vrijdag 6 juli 2012

My Morning Jacket



Bijna 10 jaar geleden trad de Amerikaanse indie-band My Morning Jacket op in VERA, club for the international pop underground te Groningen. Het was een gedenkwaardige avond, zowel muzikaal als visueel.

Zondagavond 2 november 2003.

Destijds programmeerde VERA de hoofdact altijd wat aan de late kant, rond 23.00 uur. Muziekliefhebbers die de volgende dag weer vroeg voor werk, studie of wat dan ook uit de veren moesten, stelde je daarmee voor een netelige keus. Inmiddels zijn de tijden veranderd. Dat zong Dylan al heel lang geleden, maar dat betrof hele andere koek dan openingstijden.

We stonden vooraan, een beetje links van het podium en we zagen vijf muzikanten die gedurende het hele concert, haaks voorovergebogen, hun gezicht verborgen achter lang, dik en krullend haar, dat traag wuifde en veel versluierde. Hoe dan ook, er stond een zichtbaar stevig collectief te musiceren. Op onderstaande actuele foto van de band is hun coiffure strak naar achteren getrokken: niets meer en minder dan vette rock & roll.



De muziek van My Morning Jacket is bijzonder en zeer verscheiden. Op al hun albums horen we duidelijk waaruit zij hun muzikale inspiratie putten: rauwe blues, melodieën en instrumentatie uit folk en country, psychedelica, doo-wop en de gierende gitaarrock, die van alle tijden is. Hun veelzijdige muziek kenmerkt zich met een wat mysterieuze, melancholische en ijle ondertoon. Daartoe draagt de galmende falsetstem van zanger Jim James sterk toe bij.
In maart jl las ik in het Dagblad van het Noorden de aankondiging dat op 20 juni 2012 My Morning Jacket een concert zou geven in de kleine zaal van cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen. Een affiche dat gewag maakte van dit concert trof ik niet veel later onder meer aan op een regelkastje voor de verkeerslichten op het Damsterdiep.



Muzikanten die de overstap maken van het kleinschalige clubcircuit naar de wat grotere concertzalen, die schuwen het grote publiek niet. Dat spreekt voor zich. Zakelijk valt daar veel voor te zeggen, maar mij tref je er niet gauw: ik koester de kleine onbekende muzikale parels, die op de kleine, wat intiemere podia hun werk doen. Het concert van My Morning Jacket op die gedenkwaardige zondagavond, bijna negen jaar geleden, heeft destijds veel indruk op me gemaakt. Ik besloot dan ook naar hun concert in De Oosterpoort te gaan, ondanks De Oosterpoort.
In de voorverkoop was ik er als de kippen bij. Dat moge blijken uit het nummer van mijn ticket:



Het programma begon al vroeg. Geen rekening gehouden met het feit dat dit soort acts zich altijd laat voorgloeien met muzikale overbodigheid. Ook hier: King Dalton. Ik zocht dan ook vlot de lounge, nam er een glaasje bier en keek verwonderd naar de digitale billboards die om me heen de komende concerten in De Oosterpoort aankondigden: onder meer Steve Miller en Don McLean. Beiden verdienden hun muzikale sporen in de eerste helft van de jaren ‘70. Maar wat hebben ze na veertig jaar in dit theater te zoeken, vraag je je dan af. In het kader van bezuinigingen, die ook deze culturele sector fors raken, is een programmering van dit soort gasten voor De Oosterpoort lekker veilig. Daar kun je je immers geen buil aan vallen. Merkwaardig dan ook dat My Morning Jacket daarentegen óók geprogrammeerd staat. Zakelijk gezien nogal riskant. En dat bleek, want de belangstelling voor dit concert was matig. Een handje vol volk van zeer uiteenlopend pluimage kwam er op af. In de Verenigde Staten vullen ze echter ieder stadium, hoe groot dan ook. Dit is nogal opmerkelijk gelet op deze passage die ik Rolling Stone van 2 oktober 2002 op pagina 44 aantrof:  ‘Their first break, strangely, came when a DJ from the Netherlands discovered MMJ’ first album, The Tennessee Fire’. 

Maar goed, uiteindelijk liep de zaal toch nog mooi vol. Tijdens het concert profileerde zanger Jim James zich meer en meer als de man waar het hier uiteindelijk om te doen is; de band staat in dienst van hem. Niettemin was het ook nu weer een verrassende, haast verbijsterende avond. Hun eclectisch repertoire is van een zeldzame klasse en van een fenomenale schoonheid; de grillige en onvoorspelbare structuur van hun liedjes maakt hun muziek spannend: de ene verrassende climax volgt op de volgende.

Twee prachtige liedjes van deze avond laat ik niet ongenoemd.

Allereerst Wonderful (the way I feel). Jim James zet vrijwel akoestisch met een broze, breekbare stem dit liedje in, de spanning is te snijden. Dan vult ineens een jankende pedal steel guitar de stilte. Kippenvel. Samen gaan ze verder, bouwen het liedje haast sentimenteel en in kitsch op en ronden het krachtig af: http://www.youtube.com/watch?v=ts922ocXdkk

En dan een stevig, poppy liedje met in het refrein de sprankelende, dansende pianoakkoorden uit Waterloo van ABBA (1974). Elvis Costello gebruikte dezelfde in Oliver’s Army (1979).Ik stond naast de duizelingwekkende mengtafel van de band en vroeg de man, die er aan de knoppen draaide en aan de schuiven schoof, naar de titel ervan:  X-mas Curtain!  Dat antwoord deugde van geen kant: het kon van alles wezen, behalve dat. Dat wist ik beter dan hij. De titel is me nog steeds een raadsel.

Het werk van My Morning Jacket laat zich kernachtig definiëren als magische kampvuurmuziek. Het is een grootse band met een unieke en sensationele allure. Nog even, dan worden ze groter. Misschien wel meer dan dat.

Laten we het niet hopen.

vrijdag 8 juni 2012

Advocaten van de Duivel




Je bent pas schuldig wanneer de rechter je heeft veroordeeld. Daarvóór ben je verdachte. Zo werkt dat in een democratische rechtsstaat.

De zaak tegen Anders Breivik is juridisch nog lang niet afgewikkeld. Ter herinnering: Breivik richtte op 22 juli 2011 een bloedbad aan op,onder meer,het Noorse eiland Utoya. De rechtszaak in deze vindt momenteel in Oslo plaats.Vooruitlopend op de uiteindelijke gerechtelijke uitspraak meen ik me bovenstaande titel te mogen bezigen.

Psychiaters worstelen over de vraag of Breivik op 22 juli 2012 bij zijn volle verstand was en alles op een rijtje had toen hij die dag 78 mensen doodknalde, of dat hij dit deed als een doorgeslagen, doldrieste, knettergekke psychopaat, als een eenzame wolf in een vlaag van idiote verstandsverbijstering. De rechtszaak in deze moet antwoord geven op deze ingewikkelde vraag. Aan welk psychiatrische diagnostiek ga je je refereren? En welke negeer je? En waarom? Wetenschappelijke uitgangspunten in deze wisselen ongeveer per decennium op basis van nieuwe inzichten. Uitgangspunt hierbij is het wereldwijd gehanteerde classificatiesysteem voor psychiatrische aandoeningen,de Diagnostic and Statistical Manual for Mental Disorders. Een geheel herziene versie hiervan verschijnt dit jaar.

Duidelijk: de rechtspraak is geen rechte lat waaraan je bepaalde gedragingen eenvoudig afmeet en strak kunt beoordelen. Het kan morgen immers ineens weer helemaal anders zijn dan vandaag.Hoe dan ook, de essentie van de rechtspraak is te komen tot een zorgvuldig gewogen en goed geformuleerd juridisch oordeel. Hoe relatief een en ander dan ook uiteindelijk is.

De titel van dit bericht sluit aan bij de volgende twee zaken.

Allereerst.

Hoe kan het bestaan dat een advocaat ingenomen en tevreden bij Knevel en Van den Brink (29 mei 2012)uiteenzet twee jongens te hebben vrijgepleit van vervolging voor dood door schuld. Beiden waren per brommer op pad om een supermarkt te beroven. Op hun weg daartoe werden ze door een politieauto op de huid en in de nek gezeten. Dit benauwde hen zo, dat ze hals over kop het hazenpad kozen. Daarbij reden ze en passant iemand dood. Omdat de Officier van Justitie niet eenduidig kon aantonen wie van de twee de bromfiets feitelijk bestuurde en dus het slachtoffer dood door rood reed, werden beiden vrijgesproken.Bram Moszkowicz was in deze zaak hun advocaat.Met een lachje van triomf verhaalde hij trots over deze uitspraak. Na afloop van de uitzending verliet hij de studio en zocht het bed van Eva. Ongetwijfeld zal zijn succes in deze haar onmiddellijk ter ore komen. Dan gaan ze lekker slapen. Terzelfder tijd zoeken de nabestaanden van het slachtoffer verward en onbegrepen óók de nacht.

Terug naar Oslo.

Breivik is een merkwaardige gast. Neemt niet weg dat hij ook recht heeft op een eerlijk juridisch proces. Daartoe bewaakt de advocaat de rechtsgang. Breivik doet het echter met meer dan dat: vier stuks advocaten houd hij er maar liefst op na. Zij presenteerden zich in de pers met ongepaste glamour, desondanks sterk en strak.

Allereerst deze foto.






Men is ritmisch gegroepeerd op en rond een zwart rundleren bank, onmiskenbaar de Klippan van IKEA. We herkennen dit meubel aan de aluminium draaipootjes met aan de voetjes een zwart rubberen ring, aan de breedte van de armleggers en aan de naad in het midden van de zitting. Deze laatste houdt de zaak mooi recht. Maar hoe zit dat met die advocaten?

Van links naar rechts.

Een zware loodgieterstas zucht tegen de bank, de vermoedelijke eigenaar kijkt op dat moment streng de camera in. Zijn broek is strak gestreken, de vouw zit er mooi in. We zien de zool van zijn schoen: van slijtage geen enkele sprake. Nauwelijks op gelopen. Speciaal voor deze zaak aangeschaft, dat kan niet anders.
Dan de dame die haar voorhoofd fronst. Ze zit op de rand van de bank. Haar rok verraadt niet precies hoe, evenmin als de enige voet die van haar zichtbaar is dat doet. Vrouwen houden sommige dingen heel graag privé en intiem. Ook hier. Maar niet haar diep uitgesneden decolleté en de bling-bling aan sieraden rond hals, in oren en om beide polsen.

Resteren de twee overige advocaten, veertigers die, evenals de dame en de loodgieter, met ernstige blik de lens zoeken. Dit is een fotografisch trucje: de kijker pak je hier mooi mee in en daarmee trek je hem naar je toe.

Enfin: beide advocaten verschillen nogal in hun presentatie.

De man helemaal rechts staat op één standbeen en dat volstaat voor deze foto. Zijn schoen zonder hak verwondert me. Dit terzijde. Hoe dan ook, hij oogt door zijn ingenomen pose minder stijf dan dat hij eigenlijk misschien wel is. Het bovenste knoopje van zijn colbert doet goed en netjes zijn werk. Gelet op de vouwen daarin, dan heeft hij misschien een maatje te klein aangeschaft. Zijn kordate, zelfverzekerde houding, zijn coiffure en couture zouden in Mad Men zeker niet misstaan. Wél die van zijn collega die naast hem wat onderuitgezakt op de bank heeft plaatsgenomen. Hij heeft een wat nonchalante haardos á la Jeroen Pauw en een gecultiveerd onverzorgd gezicht. Waar de kale man helemaal links zijn beide benen haast krampachtig over elkaar dichtknijpt, spreidt hij deze ongegeneerd en haast provocatief symmetrisch uiteen.

Lichaamstaal zegt zo veel meer dan het knullig gesproken woord. 


Op deze geregisseerde foto van Heiko Junge gebeurt van alles


Voor het imago kiest men nogal eens strategisch voor een geconstrueerd beeld. Ook hier. De bedoeling van een en ander ontgaat me wat.


‘Kom maar op!’ die uitdagende houding lijken alle vier op hun eigen, intimiderende wijze te provoceren.

Elders trof ik nog een foto van deze advocaten. Dezelfde fotograaf, dezelfde grijs-witte achtergrond en alles van het zelfde laken een pak, maar dan wat anders geënsceneerd.

Anders?

Hoe zo?



Het gewicht van de inhoud van de loodgieterstas maken we op aan de licht asymmetrische houding van de advocaat die deze torst. Het blijkt een best zwaar dossier. Dat zal!

De dame is aanwezig zoals ze al was, alleen de armbanden aan haar linker arm hebben plaatsgemaakt voor een horloge en twee ringen aan midden- en ringvinger. Een zwangerschap dicht ik haar eigenlijk niet toe, eerder obesitas. Niettemin flatteren de rode koontjes en de in mooi rood gestifte lippen haar.

Bij de andere advocaten klopt het zoals het hoort: de Mad Man presenteert zich als zodanig en de ander staat er achteloos en uitdagend te staan. Handen achteloos in de zak. Zo doe je dat.

Deze fotografie sluit naadloos aan bij Breivik, zoals we deze kennen vanuit de rechtszaal: een ijdele verdachte, die zich tot in de puntjes gesoigneerd poseert, met een stuurse, eigenzinnige en fanatieke blik. Dat geeft hem die mooie gladde, ovale kop die altijd maar weer en onwillekeurig om begrip lijkt te vragen.De presentatie van Breivik en zijn kwartet advocaten laat zich, wat mij betreft, met één woord samenvatten:vanitas.

Dat is wat het is.







woensdag 30 mei 2012

Juliette en Maureen ( 2 )




Het is alweer enige tijd geleden dat ik de zaak Juliette en Maureen heb uiteengezet. De daarin aangekondigde vervolgzitting vond plaats op 10 februari jl in het Paleis van Justitie aan het Guyotplein in Groningen.

Eerst iets anders.

Ik bezocht een expositie van Iris van Herpen in het Groninger Museum, haute couture van de bovenste plank.  En passant trof ik een somber, donker schilderij van Bernard Bueninck (1864-1933). Olieverf in de traditie van de Haagse School.


Een nachtelijke sfeer in nevel van stoom van de boten en in het getemperde licht van de straatlantaarns: 'Het Loopende Diep met het lossen van de Hunzeboten bij avond.'  (1910). Bij nadere beschouwing zien we links op dit schilderij het advocatenkantoor in deze en op de achtergrond, in de duisternis het Guyotplein, waar het Paleis van Justitie zetelt. Daar bevinden we ons op dit moment. Dit schitterende werk vangt hiermee twee vliegen in één klap.

Ter zake.

Het werd een opmerkelijke ochtend.

In het kielzog van verdachte en haar moeder Margreet volgden enkele belangstellenden, de rechtbankverslaggever van het Dagblad van het Noorden en ondergetekende. Onmiddellijk wees de rechter op het feit dat het in deze zaak een minderjarige betreft en dat de zitting dan ook achter gesloten deuren zou plaatsvinden. Derhalve geen publiek.

Op de vraag van de rechter waarom ik desondanks bleef zitten antwoordde de advocaat dat meneer de huidige partner van de moeder van verdachte is. Daar moest de edelachtbare het maar mee doen. 
Margreet en ik ook. Dat is dan duidelijk.

Verbalisant zou, zoals eerder gezegd,nader worden gevraagd naar de feitelijke omstandigheden, zoals deze zich op 6 maart 2010 hadden voorgedaan. Daartoe trok de veldwachter op 15 november 2011 er nog maar eens op uit naar plaats delict:het schoolplein van de GSV aan de Sweelicklaan in Groningen. Daar constateert hij dat het gehele plein is omringd met een hekwerk dat in hoogte varieert van 60 tot 100 cm.

In de Zaak Juliette overhandigde de advocaat de rechter en de officier enkele foto’s van het schoolplein in kwestie. Deze nam ik in maart 2010, enkele dagen na de verjaardag van Maureen. Deze laten aan duidelijkheid niets te wensen over: we zien daarop een hekwerk dat voor een lilliputter geen enkele belemmering vormt deze achteloos en zonder hulpmiddelen te nemen. Voorts voegt verbalisant aan zijn nieuwe bevindingen toe dat er van afstand al duidelijk gillende meiden te horen waren. Als dit al een strafbaar feit zou zijn, dan is het merkwaardig dat daar in het oorspronkelijke proces-verbaal niet over wordt gerept. Het lijkt er dan ook sterk op dat verbalisant in de gelegenheid is gesteld achteraf zijn verklaringen aan te passen aan een situatie die zich op 6 maart 2010 niet voordeed.

De advocaat memoreert vervolgens dat verbalisant onder ambtseed heeft verklaard dat verdachte zich ophield achter het verbodsbord dat aan de buitengevel van het schoolgebouw was gespijkerd. Maureen en de overige meiden werden, zoals dat in deze wereld heet, staande gehouden vóór dat bord.  Deze discrepantie vindt de rechter evenwel een semantische kwestie. Het kan maar zo wezen dat verdachte zich achter de verbodsborden bevond, maar dat deze niet aanwezig waren, omdat  deze waren vernield. Een suggestie die juridisch kant noch wal raakt. 

Het pleidooi resulteerde er uiteindelijk in dat de officier haar aanvankelijke eis van € 38,- boete wijzigt in een voorwaardelijke straf, met een proeftijd  van één jaar. De rechter gaat hier in mee. 
Maar niet de advocaat. 

Deze betoogt dat in een identieke zaak een andere verdachte is vrijgesproken voor het zelfde feit, op de zelfde dag, op het zelfde moment en op dezelfde locatie. De rechter riposteert dat het recht niet altijd gelijk is. Hij illustreert dit met een voorbeeld uit zijn studententijd: hij kreeg  een bekeuring omdat hij door een rood verkeerslicht fietste, terwijl zijn vrinden, die op dat zelfde moment door dat zelfde rood fietsten, niet op de bon werden geslingerd. Onheus, maar zo gaat dat nou eenmaal. Daar moet je maar genoegen mee nemen, dat was de strekking van zijn betoog.  

Toe maar: hier maakt de rechter recht wat krom is, terwijl deze geacht wordt alles wat recht is nog rechter te maken.

Het wordt steeds gekker. Derhalve hoger beroep.


P.S.


De rechtbankverslaggever van het Dagblad van het Noorden mocht, zoals hierboven gezegd, niet bij de zitting aanwezig zijn. Geen verslag van deze zaak in zijn gewaardeerde rubriek Zittingszaal 14  van het Dagblad van het Noorden. Neemt niet weg dat hij de volgende dag op pagina 3 van het Dagblad van het Noorden het volgende over deze zaak berichtte.



Wordt vervolgd en wel met de zitting in het Gerechtshof van Leeuwarden.



vrijdag 11 mei 2012

Problemen

Het zal de lezer niet zijn ontgaan dat ik de laatste tijd geen nieuwe berichten heb geplaatst.

Via Internet Explorer kreeg ik van de ene op de andere dag geen toegang meer tot mijn account. Ik koos dan ook voor een andere browser, Mozilla Firefox.

Dat gaat zo in zijn werk:





Maar goed: nu krijg ik geen documenten vanuit Word naar deze blog geplakt.

Vanzelfsprekend heeft een en ander mijn aandacht, maar vooral andermans.

zondag 22 april 2012

Zuidelijke Ringweg

Vanmiddag reed ik via de zuidelijke ringweg naar het sportcomplex op Corpus den Hoorn. De hockeywedstrijd GHBS Dames 1 – Wijchen Dames 1 had mijn belangstelling.
De maximumsnelheid op de ringweg is 70 km per uur. Bij deze snelheid griste ik, stuur stevig in de linkerhand, de camera uit de tas die rechts naast me lag, verwijderde het kapje op de lens, liet me links passeren door een vrolijk gezin dat koers zette richting Drachten en rechts door een paardentrailer, die de afslag naar Zuidhorn verkoos.
Het was me te doen om dit beeld:



Felle zon en zware bewolking beconcurreren elkaar. Dat maakt de wereld mooi.
Dat blijkt.

We zien links drie dozen gestapelde sociale woningbouw van Dominique Perrault, een gerenommeerd architectenbureau uit Parijs en rechts de Gasunie van Alberts & Van Huut, een bureau dat in al haar ontwerpen geen enkele vierkant verwerkt. Dat krijg je met organische architectuur. De Gasunie werd door lezers van dagblad TROUW in 2007 gekozen tot mooiste gebouw van Nederland.


Het werd overigens een trage, saaie wedstrijd waarin weinig gebeurde. GHBS verloor met 1-2.


maandag 16 april 2012

Matthaüs Passion

Stefan Vladar is de dirigent. Hij staat klaar. Zijn armen richten zich ten hemel, het monotoom gefluister en het saaie geroezemoes van het publiek verstommen. Enkele magische seconden volgen. Dan worden de eerste droeve noten in mineur ingezet. Je wordt onmiddellijk gevloerd, kippenvel, je belandt van het ene op het andere moment in een thriller.
Een Hitchcock.

Het plot ontrolt zich voor je neus: Jezus strompelt moeizaam met houten kruis de berg Golgotha op. We volgen zijn lijdensweg. We zijn getuigen van het laffe verraad van Judas en van de sadistische martelingen die JC *) moet doorstaan tot hij, afdoende vastgespijkerd aan het kruis, overlijdt.
De Matthäus Passion wordt alom beschouwd als het mooiste muziekstuk dat ooit is gemaakt. Misschien is dit ook wel zo. Drie uur Duitse barok, gebaseerd op twee hoofdstukken uit het bijbelboek Matthäus, Nieuwe Testament.
Het werk is opgebouwd als een kruis: het eerste deel bestaat uit 35 vrij korte liedteksten, het tweede uit 42 stuks. Duidelijk dus: het eerste, korte deel verbeeldt de horizontale balk en het wat langere, tweede deel de  verticale. Waar de planken elkaar verbinden, daar stelt Jezus in het eerste deel dat Petrus hem zal verloochenen en als we, via de verticaal, op dezelfde plek in het tweede deel terechtkomen dan herinnert Petrus zich wat Jezus in het eerste deel had voorspeld. Jezus kreeg uiteindelijk gelijk!
De opstelling van het gespiegelde orkest, beide in identieke instrumentale samenstelling, zou overigens ook de symbolische betekenis van het kruis hebben. Misschien dat het harmonium daarom, geheel ongebruikelijk, tussen beide orkestjes is geplaatst. Deze positionering draagt immers bij aan de gewenste symmetrie. Normaal treffen we dit soort instrumenten immers wat weggestopt ter linkerzijde aan.
Hieronder enkele observaties tijdens de uitvoering van de Mattheüs Passion door het Noord Nederlands Orkest rond Pasen, 2012.
In het eerste deel wordt het 40-koppige koor ondersteund door 22 koorknapen uit Roden. Ze zijn gekleed in groenwitte gewaden, een kleurstelling die onmiddellijk doet denken aan die van FC Groningen.  Zo vroom ze zijn, hoe naar de associaties met het sexueel misbruik in de katholieke kerk in de jaren ’50 en ’60, dat nu door de Commissie Deetman wordt uitgespit.

Terug naar de Matthaüs Passion.
Van een alt krijg ik het altijd op de heupen: met alle respect voor de volkomen beheersing van deze stemtechniek  en het hoge bereik ervan, maar mij doet het  pijn aan de oren. Jimmy Sommerville van Bronski Beat kon er wat van, maar zeker ook deze alt, David Allsopp. Met beiden een ovalen hoofd lijken ze wat op elkaar. Misschien dat ze daarom zo mooi en idioot hoog kunnen zingen.
Het strijkje tijdens de delen # 46 en # 47 doen me denken aan het decadente fin de siècle van Wenen.  Het doet nogal vreemd en ongepast aan in een muziekstuk dat eigenlijk de intentie heeft te komen tot gebed en meditatie.
Maar goed: het lijden van Jezus gaat voort en hij ondergaat het allemaal gelaten. Panajotis Iconomou vertolkt deze rol. Al zijn partijen zingt hij met alle gemak en souplesse uit zijn hoofd. Hij doet dit met een sterke uitstraling. Hij doet denken aan Jezus, zoals Albrecht Dürer Jezus in een  gravure klassiek heeft weergegeven. 

Iconomou heeft ogenschijnlijk een beperkte rol in het geheel. Maar deze is indrukwekkend. Aan zijn fysieke aanwezigheid kunnen we niet omheen. Iconomou is ferm van postuur. Zolang hij geen rol heeft, dan zit hij  ongemakkelijk onderuit gezakt en ogenschijnlijk afwezig in een kantoorstoel die voor hem veel te klein is. Daarbij heeft hij voortdurend zijn vingers als in gebed ineengevouwen. Is hij in slaap gesukkeld, is hij met zijn gedachten elders of bereidt hij zich voor op zijn moment suprême, de sterfscène van Jezus. Het kan allemaal!


‘Eloï, Eloï. Lama sabachtani?’ Wanneer Iconomou dit zingt, dan ben je als weldenkend mens geneigd ineens gelovig te worden.
Met het componeren van de Matthäus Passion begon Johan Sebastian Bach (1685-1750) in 1727.





Twaalf jaar later was de klus geklaard. We zien de componist hierboven, geklemd tussen een houten opbergkast en een orgeltje. Qua outfit sluit hij naadloos aan bij The Beatles, zoals zij op de lp Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band (1967) figureren. Evenals deze lp is de Mattheüs Passion een briljant monument, een artistiek spektakel en een commercieel succes van de bovenste plank. Zowel de Matthaüs als Sgt. Pepper switchen -muzikaal gezien- razendsnel en met alle gemak  van ieder tempo, sfeer en stijl naar het andere.
Jan Rot, zanger en songwriter van de Groninger new-wave band Streetbeats ( Groninger Springtij, 1977) heeft een hertaling gemaakt van de tekst van de Matthäus Passion. Daarmee heeft hij de inhoud ervan voor de mensen toegankelijker gemaakt. Met respect voor het origineel is daarbij geen achtste noot gesmokkeld en geen klemtoon verplaatst. Als voorbeeld het recitatief #40. We lezen eerst de vertaling van de oorspronkelijke Duitse tekst van Bach. Daarnaast die van Rot.



Kortom: van veel naar minder onduidelijkheid.


Overigens schreef Bach die bijbelteksten niet zelf. Zijn vriend C.F. Henrici nam dit voor zijn rekening en wel onder het pseudoniem Picander. Hij was van alle markten thuis: postbeambte, belastingambtenaar, wijninspecteur en blijspelschrijver.


Genoeg hierover. De Paasartikelen zijn inmiddels bij Albert Heijn voorzien van een '35% korting-sticker'. Dan weten we wel hoe laat het is..


Hoe dan ook, voor dit jaar hangt hij weer.


_________________________________________________________________
*) JC
De initialen JC staan natuurlijk niet alleen voor Jezus Christus, maar ook voor veel namen die op enigerlei wijze in sport, cultuur, politiek en wetenschap er toe doen: John Cleese, Johan Cruyff, Jacob Cats, Jan Cremer, Jimmy Carter, Julius Caesar, Johnny Cash, Job Cohen, Joe Cocker, Jacques Chirac, Jim Capaldi, Jim Croce, Jacques Cousteau. Het houdt niet op.

Alphonse

Een wat onhandige draai bij het binnenhalen van een wasdroogrekje vanaf een Frans balcon heeft vorige week mijn nek vastgezet. Dat brengt allerlei gevoeligheid rond de wervelkolom met zich mee. Een en ander straalt fijntjes uit naar de achterkant van de bovenbenen. Neurologisch allemaal simpel te verklaren. Maar wat heb je daar aan als je er mee zit.
De huisarts was alleen voor spoedgevallen aanspreekbaar. Van een dergelijke urgentie was bij mij echter geen sprake. Toen dacht ik aan Alphonse.
Alphonse is werkzaam in de paramedische hoek. Hij raadde me ooit aan me tot hem te wenden bij klachten rond de ruggengraat. Als bewegingswetenschapper beschikt hij over de vereiste kwalificaties.
Daar zat ik in zijn wachtkamer en ik verwonderde me over de stapels flyers, brochures en visitekaartjes die ik verspreid zag liggen op een centraal geplaatste tafel: het lezen van je eigen aura, podotherapie, transparante lichaamstherapie, bewustzijnsontwikkeling, de werkelijke fantasieën, yoga, dansmeditatie, yin en yang. 

Het kon allemaal niet op.
Onbedoeld was ik beland in de cryptische wereld van spiritualiteit en esoterie, een wereld die volstrekt de mijne niet is. Maar goed, voor dit moment was er geen weg meer terug.
Mijn gedachten gingen onwillekeurig naar een cartoon van Gummbah, waarin deze geheimzinnigdoenerij mooi en subtiel gelaagd wordt neergezet.


Goed.
Tijdens het telefoongesprek, waarbij ik deze afspraak maakte, zette ik Alphonse mijn klacht uiteen.  

Ik hoor kou en warmte’, was zijn eerste indruk. Onmiddellijk had ik kunnen bevroeden met een therapeut van doen te hebben die het met de wetenschappelijke aanpak niet zo nauw neemt. Ook in de behandelkamer bleek Alphonse aan een half woord meer dan voldoende te hebben. De folders in de wachtkamer verklaarden veel.
Vervolgens: het stellen van de diagnose. Mijn linker been omhoog, dan mijn rechter, en dit nogmaals. Voorts enkele varianten op deze exercitie. Dan rap de behandeltafel op: wat ferm gekraak en gedoe in uiteenlopende scenario’s. ‘Goed dat je duidelijk op de pijnprikkels reageert: dan doet het wat met je!’

Voilá.
'Je kunt hier pinnen!' zei Alphons vervolgens. Dat vond ik een ter zake doende opmerking.
Mijn zorgverzekering vergoedt in 2012 achttien behandelingen van een fysiotherapeut. Gratis en voor niks. Met praktijken als deze laat Menzis zich echter niet in. Maar het verlangen naar welbevinden ging met mij én met € 38, - aan de haal.
Dagelijks neem ik met de fiets het Trompbruggetje over het Verbindingskanaal, heen en weer. Het is een geliefde fiets- en loopverbinding tussen Groningen-Zuid en de binnenstad. Over de breedte van het bruggetje liggen brede dikke planken. De tijd en achterstallig onderhoud hebben het fietsen hierover tot een onplezierig gehobbel, geschok en geschud gemaakt.





Als ik nu het bruggetje passeer ga ik uit voorzorg snel van het zadel af: dan trilt het minder Spartaans naar de gevoelige rug. En het gaat meer en meer met minder fysiek ongemak. Hoe zal dat komen, vraag je je dan af.
Alphonse?
We zullen het nooit weten.