnetje studeerde in Baarn. Ze beschikte er over een telefoon. 

Luxe. Een constatering die tegenwoordig erg merkwaardig aandoet. 

De dringende behoefte elkaar even te horen was destijds zeker niet minder dan nu. Per post spraken we dan ook af wanneer ik haar zou bellen. Haar telefoonnummer herinner ik me als de beste: 02154-8125, een ritmische, haast melodische cijferreeks. Gecodeerd verlangen.

Als je destijds vanuit een PTT-telefooncel belde, dan was je voor de gespreksduur afhankelijk van de hoeveelheid kwartjes die je in de telefoon gooide. Het gaf haast, ongemak en onrust. Ik belde haar dan ook altijd met de bakelieten telefoon van het kleine, bruine café De Jong, die links in het gangetje van het café naar de slijterij hing. Een simpel tellertje deed zijn werk. De zoete momenten werden per gespreksduur verrekend.

Cafés zijn geen telefooncellen. Na ons telefonisch gesprek dronk ik er dan ook een glaasje bier en liet mijn gedachten even gaan naar waar ze waren. Daarbij verwonderde ik me steeds over de minimale afmetingen van het café: circa 5 m x 5 m. Alleen café De Groot aan de Rodeweg was aanzienlijk kleiner.

De stamgasten,dat waren Stadjers,vooral mannen van middelbare leeftijd die in hun eigen, onnavolgbare Grönnigs de gemoedelijke, intieme sfeer bepaalden. Anderen trof je er niet, uitgezonderd een toevallige telefonist.

Kenners van de Groninger kroegen wisten vaak niet van het bestaan van De Jong. Misschien maar goed ook. Sommige dingen houd je liever voor jezelf, zoals dit pareltje aan het eind van de Nieuwe Boteringestraat. Zo klein het was, het had twee pal naast elkaar geplaatste voordeuren, de een net wat breder dan de andere. Een idioot bouwkundig gegeven. Daarboven een bont glas-in-loodraam, waarin sierlijk de historische benaming M. de Jong Vergunning.


Een bar met een glimmende glazenkast en een gepoetste spiegel stond in de breedte van het café. Vier barkrukken boden er plek. Dan was er de stamtafel waaromheen twaalf stoelen. Dertien, dat zou nooit lukken! En met het enige tafeltje aan het raam met twee stoelen, dan was het café meer dan vol. Ondanks de vitrage stond dit tafeltje altijd in het zonlicht. Er lagen altijd twee bierviltjes op: een voor de een en een voor de ander. Nam je deze weg, dan was het alsof ze er nog lagen: de zon had het tafelblad in de loop der jaren donkerder gekleurd, behalve onder de twee bierviltjes: lichte, ronde contouren.

De Jong was oud (1885). De houten vloer en lambrisering getuigden ervan. De dikke plavuizen die een vierkante meter van de entree uitmaakten intrigeerden me. Waarom en waarom daar? Het werd me nooit helder.

Even om de hoek, aan de Noorderbinnensingel, bevond zich een houten deur in een blinde muur. 


Het was de entree naar het binnenplaatsje en wel naar de kleine, maar volstrekt complete slijterij van De Jong.Kil tl belichtte al hetgeen De Jong de mensen zoal te bieden had.Van alom wist men deze tot in de kleinste uurtjes te vinden.

Het café werd medio ’80 uitgebreid met een biljartkamer. Daarmee werd De Jong qua oppervlakte meer dan verdubbeld. Wat tafeltjes er om heen en het café oogde natuurlijk nogal groter. Toch bleef het oorspronkelijke café altijd het hart van de zaak.

De Jong was ook een verenigingscafé: er werd gekaart en in competitie gebiljart en voor drie verschillende hengelaarclubs was het hun honk. De kloeke prijzenkast verhaalde van veel triomfen. Twee aan de wand aangebrachte vitrines met een geprepareerde snoek én een snoekbaars lieten aan visliefde niets aan duidelijkheid te wensen over. Onder de laatste hing een saai, maar toch monumentaal bord waarop vanaf 1952 ieder jaar in juni een metalen plaatje werd toegevoegd waarop de traditionele jaarlijkse visdag van E. de Jong stond gegraveerd. Die van 2013, dat zou de laatste zijn.

Hoe het de vissers, de biljarters, de kaarters en de stamtafel zal vergaan, dat is in het ongewisse, maar op zondag 2 maart sloot café-slijterij De Jong definitief al haar deuren.

In Volle Glorie.

zondag 23 februari 2014

NS

Het logo van de NS staat iedere Nederlander in het hoofd gekerfd. Het is een ijzersterk beeldmerk, dat meer dan veertig jaar geleden door Gert Dumbar werd ontworpen.
Vraag iemand dit zo maar even uit de losse pols te tekenen, dan ontspoort het totaal. Zo simpel het lijkt, het is een ingewikkeld en vernuftig lijnenspel van wissel en vaart.

De NS.

Op 25 september 2013 stuurde ik onderstaande brief aan de Nederlandse Spoorwegen. Hoewel een wat slordige kopie laat de inhoud ervan aan duidelijkheid niets te wensen over.




Een brief met identieke inhoud, maar dan met aangepaste persoonlijke gegevens van mijn partner, ging tegelijkertijd op de post. Ik laat deze hier dan ook als overbodig achterwege.

Het duurde even, maar toen kwam er een verbluffend antwoord op ons beider, identiek schrijven. 

Eerst dat aan mijn partner.



Vervolgens het antwoord dat ik mocht ontvangen.



Authentieke documenten, die liegen niet.

Wat opvalt is dat onze claims werden behandeld door twee verschillende personen, Vissers en Zijderveld, maar dat hun schrijven werd gesigneerd door verantwoordelijk operationeel manager klantenservice Rob Sluijsmans. Hij tekent voor inconsequentie. Zijn achternaam past een functionaris, die alles wat op hem afkomt delegeert. De laatste twee letters ervan maken hem nog gewichtiger dan dat hij al kennelijk is.

Beiden konden vanzelfsprekend geen genoegen nemen met de afwikkeling van onze claims, waarin genadige willekeur haaks op straffe regelgeving bleek te staan. We richtten ons dan ook nogmaals tot Sluijsmans, waarbij we hem wezen op zijn onnavolgbare afwikkeling van een en ander. Hij sluisde een en ander nu door naar E. van Gorkom, die onze kwestie billijk recht trok. 




Recht verpakt in Gunst. 

Was getekend: Sluijsmans.

zondag 26 januari 2014

Winter 2014

Met een flink pak sneeuw en een gure, ijzige temperatuur werd Groningen vannacht door de winter gegijzeld. Het werd tijd. Winters laten zich niet achteloos passeren.

De mensen waren vanmorgen al rap in de straat gaande met ouderwetse, houten sleetjes, maar vooral met drukke kleuters die niet wisten wat ze zagen.

Maar ik wist het wel degelijk.
Slordige,verticale rechtlijnigheid in abstract tricolore.

Als men het beeld wat kantelt, dan wordt het ineens concreet.

Waarneming is visuele gymnastiek. 

zaterdag 25 januari 2014

Walzer

Ieder jaar programmeert het Noord Nederlands Orkest begin januari het Nieuwjaarsconcert, altijd een luchtig, niets-aan-de-hand iets, waarbij vooral dijenkletsers en wat ondeugende aria’s uit de operettewereld de boventoon voeren.

Maar men steekt steevast van wal met het Grönnens Laid. Wanneer de eerste noot van dit Groninger volkslied wordt ingezet, dan staat het voltallige publiek als vanzelf op en zingt het met trots en uit volle borst mee. Het is een klein moment dat me altijd raakt.

Het programma van vanavond biedt onder meer werk van Strauss jr., Kálmán en Léhar. Het is de wereld van de wals en de operette. Vooral in het Wenen van de fin-du-siècle was dit werk erg populair. De bürgerliche Geselschaft met haar preutse, schijnheilige Victoriaanse moraal werd daarin vaak op lichtzinnige en kluchtige wijze de maat genomen. Aan de andere kant stoffeerde deze muziek ook de pracht en praal van het Habsburgse Rijk.



Hoe lekker dit werk ook klinkt en swingt, Strauss jr minachtte zijn eigen muzikale bezigheden. Als beroep liet hij in zijn paspoort walsfabrikant noteren: een gewichtig industrieel. Desondanks geniet men na meer dan een eeuw, op de geëigende momenten, van zijn charmante composities.

De sopraan Jeanine de Bique betreedt onder enthousiast applaus het podium. Ze schudt de dirigent warm de hand, ze knikt minzaam naar het orkest en volgt het met ‘Heia, in den Bergen ist mein Heimatland’. Het is een mooie tekst, die aan de verbeelding niets te wensen over laat. Ogen dicht: Oostenrijk.

Jeanine de Bique is afkomstig uit Trinidad, een Zuid-Amerikaans land dat men eerder associeert met calypso, reggae en lichtzinnig carnaval, dan met het truttig, burgerlijk Weens genre. Het was dan ook een raar, wat vervreemdend gezicht deze dame dit typisch Midden-Europees repertoire uit de 19e eeuw bij dit Nieuwjaarsconcert te zien zingen. Bij bepaalde muziek passen slechts traditionele, vastgeroeste beelden. Ook hier. Het is niet anders en dat was me goed en wel duidelijk. Een foto bij een summier verslagje dat het huis-aan-huisblad De Groninger Gezinsbode aan dit concert besteedde illustreerde dit fraai. (Overigens zou ik als fotoredacteur er een gekozen hebben, waarbij de linkerhand van de violiste niet de oksel van De Blique kietelt.)



Het nam niet weg dat la Blique de Schwung und Erlebnis van het Wenen van toen feilloos wist te raken. 

Zo anachronistisch het leek, de avond klonk als een klok.



zaterdag 28 december 2013

Guilford Street

Zelfs als de feitelijke productie van de musici van vervlogen jaren dateert, dan blijkt hun muzikale erfenis nog vaak een lucratieve melkkoe. Die van The Beatles bijvoorbeeld. Gedurende acht jaar namen ze dertien studioalbums op, plus een veertigtal singles, vrijwel alle van die elpees geplukt.

De laatste decennia werd de muzikale catalogus van The Beatles compleet én gecompileerd in de meest denkbare varianten gereleased: in mono en in stereo, op vinyl, single, EP en LP, op CD, in luxe box, in gelimiteerde oplage, in nieuwe verpakking, op cassettebandje, op 8-track en mp3. 

Wanneer de geluidstechniek een volgende stap doet, dan wordt het integrale oeuvre telkens maar weer geremastered op de markt gebracht. Afgezien van de vaak verrassend fraaie presentatie heeft een en ander eigenlijk weinig aan het al door en door bekende geluid toe te voegen. Het is een onophoudelijk draaiende, muzikale wasmachine.

In 1994 verscheen Live at the BBC. Deze titel behoeft weinig uitleg: het betreft radioprogramma’s uit de periode 1963-1965. Aansluitend daarop verscheen onlangs On Air: Live at the BBC Volume 2.

Professionele geluids- en beeldbanden waren begin jaren ‘60 erg prijzig. Deze werden dan ook zo vaak als technisch mogelijk was hergebruikt. Een schat aan opnames van de vele liveoptredens van The Beatles bij de BBC zijn destijds dan ook jammerlijk gewist. Afleveringen van Ja Zuster, Nee Zuster bestaan om die zelfde zuinigheid niet meer. Aan de hand van bandrecorderopnamen van fans van het eerste uur, die toen al goed in de gaten hadden wat hen te doen stond, is On Air: Live at the BBC Volume 2 samengesteld. De vaak matige geluidskwaliteit van deze opnames zijn in de Abbey Road Studios optimaal opgepoetst.

De voorzijde van de hoes intrigeert.

Een aantal glanzende, zwart-wit ansichtkaarten van The Beatles uit 1963 koester ik. Ze verbeelden het begin van een cultuurverandering, die The Beatles wereldwijd teweeg zouden brengen.

Iconische foto’s. Een daarvan is deze.



Het is 2 juli 1963; The Beatles hebben zojuist Hotel President in Londen, rechts achter hen, verlaten. Kwiek, parmantig en ontspannen lopen ze richting Russell Square. Zoals gezegd: het is het prille begin van een carrière die door hun manager Brian Epstein uitgekiend op de rails wordt gezet. Hun authentieke uiterlijk van rocker - kuif en leer - vervangt hij in brave, wat deftige, kraagloze kleding met de nadrukkelijke signatuur van de Franse couturier Pierre Cardin. Op deze foto, vanuit opmerkelijk laag perspectief gemaakt door Dezo Hoffmann, blijken deze pakken kennelijk nog in de maak. In afwachting daarvan kleden ze zich alvast keurig, goed en gesoigneerd: broeken met scherpe plooi, een strakke stropdas en glimmend schoeisel.

Een detail. De das van Harrison is wat aan de korte kant, die van Starr misschien juist aan de lange: hij heeft het teveel in zijn broek gepropt. Bij Lennon idem dito, maar dat zie je niet zo goed. Maar wèl dat hij een stugge, lederen jas in zijn rechterarm draagt. Na deze fotosessie zal hij deze ongetwijfeld weer aantrekken. Het is een jas die hem beter past dan welke dan ook. (In 1975 verscheen zijn zesde soloplaat Rock’n Roll met op de hoes een foto uit Hamburg, begin jaren ’60: Lennon als Lennon: a working class hero en rocker, destijds altijd gekleed in dat glimmend, zwartleren vliegeniersjasje.)

Rond de tijd dat bovenstaande foto is gemaakt wordt er aan She Loves You gewerkt. McCartney heeft een onbedrukt hoesje met daarin een single stevig in zijn hand; je ziet een heel klein stukje zwart vinyl. Misschien wel een demo van deze single. De release van She Loves You - verpletterende energie, geperst in iets meer dan twee minuten 7" vinyl - ontketent de hysterische beatlemania.

Voor de hoes van On Air: Live at the BBC Volume 2 is deze levendige foto gebruikt. Het is een treffende keus.



Het zwart-wit is hier en daar met zachte pasteltinten ingekleurd. Je vraagt je af waarom. Iets anders des te meer: op de oorspronkelijke foto zien we tussen Lennon en Starr op de achtergrond een heer met een niet al te zware koffer richting entree van Hotel President benen. Tegelijkertijd gaat een lange man de andere kant op.Over zijn arm, een gevouwen jas. Als Lennon.

Heen en weer verkeer. Hotels eigen.

Op de hoes van On Air: Live at the BBC Volume 2 blijken beide heren hun weg definitief gevonden te hebben: ze zijn immers verdwenen.

Stalin verordonneerde dat op iedere publieke foto waarop Trotzki figureerde de in ongenade gevallen kameraad systematisch moest worden weggepoetst. Retoucheren heet deze techniek.

Waarom treffen toevallige hotelgasten hier dit zelfde lot? De muziek wordt er immers niet beter van dan dat deze al is. 

En uiteindelijk draait het daar alleen maar om.