woensdag 10 april 2013

Guillotine



In Bristol en Brighton, mooie Britse namen overigens, werd de dood van The Iron Lady uitbundig gevierd. Haar thatcherism leidde in de jaren ’80 met name daar tot massale rellen en gewelddadige onlusten.

Morrissey was de frontman van The Smiths, misschien wel de beste, meest verrassende band van de jaren ’80. Op zijn eerste solo-lp, Viva Hate (1988) horen we als slot het weemoedige Margaret on the Guillotine.

Wat slordig weergegeven, maar hier de tekst:



Niet beknopter dan 'Viva Hate' kan de strekking van het liedje worden samengevat. 

Haat wordt in traag parlando, akoestisch verpakt. Het werkwoord to die krijgt telkens maar weer vocaal en muzikaal de enige nadruk.

In pizzicato werkt de violiste speels en in steeds maar hogere noten naar een climax totdat het tokkelend spel plots en abrupt wordt afgebroken door het geluid van een valbijl, metaal op metaal, een guillotine die het afdoende doet zoals het moet.

Venijnig vitriool.

https://www.youtube.com/watch?v=hsq3H_6XuFA

maandag 8 april 2013

Landleven

Een billboard van FREYA, aangebracht in een design bushalte van JCDecaux, dat ontging me natuurlijk niet.

 
FREYA is een webwinkel in lingerie. Deze bedient vooral de grote maten. Met dit verleidelijke affiche bekoort ze allerminst de feitelijke doelgroep.

Mijn gedachten gingen naar de vierde lp van Roxy Music (1974).



Country Life is deze getiteld. Tegen die achtergrond doet de hoes hoogst curieus en merkwaardig aan.

Met de rechterhand op haar heup poseert de dame van FREYA net wat minder onkuis dan dat de wulpse dame links op Country Life expliciet doet.

Niet schaarse kleding, maar gesticulatie maakt het verschil tussen middenstand en erotiek.

maandag 18 maart 2013

Ypke



Ypke is overleden.

Het stemt me treurig.

De kranten maakten er gewag van.

Het Dagblad van het Noorden wist er wel raad mee. In een hoofdredactioneel stuk op pagina 11 van 11 maart jl wordt bij zijn overlijden een infame insinuatie gedaan. Kennelijk had de krant nog een en ander met Gietema te vereffenen. Schandelijke, tendentieuze journalistiek waarop Ypke op zijn kenmerkende wijze zou hebben gereageerd wanneer hem die mogelijkheid bij leven was geboden. Kortom, journalistiek van bedenkelijk allooi.

Ypke had weinig woorden nodig om tot de essentie te komen. Erg weinig woorden zelfs: een venijnige kwinkslag of een schalkse blik bleken vaak afdoende. In ieder opzicht was hij een mooie man, een rebels provocateur die zijn jeugdige bravoure nooit verloor. In 2011 bezocht ik een expositie rond een anarchistisch Gronings collectief. Ik trof er deze wat grofkorrelige foto, genomen tijdens de tumultueuze krakersrellen rond het Wolters-Noordhoff Complex in 1990. 

Hij staat er karakteristiek op: sterk, stoer, stuurs en strijdbaar.


Anderzijds was hij ook de innemende charmeur. Maar zijn grote liefde bleef, hoe dan ook, onvoorwaardelijk mijn vrouw, waarmee hij altijd discreet naar zijn Jeanette verwees.

Voor het uiteenzetten wat deze koppige Fries voor Stad heeft betekend voldoet de verwijzing naar de Rotterdam-Maaskant-prijs, die hij vrijwel onmiddellijk na zijn opstappen als Wethouder Ruimtelijke Ordening in 1994 ontving. Deze prestigieuze prijs wordt toegekend aan iemand die zich in bijzondere mate heeft onderscheiden op het gebied van architectuur en stedenbouw.

Voorwaar, niet niks!

Tot slot.

De honden die hem dagelijks op zijn pad kwamen trakteerde hij vanuit zijn linker jaszak op een hondenbrokje. Aan zijn blijvende afwezigheid, daar zullen ze snel wennen.

Ik moeilijk.

zondag 17 maart 2013

Het Stedelijk



Onlangs bezocht ik het door Mels Crouwel uitgebreide Stedelijk Museum in Amsterdam. Een verbouwing die technisch en financieel jarenlang heel wat voeten in de aarde met zich mee heeft gebracht.

De treinreis vanaf Groningen spoorde via de recent geopende Hanzelijn. Van Lelystad tot Almere passeer je een omvangrijk, kaal gevreten ruige grasvlakte waar de meeste bomen horizontaal liggen. Exemplaren die er nog bij staan zoals het eigenlijk hoort wachten hetzelfde lot: we passeren rechts de Oostvaardersplassen, een Hollandse savanne, een wildernis waar niet de beleidsmakers, maar de natuur het voor het zeggen heeft. Geïsoleerd zie je grazende kuddes van de meest uiteenlopende soort hoefdieren. Het gaat elkaar allemaal uit de weg. Het heeft daartoe zijn redenen.

Hoe dan ook, verrassend en indrukwekkend.

Deze kwalificaties passen ook de uitbreiding van het Stedelijk. Deze kreeg inmiddels de rake bijnaam badkuip toebedeeld.

Hoe anders?



Eenmaal binnen werd ik gelokt door wat de talrijke zalen van het oude gedeelte etaleerden. Naast een uitputtend overzicht van Kelley toonde het Stedelijk veel werk uit eigen collectie. Dat moest maar weer eens. Een en ander heb je immers niet voor niets in depot.

Het betrof onder meer The Beanary van Edward Kienholz dat uit de mottenballen is gehaald en helder en fris is opgepoetst. Belangstellenden werden een voor een, stuk voor stuk, een kort verblijf in het café gegund. Zo vaak ik The Beanery in decennia bezocht, zo achteloos werd men er altijd zonder enige restrictie toegelaten. Tijd maakt kunst groter dan dat het al was. Na al die jaren koestert Het Stedelijk dit bijzonder bezit dan ook.


Eén schilderij hield mijn aandacht wat langer vast dan dat dit mij gemiddeld doet. Het was een groot, wit beschilderd doek van circa 3 bij 3 meter, dat in zijn geheel wegviel tegen de witte wand waaraan deze was opgehangen. De zwarte lijst attendeerde me op de aanwezigheid ervan. Een subtiel detail is het vrijwel onzichtbare lichtblauwe kader van de binnenlijst.

Ik fotografeerde het en passant vanuit de losse pols met mijn Samsung. Dat verklaart misschien dat de hoeken ogenschijnlijk niet haaks op elkaar aansluiten dan dat deze in werkelijkheid wel degelijk doen.
Het is in 1963 geschilderd door de Amerikaan Jo Baer, een pionier in de conceptual art. De titel van het werk, Korean Painting, ontging me volstrekt. Dat laat zich raden.

Voor deze nietszeggende beeldtaal zou, in Koreaanse traditie, een titel als De Grote Leegte de spijker meer op zijn kop geslagen hebben.


zaterdag 16 maart 2013

Jussen



Het NNO programmeerde het 5e pianoconcert van Beethoven, het Keizersconcert  (1809). Hij schreef het toen hij al zo doof was als een kwartel.


Stefan Asbury dirigeert, Lucas Jussen soleert.

Lucas maakte ik bij een eerdere gelegenheid samen met het NNO mee. Een sensationeel talent. Reden om vanavond vooral maar weer van de partij te zijn.

Voilá.

Orkest en dirigent zijn er klaar voor. Dan komt Lucas met korte, vlotte pas, wat licht voorovergebogen,  met gesteven, witte kraag en met fladderende, zwarte zwaluwstaart op zijn vleugel aangelopen.

Heel even waanden we ons in de wereld van de ornithologie.

Ashbury en Jussen schudden elkaar de hand, wisselen een blik van verstandhouding en met een wat aarzelend akkoord begint het pianoconcert, dat vervolgens minutieus de partituur volgt. Lucas zit linksachter de dirigent. Deze heeft er tijdens het concert letterlijk nauwelijks omkijken naar: Lucas lijkt met zijn verfijnde, lyrische toets  het orkest  vanzelf met zich mee te nemen. Ashbury oogt overbodig, maar het ontgaat ons wat hij hoort en doet: het orkest in al zijn finesse dirigeren.

Ondertussen.

Lucas straalt een onbezorgde jeugdigheid uit die je met vaderlijke bezorgdheid  doet afvragen hoe hij vanavond nog thuis weet te komen.

Na afloop staat het publiek massaal voor hem op, het buigt als een knipmes en weet met het daverend applaus van geen ophouden. Als toegift worden we getrakteerd op een lyrische sonate, een dromerig miniatuur, dat zich zachtjes aandient en troosteloos in melancholie wegsterft.

Chopin? Misschien wel Fauré!

Ik wist het niet.

Na afloop trof ik in de wandelgangen de jonge virtuoos in klein gezelschap. Een vrolijk korenblauw overhemd, hier en daar gelardeerd met horizontale gele streepjes had hij inmiddels voor de rok omgewisseld. Van zijn grootse allure aan de vleugel resteerde een bescheiden, aangename tiener. Met zijn coupe en blik deed hij me denken aan Rob Bolland, zoals we hem in al zijn frisse jeugdigheid links aantreffen op de hoes van de eerste lp van Bolland & Bolland Florida.(1972).



Terzijde: Florida is een vrijwel onbekende, maar een grote muzikale parel in de Nederlandse pophistorie. 

Het gezelschap rond Lucas bleken zijn ouders en een vriendin. De ouders musiceren bij het Nederlands Philharmonisch Orkest. Die wisten dan ook meer te verhalen over de muzikale toegift.

Inderdaad: Fauré. Het stuk is getiteld Sans Paroles # 2. Moeder twijfelde: misschien was het toch wel #3. Hoe dan ook, Sans Paroles is een meer dan treffende titel voor deze louter instrumentale compositie.

En Lucas, die ging mooi terug naar huis in de auto van zijn ouders. Op de achterbank.

Dit stelde me gerust.

donderdag 28 februari 2013

Juliette en Maureen (slot)




De president van de Hoge Raad, Geert Corstens, wees onlangs (De Volkskrant, 5 februari 2013) op de hoge werkdruk voor rechters. Deze zou tot ongelukken kunnen leiden. Welke, die liet hij in het ongewisse.

Deze angsthazerij herinnerde me aan de futiele zaak Juliette en Maureen, zoals op 11 januari 2012 en 30 mei 2012 hier uiteengezet: veel werk voor het OM én de rechtelijke macht om iets van niets.

Ik pak de draad op waar we op 30 mei 2012 waren gebleven.

Het hoger beroep in deze diende bij het Gerechtshof in Leeuwarden op vrijdag 23 juni 2012. Al weer lang geleden, maar dat doet er niet toe.




Vol goede moed reisden Martin, de advocaat van Maureen, en ik naar Leeuwarden. De Audi Break van zijn vrouw bleek een wat rommelige, maar gezellige huiskamer. Onderweg strooide Martin met vermakelijke anekdotes die tegen onderhavige juridische onbenulligheid aanleunen. De strekking luidde, dat je soms lange wegen moet bewandelen om uiteindelijk je gelijk te krijgen.

Daartoe reisden we dan ook af naar Leeuwarden.

Eenmaal bij de Rechtbank gearriveerd zag ik hoe het legaat, dat architect Abe Bonnema de Friese hofstad enkele jaren geleden naliet, Leeuwarden stedenbouwkundig fraai heeft verrijkt. Bonnema maakte de bouw van het nieuwe Fries Museum mogelijk onder voorwaarde dat dit zou worden gerealiseerd op het vlakke, saaie, grote, foeilelijke Zaailand, dat het centrum van Leeuwarden zo troosteloos maakt. Voor het ontwerp werd architect Hubert-Jan Henket gekozen. Wie anders? Henket heeft gevoel voor historie en context en daar bouwt hij zorgvuldig naar.

Het Zaailand lag er inmiddels al fraai bij.



Maureen meed deze zaak: de emoties die haar eerder bezoek aan de kantonrechter opriepen waren haar meer dan genoeg. Haar moeder Margreet vertrok eerder die dag op eigen gelegenheid naar Leeuwarden. Eerst winkelen met haar zus: de voor de hand liggende combinatie van het nuttige en het aangename.

Gezeten in de plechtige hal van het Gerechtsgebouw wees de dienstdoende bode me er overbodig op dat ik niet ter rechtszitting zou worden toegelaten: de zaak betrof immers een minderjarige. Deze wordt altijd achter gesloten deuren behandeld. De bode kweet zich nauwgezet van zijn taak. Bij aanvang van de zitting verzocht Martin gemotiveerd het Hof of ik desondanks aanwezig zou mogen zijn. Na daartoe te hebben geraadkamerd verstrekte het Hof mij speciale toestemming om deze zitting als bijzondere aanwezige, in een verder besloten zitting bij te wonen.

Daar zaten we in die statige zittingszaal: de advocaat-generaal, de openbaar aanklager, drie raadsheren, een griffier, Margreet, de advocaat en de bijzondere aanwezige.

Hoogte en breedte van de zittingszaal imponeerden. De gietijzeren ornamenten rondom het generfd en gelakt, donker houten meubilair droegen bij aan de voorname, haast sacrale uitstraling van deze Hofzaal. De krakende geluidsinstallatie, waarvan de advocaat-generaal zich bediende, deed daar echter flink afbreuk aan, evenals twee stuks wandlampen, als deel van een reeks van vijf achter hem, die het lieten afweten.



Tijdens de zitting constateerde de advocaat-generaal in zijn requisitoir dat Maureen zich destijds, in weerwil van de verklaring van de verbalisant, zich niet achter het verbodsbord bij de Groninger School Vereniging bevond. Omdat er geen sporen van braak waren aangetroffen blijkt deze ambtsedige verklaring pertinent onjuist. Vertaald in gewone mensentaal: de agent loog.

Die verbodsbordjes achter de ramen hangen er waarschijnlijk om inbrekers er nog eens extra op te attenderen dat zij zich niet zonder instemming in de school mogen begeven,stelde de advocaat-generaal wat cynisch.

De toon was gezet.

Op zijn beurt ging Martin nader in op de functie van hekwerk rond een schoolplein. Hij stelde dat een hek in het algemeen een erfgrensafscheiding markeert die vooral is bedoeld om personen daar buiten te houden. Een hek rond een schoolplein is er geplaatst om de spelende kinderen juist daar binnen te houden. De advocaat-generaal liet even zijn gedachten gaan om vervolgens op te merken dat zijn eigen tuinhek ook geen buiten-houd-functie heeft. Het is niet meer dan een grensbepaling. Mijn en dijn.

Rond hekwerk kreeg Martin er geen genoeg van. Hij had er duidelijk zin in.

Naast het feit dat een hek territoria kadastraal markeert, heeft het binnen de wereld van de veehouderij een andere functie: als een toevallend hek wordt geopend valt het vanzelf in vergrendeling dicht. De dieren kunnen er niet uit. Kinderboerderijen plaatsen rond het kleinvee ook vaak iets dergelijks. Hekwerk rond speelplaatsen op basisscholen heeft eveneens een toevallende functie: het houdt de kinderen binnen de perken. Als daar ’s avonds nog wat jonge tieners vertoeven: soit.

Het was een korte, plezierige zitting, waarin ernst en luim niet voor elkaar onder deden.Martin en ik reden daarna opgewekt terug naar Groningen. De hardnekkige file rond het Vrijheidsplein aldaar deed daar niets aan af.

Twee weken later volgde de uitspraak van het Gerechtshof Leeuwarden: vrijspraak. Niet gemotiveerd. Zo gaat dat in hoger beroep. Hoe dan ook, we vernamen deze vanzelfsprekend met veel genoegen.

Resumé.

Deze zaak heeft de staat minstens 14 keer meer gekost dan de € 240, - die ze inde van de acht ouders die de bekeuring destijds klakkeloos hebben betaald. Tijd en geld zijn gestoken en verkwist in een zaak die vanaf het allereerste moment ridicuul was.

Geen enkele van de daarbij verantwoordelijken heeft zich afgevraagd of men met het voornemen tot vervolging wel juist zat: niet de verbalisant, noch zijn collega, noch de parketsecretaris die deze zaak beoordeelt om deze vervolgens de Officier van Justitie voor te leggen. Ook deze laatste, die vóór de zitting bij de kantonrechter nog door Martin werd bijgepraat over de eerdere vrijspraak in de identieke zaak van Juliette, volhardde in vervolging. En evenmin de kantonrechter die verbalisant nader had gevraagd over zijn dubieuze proces-verbaal. De agent bleek er een deugdelijk verhaal van te kunnen maken, waarmee hij in de kantonrechter een luisterend oor vond. Vervolgens kon deze daarmee goed uit de voeten: Maureen werd dan ook door hem ‘met de hakken over de sloot’ (sic) veroordeeld.

Wettig en overtuigend was het allemaal niet. Dan rest de gang naar Leeuwarden.

Deze is hierboven geschetst.

Corstens moest eens weten.







woensdag 6 februari 2013

Eurosonic / Noorderslag 2013


Noorderslag begon in 1986 als een muzikale confrontatie tussen Nederlandse en Belgische bands. Inmiddels is het uitgegroeid tot het belangrijkste Nederlandse muziekfestival. Vanaf 1993 werd Noorderslag hier en daar wat uitgebreid met een Europese avond: Eurosonic.  In de loop der jaren is deze geworden tot wat het nu in feite is: een internationaal showcase festival waar gedurende drie avonden medio januari ieder jaar maar weer op ruim dertig podia in het centrum van Groningen 300 bands, aanstormend talent en de fine fleur van de Europese popmuziek zich in de kijker speelt van professionals in de muziekindustrie: boekers, producers, festivalorganisatoren, maar vooral ook van degene waar het uiteindelijk om draait: de heuse popliefhebber.

Eurosonic laat zich het best kenmerken als het SXSW van Europa.

Een festival als Eurosonic / Noorderslag, overigens altijd maar weer in één adem genoemd, vraagt om visuele herkenbaarheid. De organisatie gaf een grafische studio dan ook in 2002 opdracht een logo te ontwerpen dat de dynamiek van het festival treffend moest verbeelden. Men kwam op de proppen met het sterk beeldmerk,  zoals we dit nu al die jaren al kennen:



Wat de mensen niet weten is, dat hier sprake is van schaamteloos plagiaat en wel van het logo van de uit de muzikale underground van Boston afkomstige band The Pixies. Het betreft hun ontwerp uit 1987.



Woensdagavond 9 januari 2013, Huize Maas: Jake Bugg.

Maar eerst wat meer over het etablissement.

Van oorsprong is Huize Maas een dansschool met een klassieke ballroom: een strak gelegde hardhouten dansvloer en aan weerszijden ervan in de volle lengte op iets verhoogd niveau geplaatste tafeltjes en stoelen, waar men tijdens de avond verpozing zocht, waar je verwachtingsvol wachtte op het moment waarop je ten dans werd genodigd en waar de eenzame muurbloempjes zich stil verbeten. Hoewel een en ander wat is veranderd waan je je er nog steeds in de jaren van quickstep, Engelse wals, tango, petticoat en vetkuif.

Voorjaar 1977. Even voordat ik er naar binnen ging voor het concert dat de Sex Pistols er zouden geven, ontwaarde ik in een op de Vismarkt geparkeerd Volkswagenbusje Johnny Rotten. Ineengedoken en met vlammende, starende ogen, een verdwaasde blik en cynische grijns verdeed hij zijn tijd. Het regende druilerig. Dat maakte het beeld compleet.

Het werd een avond om nooit te vergeten.

Enkele maanden later verzorgden de Talking Heads het voorprogramma van de Ramones. Muzikaal gezien een ondenkbare combinatie. Vooruit: beide uit de USA. Daarmee houdt iedere vergelijking op. De belettering op het affiche, dat fraai ingelijst al jaren onze overloop siert, laat aan duidelijkheid niets te wensen over hoe destijds de onderlinge muzikale verhoudingen lagen.



En nu Jake Bugg in Huize Maas.

Roem is deze Britse singer-songwriter in de media vooruit gesneld. Sommige kwalificeren hem als een toekomstige legende. Aan ronkende recensies die hem ten deel vielen kon ik, en velen met mij, niet omheen. We hadden ons die avond dan ook ruimschoots voor aanvang van zijn optreden in Huize Maas ingegraven. De muzikale act daarvóór namen we op de koop toe.

Vanaf de rechterzijde van het podium had ik op, pak weg 10 meter, zicht op deze achttienjarige muzikale belofte. Zijn pose was cool, nonchalant en afstandelijk, een houding die hem, zo jong en zo fris, niet past. Een basgitarist en een drummer completeerden zijn instrumentarium, maar muzikaal voegden zij niets toe aan datgene wat Bugg ons ter ore bracht.

Even gingen mijn gedachten naar Woody Guthrie. Op de klankkast van zijn gitaar had hij de tekst ‘This machine kills fascists’ aangebracht. Meer dan zijn gitaar had hij niet nodig voor zijn krachtige statements. 

De volgende avond wachtte het concert van Jacco Gardner in de glorieuze bovenzaal van Huis de Beurs.

Gardner wordt internationaal gezien als een grote belofte. Een muzikant, producer en songwriter van 24 uit Zwaag, een dorp ergens in Noord-Holland. De Volkskrant, NRC-Handelsblad, The Guardian, New Musical Expres en Pitchfork berichtten lovend over hem. De teneur liet zich samenvatten als 'Neerlands Hoop voor 2013'.

Bugg put vooral uit het repertoire van de Amerikaanse blues, Dylan, Beatles, Donovan en Drake. Gardner laat zich óók sterk inspireren door dit soort muziek uit de jaren ’60 en ’70, maar dan nét even door die anderen. Zijn stem doet bijvoorbeeld denken aan die van Syd Barrett en zijn warme, melodieuze composities aan die van Brian Wilson.

De jeugd heeft altijd de toekomst. Ook muzikaal. Dat zal nooit anders zijn.

Reikhalzend zie ik uit naar de wijze waarop beider carrière zich ontpopt.

On verra.