woensdag 17 oktober 2012

Folkingestraat, zomer 1925



Een foto, genomen in de Folkingestraat in de zomer van 1925, intrigeerde me.



Het is een tableau vivant, waarvan je als kijker onmiddellijk deel van wordt gemaakt. De fotograaf, P.B. Kramer, heeft halverwege de straat op een ladder positie genomen: hij kijkt over de mensen heen. Linke soep: de bestrating ligt er immers helemaal uit en daar sta je dan gammel op een oneffen, rommelige ondergrond te fotograferen. Maar goed: de foto is uiteindelijk mooi gelukt. Deze laat uiteindelijk aan duidelijkheid weinig te wensen over.

Dat gaan we zien!




We kijken, van zuid naar noord, even met Kramer mee: aan het eind van de straat zien we links het zwarte, gietijzeren balkon van Huis de Beurs. Dit balkon werd in 1940 verwijderd. Waarom? Dat is een goede vraag. Onduidelijk allemaal. Iets daarvoor zien we een houten, witgeschilderd balkon met aan de onderkant ronde en gekrulde ornamenten. Dit bevindt zich er nog steeds. Voor nu een duidelijk oriëntatiepunt.
Goed beschouwd, dan is de Folkingestraat ter linkerzijde eigenlijk altijd ongewijzigd gebleven. Dat blijkt uit de foto die ik onlangs – ook staand op een huishoudtrap - vanaf dezelfde positie maakte als de fotograaf destijds.

Achteraf gezien stond Kramer enkele treden hoger: hij keek immers royaal over de mensen heen.
De Folkingestraat gaat via de Vismarkt vloeiend over in de Stoeldraaierstraat. Dit was ooit een chique straat: mooie gevels, in rustig ritme naast en tegenover elkaar geplaatst. Zo halverwege zat er een heel klein knikje in. Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog hebben de Duitsers deze in zijn geheel tot ontploffing gebracht. Het had eigenlijk geen enkel strategisch nut.



Bij de wederopbouw werd de straat kaarsrecht getrokken. Dat was wel net zo eenvoudig.

Weg fraai verleden.

Op de foto waar het hier om te doen is, de Folkingestraat, daar lijkt van alles gaande, maar heel goed beschouwd is het een statisch geheel. Er gebeurt eigenlijk niets. Het is dan ook een spannend, maar ook een heel saai tafereel.

Het is 1925: we zitten midden in de economische crisis van de jaren ‘20.

De meeste aanwezigen, eigenlijk alleen maar mannen, wisten misschien wel van de komst van de fotograaf: de circa 50 personen blijken immers goed voorbereid te zijn op het ter zake doende moment. Men staat stil en kijkt in spanning naar het vogeltje. Twee mannen die er niet van op de hoogte zijn, of misschien wel net iets te laat arriveren, passeren de fotograaf links van zijn trapje. Omdat de fotograaf een wat langere sluitertijd voor zijn scene verkoos en zijn camera scherp stelde op de straat vóór hem, lopen de twee mannen met pet en hoed wat schimmig het beeld in.

Het wegdek van de Folkingestraat wordt voorzien van een ‘geruischloze wegverharding’. Dat was kennelijk nodig. De houten wielen met daaromheen de ijzeren hoepels van de paardenkarren ratelden dagelijks over de kinderkopjes. Voeg daar het ritmisch geroffel van de paardenhoeven aan toe en het zal vast een mooi hol, metalen en klakkend geluid met zich mee hebben gebracht. Maar dagelijks, en altijd maar weer, dat wordt een ieder teveel. Aan het eind van de straat zien we een dubbelspan, gekoppeld aan een vierwielige platte kar. Dit werk denderde dagelijks door de straat. Stel je voor. Daar wordt hier dan ook iets aan gedaan!

De werkzaamheden worden zorgvuldig en aandachtig gesuperviseerd. De hoofduitvoerder, de man met bats, links vooraan, toont de verantwoordelijke ambtenaar van Openbare Werken de voortgang. De ambtenaar zelf denkt er zichtbaar het zijne van: in driedelig kostuum, maar met stoffige, zware werkmanschoenen loopt hij een en ander kritisch na. Met beide armen nonchalant op zijn rug, maar eigenlijk met zijn hele houding versterkt hij het beeld van zijn superieure, inspecterende functie. Platte pet en gleufhoed maken hier het sociale verschil. Dat zie je maar weer.

Achter hen lopen twee jonge heren, goed gekleed en zorgvuldig gecoiffeerd. De enigen op deze foto zonder hoofddeksel! Daartussen geperst merken we een haast verdwaalde broekenman op.

Bij de aanpak van de straat worden de trottoirs aanzienlijk verbreed. De aardappelhandelaar rechts heeft zijn jute zakken tegen de gevel gestapeld. Nauwelijks plek: de mensen moeten er natuurlijk ook nog wel langs kunnen. De oude en nieuwe stoepbanden liggen voorlopig nog even parallel aan elkaar. Ach, de straat kan deze versmalling wel hebben: als twee stoomwalsen elkaar zouden moeten passeren, dat zou dat moeiteloos kunnen.

Gelet de open voorvork, de vorm van de stoompijp en die van het dak, dan is de wals die we op dit tafereel zien in 1925 geproduceerd door de Duitse firma B. Ruthmeyer Dampfwalze in het Westfaalse Soest (D). Het is een lange rit van Soest naar Groningen, zeker toen en toen zeker voor een stoomwals. Niettemin heeft deze uiteindelijk zijn bestemming bereikt: de Folkingestraat. De wals, die de naam Troubadour kreeg, is hier bezig aan een van zijn eerste klussen.




Terzijde: de Weense componist Johann Strauss minachtte zijn eigen werk. Maar goed, voor zijn muzikale composities werd hij fors betaald. Als beroep liet hij dan ook in zijn paspoort walsfabrikant aantekenen. Nu we hiermee pardoes en onbedoeld in de wereld van de muziek zijn beland, memoreer ik dat in de Folkingestraat enkele grote vocalisten zijn geboren en opgegroeid. Mezzosopraan Julia Culp (1880-1970) was daarvan de grootste. Wereldwijd werd ze geïntroduceert als de Hollandsche Nachetgaal.




Terug naar de Folkingestraat.

Het trottoir voor de paardenslager is inmiddels voorzien van klinkers. Zand, dat moeten de mensen, zeker bij dit soort zaken niet mee naar binnen lopen.De straat oogt op deze foto smaller dan dat die tegenwoordig lijkt. Trucs bij de visuele inrichting van de openbare ruimte doen hun werk. In 1925 wordt het trottoir verbreed, dus het wegdek versmald. In de jaren ’90 werd de straat echter zodanig aangelegd dat ieder verkeer gelijkwaardig aan elkaar werd, ondanks kleurafwijkend plaveisel dat een wandelgedeelte ter weerzijde suggereert. Trottoir en straat maken hier geen verkeerswettelijk onderscheid: shared space, zo heet dat zo mooi. Hoe dan ook, het brengt allerlei onduidelijkheid, zichtbaar ongemak en vooral onderlinge irritatie tussen de uiteenlopende verkeersdeelnemers met zich mee.

De dame rechts vooraan en Petten Derk, een meter of wat verder op, maken inmiddels gretig gebruik van de ruimte die de verbrede stoep hen biedt, evenals de mensen aan de overkant: ze balanceren met alle gemak op de nieuwe trottoirband.Nieuwe dimensies, een andere beleving.

Het is een doordeweekse zomerse dag: er wordt flink aan de weg getimmerd en de kinderen zijn niet op school, maar hier.

Zomervakantie!

De zon geeft er blijk van: vanaf het zuidwesten straalt deze onbarmhartig de straat in. Ter bescherming van hun koopwaar hebben vrijwel alle winkeliers aan de oostzijde van de straat de markiezen tegen het felle zonlicht laten zakken. Aan zijn markies heeft Stoppelman drie paar schoenen opgehangen, een voor de hand liggende variant op het middenstandsproza Adverteren doet Begeren.
Merkwaardig overigens dat de winkeliers de zon beneden, op welke manier dan ook, buiten de deur houden, terwijl men de luiken op hun eerste etages uitbundig open laat staan. Dat zal niet zonder reden zijn geweest. Welke? Ik kan deze niet bevroeden.

Rechts voor de stoomwals is er op een kleine vierkante meter iets gaande. We kijken op de rug van een klein ventje met flaporen. Hij kijkt naar de grond. De mensen in zijn directe omgeving turen met hem mee. Volstrekt onduidelijk wat hier de aandacht vraagt.

Inmiddels kijkt de man rechts met zijn transportfiets in ongemakkelijke houding en steunend op zijn fiets strak de camera in. Iets weerhoudt hem van voorovervallen. De bagagedrager op zijn voorwiel mist aan de linkerkant een bevestigingspootje van drager naar de as van het wiel. Dit heeft hij simpel ondervangen door een touwtje strak te spannen van de voorkant van de bagagedrager naar de bel op zijn stuur. Klaar. Maar goed, tijdens het fietsen blijft die bagagedrager natuurlijk altijd maar doorrammelen. Aan de overkant van de straat tref je maar liefst twee zaken aan die zich afficheren met de wervende tekst RIJWIELEN. Die zouden wel raad weten met dit onnozel ongemak.

Enfin.

Het is crisis. Een transportfiets die blijkbaar niets te transporteren heeft is dan al ernstig genoeg. Achter de rug van de man glimt het verchroomde stuur van een andere fiets. We zien niets meer dan dit raadsel. Overigens draagt hij een mooi, sterk jasje, met twee royale zakken, voorzien van een gemeenschappelijke sluiting. Diefstalbestendig, dunkt me.

Velleman en Stoppelman: hoe onderscheidt de ene rijwielhersteller zich van de ander? Beiden doen dat op dezelfde wijze en wel door het ophangen van enkele fietsbanden, bungelend onder hun houten naambord. Op onderstaande foto wordt een lading nieuwe fietsen bij Stoppelman afgeleverd. Over deze foto valt natuurlijk ook weer veel te verhalen, maar ik houd het bij het onderhavige.





Terug naar de foto van de Folkingestraat anno 1925.

Aan de kozijnen links zien we op één hoog drie zwarte plaatjes: spionnetjes. Dit zijn spiegeltjes die in een zodanige hoek zijn aangebracht dat je daarin de straat van links naar rechts, en andersom, kunt inzien. Deze verruimen de belevingswereld van de bewoners aanzienlijk. De aanwezigheid ervan geeft vooral blijk van een kneuterige, burgerlijke nieuwsgierigheid. Anderzijds, TV bestond toen nog niet. Als we deze spionnetjes zien als een vroege voorloper ervan, dan zijn deze niet meer dan begrijpelijk.

In 1925 treffen we op de oneven huisnummers ter linkerzijde van de Folkingestraat de volgende namen aan.
#  3   P. Stoppelman, Kleedingmagazijn
#  5   Blok, Kleedingmagazijn
#  7   Banketbakker D. de Beer
#  9   H.J. van Kempen, particulier
# 11  Stoppelman, Rijwielen
# 13  M. Nijveen, Paardenslager
# 15  De Jong, Papierhandel en Drukkerij, Lichtdruk en Clichéfabriek
# 17  Alex Velleman, Rijwielhandel
# 19  L. van Adelsbergen, Vleeschhouwerij

Als je de foto goed bekijkt, dan zie je de meeste namen terug op de buitenreclame.
De overkant is andere koek. Het is de zonzijde van de straat. De middenstanders doen er alles aan om hun waar tegen het felle zonlicht te beschermen. Luifels, markiezen of wat dan ook maken er een behoorlijk rommelig gedoe van.

Van voor naar achteren:

# 20   I. West, Banketbakker
# 18   S.Hoogstraal, Koek- en Banketbakker
# 16   L. Kisch, Fruithandel
# 14   B. Stoppelman, Schoenwinkel
# 12   D. Gietema, Vleeschhouwer
# 10   R.W.A. Buttinger, Uurwerkmaker
#   8   Ph. Buttinger, Begrafenisondernemer en Sigarenhandel
#   6   W. Schut, Breiinrichting
#   4   H. Hindriks, Kapper
#   2b M. Spaak, Aardappelhandel
#   2a  R. Kijlstra, Arts
#   2     J. van Dam & Zn, Kassiers en Effectenkantoor



Koosjer, dat lezen we van rechts naar links in de Hebreeuwse kop van deze advertentie van Hoogstraal. Duidelijke taal: hier verkoopt men producten die volgens de orthodox-joodse godsdienstige voorschriften zijn bereid.

Pluis dus.

Op # 20 zit banketbakker I. West. Als je dat eenmaal weet, pas dan kun je deze naam op zijn markies ontwaren. De foto is hier wat onduidelijk, de tekst eveneens. West heeft zware, zwarte lappen voor zijn etalage aangebracht. Deze beschermen zijn delicatessen tegen de zon. De open winkeldeur, ventilerend op een heel klein kiertje, zal daartoe ook bijdragen. Koelkasten, die bestonden toen nog niet. Je roeide met dit soort riemen.

Op het zonnescherm van nummer 18 lezen we delen tekst: S.Hoog.. / Com. De letters die ontbreken zijn verscholen achter het uitgerolde markies van de buurman. Als deze omhoog is gedraaid, dan lezen we S. Hoogstraal, Comestibles. Dit laatste is een chique woord voor fijne etenswaren
De combinatie begrafenisondernemer en sigarenhandel op huisnummer 8 lijkt een merkwaardige. Maar dat is het allerminst. As is het gemeenschappelijke.

De Folkingestraat was het kloppend hart van de Joodse buurt van Groningen. De sjoel aan het begin van de straat staat er niet voor niets.



Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden circa 3000 mensen, die voldeden aan de door de Nazi’s beschreven norm voor jood, vanuit Groningen gedeporteerd naar allerlei  concentratiekampen. 191 ervan verdwenen uit de Folkingestraat en onmiddellijke omgeving.

Op de foto waar het hier om te doen is wachtte velen dit tragisch en triest verschiet.

maandag 15 oktober 2012

Digitaal Loket



Ik moest een verklaring overleggen waaruit ondubbelzinnig blijkt dat ik in Lochem ben geboren. De gemeente Groningen kon me deze niet verstrekken. Dat spreekt voor zich. Ik werd dan ook verwezen naar mijn geboorteplaats Lochem.

Groningen - Lochem is circa 130 km, een afstand die je in dit geval simpel digitaal neemt: het kost immers niets, geen tijd, geen brandstof en geen gedoe.

Maar toch: Lochem.



Op bovenstaande foto (1900) zien we rechts, met goede wil, twee huizen onder één kap. De tweede rechts is de woning van mijn zoete jeugd, Zwiepseweg 59. Mijn moeder woont er nog steeds en ze geniet volop van alles dat haar het dagelijks leven biedt.

Eind jaren ’50 spijkerde mijn vader een schuurtje annex kolenhok in de achtertuin. Daartoe gebruikte hij onder meer alle houten zonneblinden die de kozijnen van de voorgevel sierden. Ze deden het als de beste. Een bizarre ingreep en wel vanwege het feit dat mijn vader directeur was van een houthandel.

Ter zake.

Voor de vereiste geboorteakte bezocht ik het digitale loket van de gemeente Lochem. Ik las daar het volgende:

In deze digitale balie bieden we informatie over een groot aantal producten en diensten van de gemeente. U kunt de producten alfabetisch of systematisch benaderen. Bepaalde producten zijn ook toe te wijzen aan een situatie. Die zijn dan ook via dit criterium te vinden. U kunt een aantal trefwoorden invoeren waarna de aanwezige productinformatie hierop zal worden doorzocht. Het resultaat bestaat uit een lijst met producten waarin de door u ingegeven trefwoorden te vinden zijn.

In Lochem bevindt zich tussen de meanderende Berkel en het strakke Twentekanaal een smalle strook winderig industrieterrein. Voor de bouw van haar nieuwe gemeentekantoor koos de Gemeente Lochem voor deze plek.

Gezien de maquette dan wordt dit kantoor er een waarbij het hierboven geciteerd ambtelijk jargon naadloos en messcherp aansluit: eenduidig, strak en anoniem.




Voor de overheid blijkt de burger verworden tot product.

Een echt loket, dat is me liever. 

zondag 16 september 2012

Amalfi, zomer 2012



We waren op vakantie in Zuid-Italië, de omgeving van Sorrento, gelegen aan de Golfo di Napoli.

De Duitse Autobahn zou je op reis daar naar toe het liefst willen overslaan. Maar je kunt niet zonder. Eenmaal goed op dreef, dan begrijp je de gelijknamige compositie van Kraftwerk (1974): een monumentaal en monotoon loflied op het Duitse wegennet.



Een BMW en een Audi, meest in modieus hagelwitte lak uitgevoerd, zie je heel even in je achteruitkijkspiegels in slalom van de ene naar de andere baan op je af razen en vervolgens in gelijke volle vaart vóór je achter de horizon verdwijnen. Hautain en intimiderend, zo ervaar ik genoemde merken op de weg. Je bent wat je rijdt. Niettemin, de Duitsers zijn me lief: het zijn vriendelijke en bescheiden buren met een onbeholpen elegantie.

Goed.

De Alpen vormen de massieve grens tussen Noord- en Zuid-Europa. Deze neem je niet zo maar. Daartoe dient het gemak van de Gotthard, een heldere, halfronde tunnel. Desondanks tricky. Twee strakke rijbanen met in het midden daarvan een dwingende dubbele streep maken het gebruik ervan tot een ongewis avontuur. Onheil uit het verleden voedt dit onzeker gevoel.
Na 17 km tunnel waan je je in de de Méditerranée. Het is wat het lijkt, want het kanton Ticino is de Zwitserse variant op Italië. Wanneer uiteindelijk het strak aangeharkte en het haast neurotisch geordende plaats maakt voor het rommelige en chaotische dan ben je pas in Italië.
De autostrada liggen er overal mooi, strak en zwart bij. Wanneer een Alt Stazione je reis hinderlijk onderbreekt voor het betalen van tol, dan is het altijd weer opmerkelijk te zien dat er nauwelijks gelegenheid is om met een bankkaart de zaken financieel af te wikkelen: negen poortjes cash en één bancomat. Italianen prefereren de klinkende munt. Dat is duidelijk en dat geeft te denken.

Na Griekenland heeft la paesa bella van alle landen binnen de Europese Unie de meest zware financiële last in de eurocrisis. Ik las tegen deze achtergrond een heldere analyse van journaliste Yvonne Zonderop in deVolkskrant, getiteld ‘Het verkennen van de toekomst is niet het monopolie van de rekenaars’. Diezelfde dag frappeerde me fraaie graffiti in Napels. Deze sloot kernachtig en inhoudelijk naadloos aan op het betoog van Zonderop.



Je interpreteert dagelijkse dingen die misschien getuigen van de ernst waarmee deze financiële crisis het dagelijkse leven van de mensen raakt: kromgetrokken billboards waarop verweerde, rafelende en fladderende affichage. Oud papier. Budget voor een verse reclamecampagne, dat is er kennelijk niet. 

Op microniveau het volgende.

In Vico Equense nam ik ’s morgens op het terras op de Piazza Umberto een ristretto. Toen ik er na vier dagen € 1,50 voor moest betalen, wendde ik me tot de barrista en wel met de mededeling dat ik er gebruikelijk € 0,90 voor betaal. Onder gemor werd een en ander geschikt. Kennelijk werd ik door hem als een terloopse passant aangemerkt: deze licht je simpel op met een prijsverhoging van ruim 66%. 

Kruimelwerk en Flikkerij. 

Bij de koffie scan ik de koppen van Il Mattino, een regionaal Napolitaans dagblad. Het strooit graag met gekleurde staafdiagrammen en inzichtelijke infographics welke de ernst van de Italiaanse eurocrisis plaatst binnen de Europese Unie. Daarbij neem je onwillekeurig ook Olanda terloops mee. Dan blijkt dat de economische en financiële perikelen Nederland uiteindelijk nauwelijks raakt. Een politiek issue. Goed beschouwd, dan gaat het ons immers, als een van de meest welvarende landen ter wereld, voor de wind. Tegenwind, die neem je voor lief.

Hoe dan ook, met boter op hun hoofd houden de Italianen hun zelf gekozen politici verantwoordelijk voor de financiële ellende waarin deze het land hebben gestort. Illustratief is onderstaande tekst die ik ergens op een aluminium wandje aantrof.




Een en ander is zorgvuldig, duidelijk en kennelijk in alle rust met blauwe spuitbusverf aangebracht. Vervolgens werd deze met een donkere teint blauw hier en daar geaccentueerd. Het geeft een duidelijk en sterk statement:

Voor Burlesconi geen enkele vergiffenis meer; geef hem maar condooms.

Overigens staat er in de eerste regel niet datgene wat je leest. We hebben hier te maken met een fenomeen uit de Gestaltpsychologie: je leest geen afzonderlijke letters, maar je anticipeert op datgene wat je verwacht  dat er staat. Lees derhalve betreffende afbeelding plus de vertaling ervan nogmaals om te zien wat je wellicht niet las.

Hoe dan ook, klare taal, de kracht van muurtaal. 

Op een vuilcontainer, om de hoek van het fameuze Café Cambrinus in Napels, trof ik deze tekst:



Een allesbehalve subtiele tekst die aan duidelijkheid niets te wensen overlaat. Het handschrift verraadt haast. Dit soort tags plaats je immers niet met alle gemak en op kunstzinnige wijze. En zeker niet zonder risico. Deze verwijst ondubbelzinnig naar de onvrede met de macht van de georganiseerde misdaad. Deze zit in deze regio vastgenageld in het maatschappelijke en politieke leven.

We bezochten Pompeii. Op een muur lazen we verkiezingsretoriek avant la lettre. Rond de weken dat de Versuvius er zijn verwoestende werk deed vonden in Pompeii gemeenteraadsverkiezingen plaats. We zitten in 76 nC.



Het is een afbeelding die veel indruk maakt, vooral omdat politieke partijen bijna twee duizend jaar later hun propaganda nog steeds op identieke wijze voeren. Op door de overheid geplaatste billboards weliswaar, maar toch! 

Andere koek.

Het Italië van de jaren ’60, wordt in films van Antonioni, Fellini en Pasolini verbeeldt met een jeugd op sensueel vormgegeven Lambretta’s en Vespa’s, een jeugd die blaakt van vitaliteit en blijmoedigheid.
Deze romantiek is er inmiddels behoorlijk van af. In het dagelijks verkeer duiken tegenwoordig knetterende lawaaimachines als Honda en Yahama vanuit iedere richting als horzels op je af, ze jagen met volle snelheid door het verkeer en duiken, met een verachting voor welk gevaar dan ook, berekenend in elke ruimte die hen even lijkt gegund.

Knettergek.

Nieuwsgierig, maar vergeefs zocht ik naar statistieken van fatale ongevallencijfers met scooters in Nederland én in Italië. Je gaat op zoek naar cijfers die je vooringenomenheid in deze statistisch onweerlegbaar onderbouwen. Gelijk halen, daar gaat het om. Had ik deze cijfers gevonden en de resultaten lagen volstrekt anders dan verwacht, wat doe je dan? Selectief winkelen?  Wat in je straatje past, daar kun je wat mee. En zo niet, dan is het er gewoon niet. Werkt dat zo? Deze gedachten ter zijde.

Het verkeer in Italië is van een zonderlinge, idiote en enerverende soort. De verkeerswettelijke regelgeving die in feite niets aan duidelijkheid te wensen overlaat lapt iedere verkeersdeelnemer consequent aan zijn laars (sic). De een moet het voortdurend voor de ander ontgelden: kortom, de wet van de jungle heerst. Geen enkele andere doet er toe. Lompheid is de norm. In het openbaar vervoer vraagt dit bijvoorbeeld om buschauffeurs die zich in deze eindeloze draaikolk kranig weten te beheersen. Naast hun praktische vaardigheden worden deze bij hun sollicitatie vooral gescreend op hun stressbestendigheid. Als passagier waardeer je dan ook de gemoedelijke rust en het ogenschijnlijk gemak waarmee de chauffeurs hun bus door deze hectiek weten te laveren. Ik geef je het te doen.

Totdat we werden opgezadeld met een die in onze korte, maar onvergetelijke rit van Piano naar Vico Equense, en later die dag weer terug, zijn bus genadeloos en zonder mededogen over gescheurd asfalt en wat dieper liggende putdeksels afranselde en en passant zijn reizigers er ook nog eens verbaal flink van langs gaf.

Enfin.

Gebruik van een auto in deze regio, daar moet je vooral niet aan beginnen. Waar je parkeergelegenheid waant tref je in het trottoir kostbare marmeren tegels aan met de tekst PROPRIETA PRIVATA. Duidelijke taal: deze markeren het erf van de baas. Enfin, de letters zijn er schrap en met scherpe schreef in gefreesd. Het is een statige, klassieke letter die sterk doet denken aan de Times New Roman. Toch is deze hier en daar subtiel wat anders. 

Hoe dan ook, een trottoirtegel, een gedicht, een grafzerk: 



De boemel voerde ons rap via stille, achteraf gelegen en vieze plekken waar veel afval gedijt. Deze troffen we tijdens gereis van Sorrento naar Napels, Napoli,NeoPolis: de Nieuwe Stad. Deze rit voert 40 km langs overwegend urbaan gebied. Met acht jaar zonnepanelen op eigen dak, dan valt het volledig ontbreken ervan in deze zonovergoten contreien je onmiddellijk op.

Napels bezochten we tijdens onze vakantie drie keer. Het is een stad met historie, zoals elke deze heeft. Napels zien, dan sterven blijkt een misplaatste aanbeveling. Paris heeft, wat mij betreft, veel betere papieren.

Napels stinkt naar tweetakt en diesel. Van deze en alle andere onbenoembare vervuiling raken je ogen geïrriteerd. De vuilnis van deze regio wordt sinds kort systematisch in Delfzijl gedifferentieerd verwerkt. Logistiek misschien een idioot feit, maar voor vuilverwerkingsbedrijven kan het nooit op. Van Ganzewinkel raakt treffend de kern: Afval bestaat niet.Napolitanen denken daar volstrekt anders over. 

Zoals gezegd verblijven we in Zuid-Italië. Vijgenbomen, oleanders, cipressen, maar vooral de citroenbomen bepalen de flora. Je geniet van de niet te benoemen warme geur en de eindeloze zwoelte. Het krakelend en elektronisch aandoend gekras van krekels daar aan toegevoegd maakt sfeer, beeld en geluid tot de mêlee dat de Méditerranée is.

Het is inmiddels wat later in de avond. Dartel geluid van spelende kinderen dwarrelt op ons af, het is geluid dat me lief is. Een eindeloze en onbegrijpelijke dialoog tussen twee blaffende honden in het dorp voegt zich daar aan toe. Ze houden ons én hun zelf uit de slaap.

Enfin, vandaag werd gisteren en gisteren vandaag.


donderdag 13 september 2012

Babel



Ik werd gebeld door Suzanne

Belangstellend vroeg ze me hoe het me op Malaga was vergaan.

Die vraag zette me op het verkeerde been.



Nu ken ik meerdere Suzannes en zij blijkt meerdere mannen te kennen die Coen heten.

Na een dialoog van korte duur vroegen we ons beiden af of we wel waren die we schenen te zijn.

donderdag 2 augustus 2012

Positano


We verblijven in Italië en wel in de zuidelijke omgeving van Napels.

Vanmiddag belandde ik in het plaatsje Positano, kleurrijk en vertikaal tegen de ruwe krijtrotsen van de Amalfikust geplakt, een dorp ’dat er diep inhakt. Het is een gedroomde plaats, die niet echt lijkt als je er bent, maar zodra je er weg bent heel echt wordt en je terugroept.’ John Steinbeck schreef deze houterige taal in 1953. Dat is inmiddels heel lang geleden.

Vandaag schoot ik er deze foto:





Bij het zien hiervan draait Steinbeck zich om in zijn graf.


vrijdag 6 juli 2012

My Morning Jacket



Bijna 10 jaar geleden trad de Amerikaanse indie-band My Morning Jacket op in VERA, club for the international pop underground te Groningen. Het was een gedenkwaardige avond, zowel muzikaal als visueel.

Zondagavond 2 november 2003.

Destijds programmeerde VERA de hoofdact altijd wat aan de late kant, rond 23.00 uur. Muziekliefhebbers die de volgende dag weer vroeg voor werk, studie of wat dan ook uit de veren moesten, stelde je daarmee voor een netelige keus. Inmiddels zijn de tijden veranderd. Dat zong Dylan al heel lang geleden, maar dat betrof hele andere koek dan openingstijden.

We stonden vooraan, een beetje links van het podium en we zagen vijf muzikanten die gedurende het hele concert, haaks voorovergebogen, hun gezicht verborgen achter lang, dik en krullend haar, dat traag wuifde en veel versluierde. Hoe dan ook, er stond een zichtbaar stevig collectief te musiceren. Op onderstaande actuele foto van de band is hun coiffure strak naar achteren getrokken: niets meer en minder dan vette rock & roll.



De muziek van My Morning Jacket is bijzonder en zeer verscheiden. Op al hun albums horen we duidelijk waaruit zij hun muzikale inspiratie putten: rauwe blues, melodieën en instrumentatie uit folk en country, psychedelica, doo-wop en de gierende gitaarrock, die van alle tijden is. Hun veelzijdige muziek kenmerkt zich met een wat mysterieuze, melancholische en ijle ondertoon. Daartoe draagt de galmende falsetstem van zanger Jim James sterk toe bij.
In maart jl las ik in het Dagblad van het Noorden de aankondiging dat op 20 juni 2012 My Morning Jacket een concert zou geven in de kleine zaal van cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen. Een affiche dat gewag maakte van dit concert trof ik niet veel later onder meer aan op een regelkastje voor de verkeerslichten op het Damsterdiep.



Muzikanten die de overstap maken van het kleinschalige clubcircuit naar de wat grotere concertzalen, die schuwen het grote publiek niet. Dat spreekt voor zich. Zakelijk valt daar veel voor te zeggen, maar mij tref je er niet gauw: ik koester de kleine onbekende muzikale parels, die op de kleine, wat intiemere podia hun werk doen. Het concert van My Morning Jacket op die gedenkwaardige zondagavond, bijna negen jaar geleden, heeft destijds veel indruk op me gemaakt. Ik besloot dan ook naar hun concert in De Oosterpoort te gaan, ondanks De Oosterpoort.
In de voorverkoop was ik er als de kippen bij. Dat moge blijken uit het nummer van mijn ticket:



Het programma begon al vroeg. Geen rekening gehouden met het feit dat dit soort acts zich altijd laat voorgloeien met muzikale overbodigheid. Ook hier: King Dalton. Ik zocht dan ook vlot de lounge, nam er een glaasje bier en keek verwonderd naar de digitale billboards die om me heen de komende concerten in De Oosterpoort aankondigden: onder meer Steve Miller en Don McLean. Beiden verdienden hun muzikale sporen in de eerste helft van de jaren ‘70. Maar wat hebben ze na veertig jaar in dit theater te zoeken, vraag je je dan af. In het kader van bezuinigingen, die ook deze culturele sector fors raken, is een programmering van dit soort gasten voor De Oosterpoort lekker veilig. Daar kun je je immers geen buil aan vallen. Merkwaardig dan ook dat My Morning Jacket daarentegen óók geprogrammeerd staat. Zakelijk gezien nogal riskant. En dat bleek, want de belangstelling voor dit concert was matig. Een handje vol volk van zeer uiteenlopend pluimage kwam er op af. In de Verenigde Staten vullen ze echter ieder stadium, hoe groot dan ook. Dit is nogal opmerkelijk gelet op deze passage die ik Rolling Stone van 2 oktober 2002 op pagina 44 aantrof:  ‘Their first break, strangely, came when a DJ from the Netherlands discovered MMJ’ first album, The Tennessee Fire’. 

Maar goed, uiteindelijk liep de zaal toch nog mooi vol. Tijdens het concert profileerde zanger Jim James zich meer en meer als de man waar het hier uiteindelijk om te doen is; de band staat in dienst van hem. Niettemin was het ook nu weer een verrassende, haast verbijsterende avond. Hun eclectisch repertoire is van een zeldzame klasse en van een fenomenale schoonheid; de grillige en onvoorspelbare structuur van hun liedjes maakt hun muziek spannend: de ene verrassende climax volgt op de volgende.

Twee prachtige liedjes van deze avond laat ik niet ongenoemd.

Allereerst Wonderful (the way I feel). Jim James zet vrijwel akoestisch met een broze, breekbare stem dit liedje in, de spanning is te snijden. Dan vult ineens een jankende pedal steel guitar de stilte. Kippenvel. Samen gaan ze verder, bouwen het liedje haast sentimenteel en in kitsch op en ronden het krachtig af: http://www.youtube.com/watch?v=ts922ocXdkk

En dan een stevig, poppy liedje met in het refrein de sprankelende, dansende pianoakkoorden uit Waterloo van ABBA (1974). Elvis Costello gebruikte dezelfde in Oliver’s Army (1979).Ik stond naast de duizelingwekkende mengtafel van de band en vroeg de man, die er aan de knoppen draaide en aan de schuiven schoof, naar de titel ervan:  X-mas Curtain!  Dat antwoord deugde van geen kant: het kon van alles wezen, behalve dat. Dat wist ik beter dan hij. De titel is me nog steeds een raadsel.

Het werk van My Morning Jacket laat zich kernachtig definiëren als magische kampvuurmuziek. Het is een grootse band met een unieke en sensationele allure. Nog even, dan worden ze groter. Misschien wel meer dan dat.

Laten we het niet hopen.

vrijdag 8 juni 2012

Advocaten van de Duivel




Je bent pas schuldig wanneer de rechter je heeft veroordeeld. Daarvóór ben je verdachte. Zo werkt dat in een democratische rechtsstaat.

De zaak tegen Anders Breivik is juridisch nog lang niet afgewikkeld. Ter herinnering: Breivik richtte op 22 juli 2011 een bloedbad aan op,onder meer,het Noorse eiland Utoya. De rechtszaak in deze vindt momenteel in Oslo plaats.Vooruitlopend op de uiteindelijke gerechtelijke uitspraak meen ik me bovenstaande titel te mogen bezigen.

Psychiaters worstelen over de vraag of Breivik op 22 juli 2012 bij zijn volle verstand was en alles op een rijtje had toen hij die dag 78 mensen doodknalde, of dat hij dit deed als een doorgeslagen, doldrieste, knettergekke psychopaat, als een eenzame wolf in een vlaag van idiote verstandsverbijstering. De rechtszaak in deze moet antwoord geven op deze ingewikkelde vraag. Aan welk psychiatrische diagnostiek ga je je refereren? En welke negeer je? En waarom? Wetenschappelijke uitgangspunten in deze wisselen ongeveer per decennium op basis van nieuwe inzichten. Uitgangspunt hierbij is het wereldwijd gehanteerde classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen,de Diagnostic and Statistical Manual for Mental Disorders. Een geheel herziene versie hiervan verschijnt dit jaar.

Duidelijk: de rechtspraak is geen rechte lat waaraan je bepaalde gedragingen eenvoudig afmeet en strak kunt beoordelen. Het kan morgen immers ineens weer helemaal anders zijn dan vandaag.Hoe dan ook, de essentie van de rechtspraak is te komen tot een zorgvuldig gewogen en goed geformuleerd juridisch oordeel. Hoe relatief een en ander dan ook uiteindelijk is.

De titel van dit bericht sluit aan bij de volgende twee zaken.

Allereerst.

Hoe kan het bestaan dat een advocaat ingenomen en tevreden bij Knevel en Van den Brink (29 mei 2012)uiteenzet twee jongens te hebben vrijgepleit van vervolging voor dood door schuld. Beiden waren per brommer op pad om een supermarkt te beroven. Op hun weg daartoe werden ze door een politieauto op de huid en in de nek gezeten. Dit benauwde hen zo, dat ze hals over kop het hazenpad kozen. Daarbij reden ze en passant iemand dood. Omdat de Officier van Justitie niet eenduidig kon aantonen wie van de twee de bromfiets feitelijk bestuurde en dus het slachtoffer dood door rood reed, werden beiden vrijgesproken.Bram Moszkowicz was in deze zaak hun advocaat.Met een lachje van triomf verhaalde hij trots over deze uitspraak. Na afloop van de uitzending verliet hij de studio en zocht het bed van Eva. Ongetwijfeld zal zijn succes in deze haar onmiddellijk ter ore komen. Dan gaan ze lekker slapen. Terzelfder tijd zoeken de nabestaanden van het slachtoffer verward en onbegrepen óók de nacht.

Terug naar Oslo.

Breivik is een merkwaardige gast. Neemt niet weg dat hij ook recht heeft op een eerlijk juridisch proces. Daartoe bewaakt de advocaat de rechtsgang. Breivik doet het echter met meer dan dat: vier stuks advocaten houd hij er maar liefst op na. Zij presenteerden zich in de pers met ongepaste glamour, desondanks sterk en strak.

Allereerst deze foto.






Men is ritmisch gegroepeerd op en rond een zwart rundleren bank, onmiskenbaar de Klippan van IKEA. We herkennen dit meubel aan de aluminium draaipootjes met aan de voetjes een zwart rubberen ring, aan de breedte van de armleggers en aan de naad in het midden van de zitting. Deze laatste houdt de zaak mooi recht. Maar hoe zit dat met die advocaten?

Van links naar rechts.

Een zware loodgieterstas zucht tegen de bank, de vermoedelijke eigenaar kijkt op dat moment streng de camera in. Zijn broek is strak gestreken, de vouw zit er mooi in. We zien de zool van zijn schoen: van slijtage geen enkele sprake. Nauwelijks op gelopen. Speciaal voor deze zaak aangeschaft, dat kan niet anders.
Dan de dame die haar voorhoofd fronst. Ze zit op de rand van de bank. Haar rok verraadt niet precies hoe, evenmin als de enige voet die van haar zichtbaar is dat doet. Vrouwen houden sommige dingen heel graag privé en intiem. Ook hier. Maar niet haar diep uitgesneden decolleté en de bling-bling aan sieraden rond hals, in oren en om beide polsen.

Resteren de twee overige advocaten, veertigers die, evenals de dame en de loodgieter, met ernstige blik de lens zoeken. Dit is een fotografisch trucje: de kijker pak je hier mooi mee in en daarmee trek je hem naar je toe.

Enfin: beide advocaten verschillen nogal in hun presentatie.

De man helemaal rechts staat op één standbeen en dat volstaat voor deze foto. Zijn schoen zonder hak verwondert me. Dit terzijde. Hoe dan ook, hij oogt door zijn ingenomen pose minder stijf dan dat hij eigenlijk misschien wel is. Het bovenste knoopje van zijn colbert doet goed en netjes zijn werk. Gelet op de vouwen daarin, dan heeft hij misschien een maatje te klein aangeschaft. Zijn kordate, zelfverzekerde houding, zijn coiffure en couture zouden in Mad Men zeker niet misstaan. Wél die van zijn collega die naast hem wat onderuitgezakt op de bank heeft plaatsgenomen. Hij heeft een wat nonchalante haardos á la Jeroen Pauw en een gecultiveerd onverzorgd gezicht. Waar de kale man helemaal links zijn beide benen haast krampachtig over elkaar dichtknijpt, spreidt hij deze ongegeneerd en haast provocatief symmetrisch uiteen.

Lichaamstaal zegt zo veel meer dan het knullig gesproken woord. 


Op deze geregisseerde foto van Heiko Junge gebeurt van alles


Voor het imago kiest men nogal eens strategisch voor een geconstrueerd beeld. Ook hier. De bedoeling van een en ander ontgaat me wat.


‘Kom maar op!’ die uitdagende houding lijken alle vier op hun eigen, intimiderende wijze te provoceren.

Elders trof ik nog een foto van deze advocaten. Dezelfde fotograaf, dezelfde grijs-witte achtergrond en alles van het zelfde laken een pak, maar dan wat anders geënsceneerd.

Anders?

Hoe zo?



Het gewicht van de inhoud van de loodgieterstas maken we op aan de licht asymmetrische houding van de advocaat die deze torst. Het blijkt een best zwaar dossier. Dat zal!

De dame is aanwezig zoals ze al was, alleen de armbanden aan haar linker arm hebben plaatsgemaakt voor een horloge en twee ringen aan midden- en ringvinger. Een zwangerschap dicht ik haar eigenlijk niet toe, eerder obesitas. Niettemin flatteren de rode koontjes en de in mooi rood gestifte lippen haar.

Bij de andere advocaten klopt het zoals het hoort: de Mad Man presenteert zich als zodanig en de ander staat er achteloos en uitdagend te staan. Handen achteloos in de zak. Zo doe je dat.

Deze fotografie sluit naadloos aan bij Breivik, zoals we deze kennen vanuit de rechtszaal: een ijdele verdachte, die zich tot in de puntjes gesoigneerd poseert, met een stuurse, eigenzinnige en fanatieke blik. Dat geeft hem die mooie gladde, ovale kop die altijd maar weer en onwillekeurig om begrip lijkt te vragen.De presentatie van Breivik en zijn kwartet advocaten laat zich, wat mij betreft, met één woord samenvatten:vanitas.

Dat is wat het is.