dinsdag 7 april 2015

Woldhek

Een katern van de NRC van vorige week zaterdag kwam me onder ogen. Een morbide tekening van Siegfried Woldhek daarin was verpletterend.


Woldhek is een tekenaar van vogels en een nietsontziend cartoonist van politici en overige publieke figuren. Zijn stijl is scherp, treffend en effectief.


Naast stewardessen en stewards begroeten ook piloten en co-piloten vaak hun passagiers wanneer deze aan boord komen. Het is een warm welkom dat iedereen, en vooral degenen onder ons met vliegangst, veel vertrouwen in een goede afloop van de reis inboezemt. Bij aankomst op plaats van bestemming staan ze er ook weer, fier en trots: klus geklaard.


In haar heldere uiteenzetting in De Volkskrant van 15 februari 2014 stelt wiskundige Ionica Smeets dat vliegen statistisch veiliger is dan traplopen. Dit stelde me gerust.


Willem de Kleijnen, psycholoog en ex-piloot publiceerde in 2011 het boek Is vliegen gevaarlijker dan je denkt? Het is een bloedstollend relaas over de gevolgen van fysieke en psychische werkdruk en overbelasting onder piloten in de burgerluchtvaart. Een citaat: ‘Je bent als piloot een radertje in de complexe logistiek van een beursgenoteerde onderneming.’ 

De nonchalance waarmee Lufthansa kennis heeft genomen van de inhoud van het dossier van Lubitz illustreert deze onthutsende stelling.


Voortaan gebruik ik de trapleuning waarvoor deze is bedoeld en het welkom van de crew, dat ontvang ik met cynisme.


woensdag 1 april 2015

Morrissey




The Beatles worden beschouwd als de meest muzikale en innovatieve band uit de geschiedenis van de popmuziek. Dat zijn ze.

In de jaren ‘80 zette The Smiths zich inhoudelijk sterk en ferm af tegen de destijds platte, modieuze synthi-pop, waarmee die treurige muzikale jaren altijd zullen worden geassocieerd. The Smiths uit Manchester bestonden van 1982  tot 1987. Een zanger, een drummer, een bassist en gitarist. Dat is de afdoende bezetting. AlsThe Beatles. 

The Smiths maakte catchy en harmonieuze, goedgeschreven liedjes. Onbegrepen onmin tussen gitarist Johnny Marr en zanger Morrissey leidde vrij rap tot het einde van dit muzikaal avontuur. De twee andere bandleden, Joyce en Yourke, completeerden de band visueel  weliswaar tot een kwartet, maar in feite stonden beiden als studiomusici op de loonlijst. Mijn gedachten gaan naar Harrisson en Starr.


Morrissey ging in 1987 solo en bracht veel en prachtig werk uit. 

Met het art-work van The Smiths en ook van zijn solo-werk bemoeide Morrissey zich nadrukkelijk. Het was aan hem besteed: alle werden iconische hoezen. Het heeft me dan ook verwonderd dat de aankondiging van zijn optreden op 15 december 2014 in Groningen geen enkele subtiliteit en finesse vertoonde die zijn grafische kwaliteiten zo kenmerken. Het affiche oogde slordig, onverzorgd, kleurloos en goedkoop: een gehavende bromfiets, een amechtige hond en het baasje met een kluif.



Ik overwoog naar dit concert te gaan, maar de prijs voor de ticket, die zinde me niet. Het concert werd op het laatste nippertje afgeblazen. Een kwalijke ziekte velt Morrissey momenteel regelmatig.


Maar dan.


Op 16 maart 2015 vond het concert in De Oosterpoort alsnog plaats. Morrissey stelde als gebruikelijke voorwaarde dat op de dag van zijn aanwezigheid vlees noch vis in het cultuurcentrum aanwezig zouden zijn. Voorts dat er slechts veganistische etenswaren zouden worden geserveerd. Van een medewerker van De Oosterpoort vernam ik dat in de personeelsruimte een memootje was aangebracht waarop een mededeling van gelijke strekking: geen meegebrachte boterhammen met vleeswaren en vis op maandag 16 maart. Het is een potsierlijke eis van een principiële vegetariër en een bevlogen voorvechter voor de rechten van het dier.

Ronkende recensies over recente optredens elders deden me besluiten dit prijzige concert toch maar niet aan me voorbij te laten gaan.

Het begon met de vertoning op een groot scherm van enkele van Morrissey’s meest dierbare clips: Jefferson Airplane, The Ramones, Charles Aznavour, New York Dolls en Visage. Het was een verrassend en bont pallet, dat werd besloten met Queen Elisabeth die haar beide middelvingers provocerend omhoog priemt. De toon was gezet.


Na zijn wat narcistische introductie ‘I welcome myself to Groningen’ steekt hij overrompelend van wal met The Queen is Dead, een klassieker van The Smiths. Tussen vooral veel eigen nieuw werk passeert Meat is Murder. Hierbij vertoont hij gedetailleerde, gruwelijke beelden uit de dagelijkse praktijk van de bio-industrie. De Partij voor de Dieren zouden publicitair er wel raad mee weten.


De begeleidingsband staat er eigenlijk onopvallend bij, ondanks hun grijsblauw, nichterig matrozenpakje. In de liedjes die Morrissey van The Smiths ten gehore bracht miste je het zo heldere, sprankelende en melodische gitaarwerk van Johnny Marr. Toch had de band vanavond het totale oeuvre van The Smiths en Morrissey tot in de fijnste details in de vingers. Dit bleek met name in Everyday is Like Sunday, een wat traag, meeslepend, bombastisch en apocalyptisch liedje.


Morrissey was deze avond een opgewekte en elegante crooner, een gedreven rocker en een rustige, scherpzinnige ijdeltuit met een bravour, zelfmedelijden en zelfspot die hem maakt tot de figuur die hij bezong in This Charming Man (1985).

Deze avond, die mocht er wezen.

Resteert antwoord op de vraag waarom een veganist zijn hond een worst voorhoudt.













woensdag 18 maart 2015

Mestreech

Ik was in Maastricht.


Het is een fraaie stad die haar eeuwenoude historie mooi restaureert en zorgvuldig conserveert. Ook buiten de door de katholieken vastgestelde liturgische periode sprankelt het er van carnaval en vrolijke uitbundigheid. Het kleine, wat rommelig en vooral lawaaierig café In den Vogelstruys aan het Vrijthof getuigt er dagelijks van. Ik zat er dan ook graag.


Over Maastricht valt veel te verhalen. Dat doen de toeristische boekjes dan ook volop. 

Op pad in Nederland, dan laat ik me vergezellen door Rik Zaal. In zijn magistrale, tweedelige standaardwerk Heel Nederland  (Arbeiderspers, 2009) observeert en beschrijft hij lyrisch en kritisch, gedetailleerd en laconiek ons wonderlijk en verrassend Nederland.


Maastricht beschrijft Zaal als een stad waar het geroemde bourgondische leven vooral door de gegoede bourgeoisie wordt genoten. Een juiste waarneming. Ik voeg er aan toe dat Maastricht vooral getuigt van provinciaalse gezelligheid en kneuterige Gutbürgerlichkeit.


Ik nam de bus naar de voet van de Sint-Pietersberg, ten zuiden van de stad. Veel mensen doen dat anders: ze wandelen in porties het Pieterpad: een route van 492 kilometer van Pieterburen aan de Groninger Waddenkust naar de Sint- Pietersberg , het uiterste zuiden van Limburg. Mensen die de tegengestelde route verkiezen, die zijn er ook. Het maakt allemaal niet uit: het wordt er niet meer of minder van. Het blijft bij 492 kilometer. De wat minder spectaculaire kwalificatie heuvel bleek, wat mij betreft, de Sint-Pietersberg zo veel beter te passen.

Het is een vreemde, maar vooral een verrassende gewaarwording plots op de top ervan een ingegraven militair fort van royale afmetingen aan te treffen.


Vanwege de hoge en geïsoleerde ligging werden er in de jaren ‘60 en ‘70 festiviteiten georganiseerd die vooral veel herrie en kabaal met zich meebrachten. Het Fort Sint Pieter was onder meer een podium voor beatgroepen, fanfarekorpsen en rockbands. Omdat er geen woonwijk in de onmiddellijke omgeving was gelegen kon deze er dan ook geen enkele hinder van ondervinden. 

Nu is het daarmee gedaan. Enkele jaren geleden heeft de gemeente Maastricht samen met Natuurmonumenten het fort fraai gerestaureerd en daarmee het het oude krijgsverleden teruggegeven. Het staat er inmiddels krachtig en waardig bij. 

Onwillekeurig gingen mijn gedachten naar de Teletubbies en gaandeweg verraste Maastricht me meer en meer.













zaterdag 21 februari 2015

Albertus Magnus

Besmuikt vertelde een goede kennis dat ze op YouTube het filmpje had bekeken waarin een van onze dochters zo prominent figureert. Deze kennis beschikte over meer kennis dan wij: betreffend document was ons immers niet bekend.

Eenmaal thuis gingen we er maar eens goed voor zitten. 


Het betreft een reportage van Hanze Mag., de digitale krant van de Hanzehogeschool Groningen, over studentenvereniging Albertus Magnus in Groningen.



Presentator, Nathan de Vries, is een nieuwsgierig, enthousiast en participerend journalist. Hij is onlangs door BNN binnengehaald. Dat verrast niet: die omroep past journalisten van dit kaliber. Zijn wervelende reportage over Albertus Magnus is rond de kerstdagen van 2014 opgenomen. Sinds twee weken staat deze op YouTube. Inmiddels 18.271 keer bekeken. Niet niks.

Hier de link waar het hier om te doen is:

http://www.hanzemag.nl/mag-ik-even-binnen-kijken-albertus-magnus/


Goed beschouwd bevestigt deze reportage het vooroordeel dat de mensen over het algemeen over studentenverenigingen hebben. Maar bij Albertus Magnus leeft en gebeurt er zo veel meer dan hier met vette knipoog, rauwe humor en ranzige rand wordt verbeeld. Uit zijdelingse betrokkenheid bij Albertus meen ik dit te mogen stellen.

Zo extravert als ze is geeft het te denken waarom ze haar voorname rol in deze reportage voor ons onder de pet heeft gehouden. Haar beleving van Albertus én het beeld waarvan ze denkt dat wij als ouders van Albertus hebben, die rijmen kennelijk niet. 

Incongruentie geeft ongemak. Het negeren ervan biedt rust.

















maandag 9 februari 2015

Lieverdje

Deze maand werd de film Rebelse Stad van Willy Lindwer in de Nederlandse filmhuizen gepresenteerd. Het is een boeiend en authentiek beeldverslag van misschien wel de meest tumultueuze periode in de naoorlogse Nederlandse sociale, culturele en politieke geschiedenis: de jaren '60. Historicus Hans Righart merkte in De eindeloze jaren zestig (Arbeiderspers, 1995) op dat deze periode Nederland waarschijnlijk ingrijpender heeft veranderd dan de Tweede Wereldoorlog.

Onlangs kwam me deze zachte kleurenfoto van Paul Huf onder ogen.



De wereld van Huf was die van glamour, glossy en royalty. Een foto als deze verwacht je eerder van de Amsterdamse sociale fotografen Jaring en Van der Elsken.

Hoe dan ook, het is een doordeweeks tafereel rond 1962. De datering doe ik aan de hand van de auto's die we hier zien: Peugeot 404, Opel Olympia, Opel Rekord, Porsche 356, Volkswagen 1500, Ford Taunus 17 M ('de banaan'), Ford Prefect, Renault Dauphine, Ford Taunus 12 M, Bedford TA Tipper Truck en een Austin 7. Plus een onduidelijk gevaarte van Russische makelij. Al met al maakt het 1962 tot wat het werkelijk was.

De dag is goed op dreef. Het verkeer slingert zich gedisciplineerd, sierlijk en kalm langs de achterzijde van het Koninklijk Paleis op de Dam naar de Nieuwezijds Voorburgwal. Baanvakken bepalen daar de verdere route: Raadhuisstraat rechtsaf dan wel gewoon rechtdoor richting Spui, waar het beeld van het Lieverdje staat. 

De opstelvakken zijn in witte blokjes gekaderd. Die voor het rechtdoor gaande verkeer ligt een meter of vijftien  achter die van richting Raadhuisstraat. Het is een juridische veiligheidsmarge waarmee de gemeente Amsterdam zich voor allerlei gedoe vrijwaart: de tramrails maken ter plekke een lichte buiging naar rechts. Het kan raar lopen!! De tram zien we overigens links boven op betreffende rails als cycloop verraderlijk opduiken. 

De vaart zit er in en alles ritst: auto's en fietsers, evenals de van rechts komende Solex en Zündapp rechtsonder dat doen. Het is een druk, maar rustig geheel. Onderin zien we een witte Peugeot 404. Deze heeft een schuifdak, een voor die tijd wat ongebruikelijke accessoire voor een 404 voor de Nederlandse markt. Het gaf een chique cachet. De achteruitkijkspiegel op het linker spatbord is raar geplaatst. De praktische plek is die waar al die andere 17 auto's die we hier zien deze hebben:onmiddellijk links vóór het linkerdeurscharnier.

Links zien we een royaal, grauw trottoir van 30 x 30 cm stoeptegels. In de bocht vallen de wat donkere exemplaren op. Deze zijn waarschijnlijk vers gelegd bij het plaatsen van de vier Amsterdammertjes avant-la-lettre: vier iele paaltjes met een rood kopje er op. Ter bescherming van de voetgangers verhinderen deze dat het verkeer aldaar achteloos de binnenbocht neemt. Alledaagsheid laat zich simpel regelen. 

Van de paal op de hoek maken twee instanties functioneel gebruik: de gemeente Amsterdam, die er de verkeerslichten heeft aangeschroefd plus de ANWB met haar onverbiddelijke bewegwijzering. Ik heb voor de aardigheid de afstand Raadhuisstraat naar Neude, Utrecht op de ANWB-routeplanner ingetoetst: deze is tegenwoordig 42.5 km. Naar Plein, Den Haag 58.1 km. Kortom, dezelfde geografische afstanden zijn in de loop der jaren wat langer geworden. Ringwegen verklaren wellicht het verschil.

Terug naar de foto waar het hier om te doen is. Deze getuigt in alles van een degelijke, brave en saaie, misschien haast benepen bourgeoisie zoals deze door The Kinks enkele jaren later zo treffend zou worden bezongen in A well respected Man (1965).

Inmiddels broeit het onvermoed. 






  




















vrijdag 2 januari 2015

Entreekaartje

Enkele weken geleden vroeg De Volkskrant haar lezers een entreekaartje toe te sturen van een popconcert waar men een speciale herinnering aan bewaart. Het diende met maximaal vijftig woorden te worden toegelicht.

Mijn muziekarchief had me veel te bieden. 

Ik koos voor deze:



Vandaag plaatste de Volkskrant een selectie van 17 stuks toegangskaartjes.

Op pagina 10 van het katern V treffen we deze:



Exact vijftig woorden besteedde ik aan dit memorabel concert. 

Een woord meer of minder, een ander verhaal.






dinsdag 23 december 2014

Edward Hopper

Onlangs was ik in Parijs.

Vanuit een vertrekkende metro op station Trinité-d’Estienne d’Orves zag ik in een oogwenk een reclameposter van modeketen H&M. Op het nippertje kon ik deze fotograferen: de metro raasde immers voort naar de volgende bestemming. De maximum snelheid van een metrotrein in Parijs is overigens slechts 50 kilometer per uur. In feite een slakkengangetje. Het razen beleeft men door de ogenschijnlijke vaart waarmee deze door de nauwe tunnelbuizen kachelt.

De foto:



Niet het feitelijke beeld maar belichting, positionering, lichaamshouding en kadrering ervan deden me onmiddellijk denken aan een schilderij van Edward HopperEenmaal thuis zocht ik het op in Edward Hopper, the art and the artist van Gail Levin (1980). Het is het complete, het afdoende overzicht van het oeuvre van deze schilder. 

Summer Evening (1947), dat bleek mijn associatie:





In studiejaar 1984/1985 studeerde een geliefde af aan Academie Minerva, Groningen. Aan haar echte schilderwerk, daar viel niets op aan te merken. Maar de vereiste thematische, kunsthistorische beschouwing, die was niet aan haar besteed. Ik ontfermde me er over. Carte blanche als voorwaarde. Die kreeg ik.

Onderwerp werd Edward Hopper, mijn favoriete Amerikaanse schilder (1882-1967). Zijn werk, maar ook schaamteloze imitaties daarop zien we nogal eens terug als omslag voor een roman of als lp-hoes. Zijn wat impressionistische werk leent zich er eigenlijk ook wel voor: stilte, leegte, verveling en eenzaamheid en vooral het onbehoorlijk voyeurisme dat daarbij past.

Foto’s uit de Volkskrant die me onwillekeurig aan een Hopper doen denken knip ik uit en ik voeg deze in genoemd boek bij de pagina waarop het origineel wordt besproken.

Een vijftal voorbeelden. Eerst Hopper dan de krantenfoto.

Sunlight on Brownstones (1956)



In De Volkskrant van 7 oktober 2002 trof ik deze foto (ANP) aan:
Prins Claus, gezeten op de trappen van een villa in Thessaloniki.



Beide passen en rijmen.

Een volgende:

Two on the Aisle (1927): een elegant gekleed paar neemt, kennelijk als een van de eersten, plaats voor het podium. Een dame op een balkon zit er al. Ze kijkt van hun komst niet op: het programmaboekje vraagt volop haar aandacht.


Tijdens de viering van het 200-jarige bestaan van de Koninklijke Schouwburg in Amsterdam schoot Martijn Beekman in maart 2003 deze foto: chique theaterpubliek in afwachting van de dingen die het te wachten staat.




Op Apartment Houses (1923) begluren we een huisvrouw door een geopend venster en vanuit een wat hoger perspectief. Ze doet haar dingen.




Op onderstaande foto (februari 2004), eveneens van Martijn Beekman, betrappen we de toenmalige SP-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Jan Marijnissen op zijn kamer aan het Binnenhof. 



De overeenkomst is frappant.

Loze ledigheid heeft Hopper verbeeldt in People in the Sun (1960).



Hoewel ze niet echt op elkaar lijken verhaalt dit doek van Hopper en de foto van Olaf Kraak (2003) van een zelfde narcistische toewijding aan het eigen lichaam.



Tot slot.

Room in Brooklyn (1932). In haar schommelstoel dommelt een dame wat in. Ze zit voor een raam met zonneschermen die hier en daar ogenschijnlijk wat willekeurig naar beneden zijn gerold. We staan iets achter haar. Het blauw van haar jurk en die van het tafelkleedje, dat past. Langs en over haar heen kijken we naar buiten.



Van buiten naar binnen zien we een gelijkmatig naar beneden gerolde jaloezie voor een in drie vlakken verdeeld vensterraam en toenmalig VVD minister van Justitie Rita Verdonk in koortsachtig telefonisch gesprek (ANP, 2006).


Hopper.

Dagelijkse kost.