zondag 26 januari 2014

Winter 2014

Met een flink pak sneeuw en een gure, ijzige temperatuur werd Groningen vannacht door de winter gegijzeld. Het werd tijd. Winters laten zich niet achteloos passeren.

De mensen waren vanmorgen al rap in de straat gaande met ouderwetse, houten sleetjes, maar vooral met drukke kleuters die niet wisten wat ze zagen.

Maar ik wist het wel degelijk.
Slordige,verticale rechtlijnigheid in abstract tricolore.

Als men het beeld wat kantelt, dan wordt het ineens concreet.

Waarneming is visuele gymnastiek. 

zaterdag 25 januari 2014

Walzer

Ieder jaar programmeert het Noord Nederlands Orkest begin januari het Nieuwjaarsconcert, altijd een luchtig, niets-aan-de-hand iets, waarbij vooral dijenkletsers en wat ondeugende aria’s uit de operettewereld de boventoon voeren.

Maar men steekt steevast van wal met het Grönnens Laid. Wanneer de eerste noot van dit Groninger volkslied wordt ingezet, dan staat het voltallige publiek als vanzelf op en zingt het met trots en uit volle borst mee. Het is een klein moment dat me altijd raakt.

Het programma van vanavond biedt onder meer werk van Strauss jr., Kálmán en Léhar. Het is de wereld van de wals en de operette. Vooral in het Wenen van de fin-du-siècle was dit werk erg populair. De bürgerliche Geselschaft met haar preutse, schijnheilige Victoriaanse moraal werd daarin vaak op lichtzinnige en kluchtige wijze de maat genomen. Aan de andere kant stoffeerde deze muziek ook de pracht en praal van het Habsburgse Rijk.



Hoe lekker dit werk ook klinkt en swingt, Strauss jr minachtte zijn eigen muzikale bezigheden. Als beroep liet hij in zijn paspoort walsfabrikant noteren: een gewichtig industrieel. Desondanks geniet men na meer dan een eeuw, op de geëigende momenten, van zijn charmante composities.

De sopraan Jeanine de Bique betreedt onder enthousiast applaus het podium. Ze schudt de dirigent warm de hand, ze knikt minzaam naar het orkest en volgt het met ‘Heia, in den Bergen ist mein Heimatland’. Het is een mooie tekst, die aan de verbeelding niets te wensen over laat. Ogen dicht: Oostenrijk.

Jeanine de Bique is afkomstig uit Trinidad, een Zuid-Amerikaans land dat men eerder associeert met calypso, reggae en lichtzinnig carnaval, dan met het truttig, burgerlijk Weens genre. Het was dan ook een raar, wat vervreemdend gezicht deze dame dit typisch Midden-Europees repertoire uit de 19e eeuw bij dit Nieuwjaarsconcert te zien zingen. Bij bepaalde muziek passen slechts traditionele, vastgeroeste beelden. Ook hier. Het is niet anders en dat was me goed en wel duidelijk. Een foto bij een summier verslagje dat het huis-aan-huisblad De Groninger Gezinsbode aan dit concert besteedde illustreerde dit fraai. (Overigens zou ik als fotoredacteur er een gekozen hebben, waarbij de linkerhand van de violiste niet de oksel van De Blique kietelt.)



Het nam niet weg dat la Blique de Schwung und Erlebnis van het Wenen van toen feilloos wist te raken. 

Zo anachronistisch het leek, de avond klonk als een klok.



zaterdag 28 december 2013

Guilford Street

Zelfs als de feitelijke productie van de musici van vervlogen jaren dateert, dan blijkt hun muzikale erfenis nog vaak een lucratieve melkkoe. Die van The Beatles bijvoorbeeld. Gedurende acht jaar namen ze dertien studioalbums op, plus een veertigtal singles, vrijwel alle van die elpees geplukt.

De laatste decennia werd de muzikale catalogus van The Beatles compleet én gecompileerd in de meest denkbare varianten gereleased: in mono en in stereo, op vinyl, single, EP en LP, op CD, in luxe box, in gelimiteerde oplage, in nieuwe verpakking, op cassettebandje, op 8-track en mp3. 

Wanneer de geluidstechniek een volgende stap doet, dan wordt het integrale oeuvre telkens maar weer geremastered op de markt gebracht. Afgezien van de vaak verrassend fraaie presentatie heeft een en ander eigenlijk weinig aan het al door en door bekende geluid toe te voegen. Het is een onophoudelijk draaiende, muzikale wasmachine.

In 1994 verscheen Live at the BBC. Deze titel behoeft weinig uitleg: het betreft radioprogramma’s uit de periode 1963-1965. Aansluitend daarop verscheen onlangs On Air: Live at the BBC Volume 2.

Professionele geluids- en beeldbanden waren begin jaren ‘60 erg prijzig. Deze werden dan ook zo vaak als technisch mogelijk was hergebruikt. Een schat aan opnames van de vele liveoptredens van The Beatles bij de BBC zijn destijds dan ook jammerlijk gewist. Afleveringen van Ja Zuster, Nee Zuster bestaan om die zelfde zuinigheid niet meer. Aan de hand van bandrecorderopnamen van fans van het eerste uur, die toen al goed in de gaten hadden wat hen te doen stond, is On Air: Live at the BBC Volume 2 samengesteld. De vaak matige geluidskwaliteit van deze opnames zijn in de Abbey Road Studios optimaal opgepoetst.

De voorzijde van de hoes intrigeert.

Een aantal glanzende, zwart-wit ansichtkaarten van The Beatles uit 1963 koester ik. Ze verbeelden het begin van een cultuurverandering, die The Beatles wereldwijd teweeg zouden brengen.

Iconische foto’s. Een daarvan is deze.



Het is 2 juli 1963; The Beatles hebben zojuist Hotel President in Londen, rechts achter hen, verlaten. Kwiek, parmantig en ontspannen lopen ze richting Russell Square. Zoals gezegd: het is het prille begin van een carrière die door hun manager Brian Epstein uitgekiend op de rails wordt gezet. Hun authentieke uiterlijk van rocker - kuif en leer - vervangt hij in brave, wat deftige, kraagloze kleding met de nadrukkelijke signatuur van de Franse couturier Pierre Cardin. Op deze foto, vanuit opmerkelijk laag perspectief gemaakt door Dezo Hoffmann, blijken deze pakken kennelijk nog in de maak. In afwachting daarvan kleden ze zich alvast keurig, goed en gesoigneerd: broeken met scherpe plooi, een strakke stropdas en glimmend schoeisel.

Een detail. De das van Harrison is wat aan de korte kant, die van Starr misschien juist aan de lange: hij heeft het teveel in zijn broek gepropt. Bij Lennon idem dito, maar dat zie je niet zo goed. Maar wèl dat hij een stugge, lederen jas in zijn rechterarm draagt. Na deze fotosessie zal hij deze ongetwijfeld weer aantrekken. Het is een jas die hem beter past dan welke dan ook. (In 1975 verscheen zijn zesde soloplaat Rock’n Roll met op de hoes een foto uit Hamburg, begin jaren ’60: Lennon als Lennon: a working class hero en rocker, destijds altijd gekleed in dat glimmend, zwartleren vliegeniersjasje.)

Rond de tijd dat bovenstaande foto is gemaakt wordt er aan She Loves You gewerkt. McCartney heeft een onbedrukt hoesje met daarin een single stevig in zijn hand; je ziet een heel klein stukje zwart vinyl. Misschien wel een demo van deze single. De release van She Loves You - verpletterende energie, geperst in iets meer dan twee minuten 7" vinyl - ontketent de hysterische beatlemania.

Voor de hoes van On Air: Live at the BBC Volume 2 is deze levendige foto gebruikt. Het is een treffende keus.



Het zwart-wit is hier en daar met zachte pasteltinten ingekleurd. Je vraagt je af waarom. Iets anders des te meer: op de oorspronkelijke foto zien we tussen Lennon en Starr op de achtergrond een heer met een niet al te zware koffer richting entree van Hotel President benen. Tegelijkertijd gaat een lange man de andere kant op.Over zijn arm, een gevouwen jas. Als Lennon.

Heen en weer verkeer. Hotels eigen.

Op de hoes van On Air: Live at the BBC Volume 2 blijken beide heren hun weg definitief gevonden te hebben: ze zijn immers verdwenen.

Stalin verordonneerde dat op iedere publieke foto waarop Trotzki figureerde de in ongenade gevallen kameraad systematisch moest worden weggepoetst. Retoucheren heet deze techniek.

Waarom treffen toevallige hotelgasten hier dit zelfde lot? De muziek wordt er immers niet beter van dan dat deze al is. 

En uiteindelijk draait het daar alleen maar om.


zaterdag 30 november 2013

Het Rijks

Na een renovatie waar maar geen einde aan leek te komen, opende het Rijks Museum enkele maanden geleden eindelijk weer haar deuren.

Een grondig verbouwd museum vraagt om een nieuwe huisstijl. Daartoe werd Irma Boom uitgenodigd.

Welaan, niet de eerste de beste.

Ze heeft het logo, alle catalogi, de bewegwijzering, het briefpapier, de affiches, de boeken en alle overige grafische uitingen van het Rijks flink aangepakt en opgepoetst. Het stoffige, dat moest er maar eens vanaf. 

Dat is heel mooi gelukt.

Het logo is in kloeke heldere kapitalen tegen een sterk contrasterende achtergrond neergezet. Een minimalistisch ontwerp dat staat: RIJKS MUSEUM.

Hoe wil men het anders dan dit?



Desondanks gaf het in de grafische én de taalkundige wereld de nodige reuring vanwege de ogenschijnlijke eenvoud ervan én vanwege de aangebrachte spatie tussen beide woorden. Bekend met onder meer het Drents Museum in Assen, het Groninger Museum, het Dordrechts Museum en zowel het Stedelijk Museum in Amsterdam als het Van Gogh Museum verwonderde me het laatste. 

Een grafisch detail viel me op: de letter J krult vanuit de ronding niet door naar de letter I. Iemand die de Nederlandse taal niet beheerst, en dus de lange IJ niet kent, zal veronderstellen dat de tweede letter een wat beschadigde letter U is. 

Onlangs moest ik in Amsterdam zijn. Van die gelegenheid maakte ik gebruik om Het Rijks te bezoeken.

Wandelend naar de entree, dan begrijp je waarom jarenlang het Rijks, Stadsdeel Zuid en de Wielrijdersbond over hoop lagen over de vraag of in de nieuwe opzet van het museum de fietsers al dan niet de onderdoorgang zouden mogen blijven gebruiken. Wat zou het immers uitmaken, een blokje om? Toch trokken de fietsers uiteindelijk aan het langste eind. Dat kan je niet ontgaan: ze flitsen voortdurend hinderlijk van links naar rechts en dan ook nog vice versa. Maar toch, uiteindelijk bedacht Cuypers deze functionele traverse destijds niet voor niets. Het handhaven ervan past binnen de gedachte van de restauratie: de signatuur van Cuypers zo veel als mogelijk terughalen.

Dat is gedaan.

Afgezien van een buitengevel die nog in de steigers staat, oogt het Museum van Pierre Cuypers (1885) mooi, fris, ruimtelijk, helder en opgepoetst. Eenmaal binnen waande ik me af en toe in de Jozefkerk (1887) aan de Radesingel in Groningen. Het kleurrijk glas-in-lood, de verfijnde ornamenten, de gemetselde gewelven, de soorten en kleuren van de gebruikte steen, al met al een sacrale architectuur die het Rijks, maar ook het Centraal Station in Amsterdam zo kenmerken. Verfijnde neogotiek. Ontegenzeggelijk Cuypers.





Wandelend van garderobe naar zaal, tussendoor van zaal naar toilet en van daar uiteindelijk naar uitgang viel me de belabberde routing op. Steeds maar weer de weg aan de medewerkers vragen. Deze waren overigens - dat dan weer wel - duidelijk herkenbaar aan de opmerkelijk mooi geüniformeerd kleding van couturier Alexander van Slobbe: een goudbruine en zwarte kleurstelling die refereert aan de chiaro scuro, de licht en donker contrasten die de werken van Carvaggio en Rembrandt zo kenmerken.

Zo liet ik me vertellen.

Allemaal goed en wel, maar je wilt naar het toilet als daartoe aanleiding is. En dan liefst zo rap mogelijk. Laat bewegwijzering over aan Paul Mijksenaar. Dan is alles duidelijk, je loopt nooit tegen de stroom in, je loopt geen mens voor de voeten en je maakt geen onnodige meters. Dat heeft met zijn specialisme van doen: het ontwerpen van visuele informatie in de openbare ruimte. Wayfinding in goed Nederlands. Schiphol is zijn visitekaartje.

De kwaliteiten van Irma liggen duidelijk elders. (Ik druk me overigens met betrekking tot haar wat familiair uit: we kennen elkaar uit de jaren ’70. Lochem was onze woonplaats.)

In Parijs bezocht ik onlangs het inmiddels opgeheven Institut Néerlandais. Men presenteerde er een veelomvattend overzicht van Boom's grafisch oeuvre onder de monumentale titel L’Architecture du Livre. 



Haar werk voor het RIJKS MUSEUM werd in een speciale vitrine gepresenteerd.

Dat is het waard.


Het Rijks is in feite het Museum van Nederland. Het biedt een duizelingwekkende en overweldigende presentatie van acht eeuwen geschiedenis, maar vooral wat deze aan de meest uiteenlopende kunst heeft voortgebracht. Zilverwerk, Scheepsmodellen, Delfts Blauw, Sleutels, Hollands Porselein, Relieken, Muziek, Juwelen, Wapens, Prenten, ach, het houdt niet op. Het Rijksmuseum, het is de Kathedraal van de Nederlandse kunst.

Mijn belangstelling gold deze dag de feitelijke, bouwkundige restauratie. Maar aan de opgepoetste Nachtwacht, daar kon ik natuurlijk niet omheen. Deze hangt er plechtig, pronkend en schitterend bij. Vanaf de as van meerdere zalen zie je deze van verre prominent hangen. Drommen mensen verdringen elkaar hinderlijk om zich zo goed mogelijk te kunnen vergapen aan deze klassieker. 

Een rumoerige foto ter illustratie.


Maar dan.

Je vervolgt je route. Je loopt door een klein, onbeduidend, leeg zaaltje en daar hangt Beatrix achteloos in een hoek, schuin tegenover de lift. Het is een doek van synthetische verf en zeefdrukinkt, zoals Andy Warhol in 1985 Queen Beatrix of the Netherlands schilderde. Uitgangspunt was een foto van hoffotograaf Max Koot (1980) van de destijds verse koningin.

Warhol heeft haar flatteus, vooruit: sensueel en zwoel, in vlotte, losse lijnen en zachte kleuren neergezet. Fijne, maar harde rode penseellijnen accentueren haar schouders, ogen, neus, maar vooral haar mond. Het verleidt. Dat doen ook de blote ronde hals en vooral de wat loensende blik. Het aanzetje tot de bolle coiffure die uiteindelijk haar sterke handelsmerk zou worden doet niets af aan de erotische uitstraling.



Bezoekers lopen achteloos aan deze Warhol voorbij, amechtig op pad naar hetgeen de dwingende catalogus hen ná de Nachtwacht in het vooruitzicht stelt. Beatrix wordt daarin kennelijk gepasseerd. 

Als je er minder toe doet, dan resteert uiteindelijk vergetelheid. Zo vergaat het de mensen. 

Royalities niet minder.

vrijdag 15 november 2013

Perfect Day

In november 2008 gaf de Amerikaanse performer en componiste Laurie Anderson een concert in cultuurcentrum De Oosterpoort in Groningen. We kennen haar onder meer van het minimalistisch werk O, Superman. Haar echtgenoot, Lou Reed, vergezelde haar bij deze gelegenheid.

Een en ander kwam Auke de Boer, beiaardier van het carillon van de Martinitoren, ter ore.

Hij wist er die zaterdagmorgen wel raad mee. Hij verpakte Perfect Day achteloos in zijn gebruikelijke repertoire. Deze ballade is een van de juweeltjes op Transformer (1972), het tweede soloalbum van Lou ReedOp kant A is het het derde liedje. Voorts is het de B-kant van de single Walk on the Wild Side.


Transformer werd geproduceerd door David Bowie en Mick Ronson. Beiden koketteerden destijds met de modieuze, decadente glam-rock. Reed bleek niet ongevoelig voor deze nichterige hype: de hoes van de lp etaleert hem androgyn.

Terug naar november 2008. Het toeval wilde dat Reed die novembermorgen in de omgeving van de Grote Markt verbleef en zijn klassieker met een hem volstrekt onbekend instrument gespeeld hoorde. Het frappeerde hem. Dat spreekt. Een instrument als een carillon was hem immers vreemd. Een carillon, dat is Nederlandse, muzikale folklore. Reed zocht dan ook contact met de beiaardier die zijn liedje kennelijk zo achteloos naar beneden liet dwarrelen. 

Maar dan. 

Binnen de kortste keren verbleef Reed meer dan twee uur op de tweede trans van de Martinitoren, aangenaam en wonderlijk verrast door hetgeen het getierelier met 52 klokken wel niet vermag.



Perfect Day is een niemendalletje, dat verhaalt over een willekeurige, denkbeeldige dag van wie dan ook. Het heeft een ingehouden, spannende dynamiek en een vlakke, gedragen, lome expressie. Het verhaalt van saaie burgerlijkheid: sangria drinken in een park, even naar de dierentuin en dan naar huis, tv kijken en vlot naar bed.

Mierzoet sentiment. Maar schijn bedriegt. Als de geliefde heroïne blijkt te zijn, dan wordt het allemaal heel andere koek:

‘You made me forget myself’
‘I thought I was someone else, someone good.’
‘Problems all left alone’

In teksten kan men winkelen.

De recente dood van Lou Reed herdacht Auke de Boer onlangs met respect door nog één keer Perfect Day op het carillon van de Martinitoren te riedelen.

Vanaf het Martinikerkhof nam ik het amateuristisch op. Niet het beeld, maar het geluid, dat mag er wezen. En daar is het hier uiteindelijk om te doen.




Een carillon zal nooit anders tingelen dan dat het doet. Het heeft daarmee de saaie voorspelbaarheid van draaiorgels gemeen.

Perfect Day is misschien wel een van de mooiste liefdesliedje ooit, maar zonder tekst én zeker zonder Reed is het niet meer dan onopvallend, suf muzikaal behang.

Dat kwam me bij deze interpretatie goed en wel ter ore. 








woensdag 30 oktober 2013

27 Oktober

In 1949 verscheen Nineteen-Eighty Four, een onthutsende roman van de Engelse schrijver George Orwell. Op indringende wijze beschrijft hij een onheilspellend perspectief, gesitueerd in het jaar 1984, waarin een totalitair politiek systeem een perfecte grip heeft op het doen en laten van al haar burgers.

Ach, 1984 is alweer zo lang geleden. Misschien nam het uiteindelijk allemaal niet zo’n vaart.

Dat zou je denken.

Deze week was ik jarig.

Men verraste me met hartelijke felicitaties per post, per mail, sms en what’s app. Het kon niet op. Zonder deze warme genegenheden was deze willekeurige dag misschien wel achteloos aan me voorbij gegaan.

Totdat ik in de loop van de dag mijn pc aanzette en werd geconfronteerd met de volgende startpagina van Google.

Chocoladetaart, fonkelende kaarsen, kleurrijke petitfours, sterretjes en zoete fondant vormen wat cryptisch het woord Google. Wanneer er iets bijzonders te memoreren valt, dan speelt Google er verrassend, intrigerend en creatief op in. De reden voor onderhavige feestelijke startpagina is de volgende:




Mijn verjaardag.

Orwell voorspelde in zijn vlijmscherpe satire een werkelijkheid, zoals deze door klokkenluider Edward Snowden onlangs gedetailleerd werd gedocumenteerd. Het schandalig gesnuffel van het NSA kwam daarmee aan het licht. Iedere denkbare variant op Big Brother is watching you blijkt een structurele, heimelijke praktijk.

De gepersonaliseerde startpagina van Google geeft me te denken.






vrijdag 13 september 2013

Van Uhm

Tussen spullen op mijn bureau trof ik deze antieke foto aan.



We bekijken het tafereel wat nader.

Allereerst dient zich de vraag aan welke de aanleiding was om dit kiekje te schieten. Vervolgens de vraag waarom het kwartet links daarbij kijkt zoals het kijkt en waarom de twee rechts zich in mimiek daarvan onderscheiden. Onduidelijk allemaal. Niet te achterhalen.

Voltooid verleden tijd.

De fotograaf kreeg kennelijk de opdracht er iets warms en knus van te maken. Dat lijkt hem goed gelukt. Met een wat te klein geruit, Schots laken als achtergrond en een tapijt op de klinkers dan schiet het daarmee aardig op. Maar het levert een huiselijke gezelligheid op die er allerminst is.

We schrijven eind jaren ’30, de vooravond van hetgeen de wereld nog allemaal droef te wachten staat.

Drie jonge mannen figureren prominent op de tweede rij, allen strak naar achteren gecoiffeerd. Dat was de mode. Hun witte pochetjes verbinden elkaar broederlijk in horizontale ritmiek.

Jan, linksachter, dat is mijn vader. Voorts zien we zijn twee broers. Zo oud ze ogen, zo jong ze waren. Jan, Bertus en Heini waren destijds allen twintigers. Op de voorste rij treffen we zus Mia plus de ouders van het kwartet.

Ieder houdt de handen bij zich. Van wederzijds fysiek contact, daar moest het er maar niet van komen. Oma Damen weet zich op het moment suprème  kennelijk geen raad met haar rechterhand: moet deze op de knie van de geruite dochter of toch liever op haar eigen. Ze kiest voor een onhandig en doodvermoeiend compromis.

Hoewel de foto in sepia is afgedrukt zien we wel degelijk dat Bertus rechts een ander kleur overhemd verkoos dan het witte dat de overige mannen dragen. Voorts is hij wat meer casual gekleed dan de rest. En zo staat hij er ook bij: wat losjes en met een gemanierde glimlach en een flair die er toe doet. Deze houding zou hem in de jaren die in het verschiet lagen zakelijk geen windeieren leggen.

Met zijn linkerhand achteloos diep in zijn broekzak krabbelt Bertus met zijn rechter achteloos, maar koesterend, zijn moeder lief onder haar rechteroor. Goed beschouwd het enige, warme moment in het geheel.

Opa lijkt het voornemen van de fotograaf niet te vertrouwen. Stijf, strak en stuurs zoekt hij de lens. Oma denkt er het hare van: met gepaste trots en tevredenheid kijkt ze minzaam naar het vogeltje. Mia in het midden is op een omhoog gedraaide pianokruk naar het middelpunt van de enscenering gedrukt. Al het licht, al op haar gericht. Ze draagt een kapsel dat in die jaren en vogue was. Dat van Zarah Leander.

Opa en oma zitten er vorstelijk bij. De gepolitoerde stoelen waar ze op zetelen zijn niet de eerste de beste: aan de bovenzijde van de rugleuning zijn deze gedecoreerd met flinke pionnen. De constructie reflecteert de glimmende lak van het gedraaide hout. Een zelfde fonkeling zien we terug op de vijf parelmoeren knopen op de kleding van oma.

Geëtaleerde pronk.

Zoals gezegd zit mijn opa in het strak gesteven en geplooid driedelig kostuum. Zijn broer Piet is de vader van Peter van Uhm, Opperbevelhebber der Strijdkrachten b.d.

Dan is dat ook duidelijk.

De wat magere, aan oren en staart gecoupeerde Bobby bewaakt gespannen en alert de grens tussen tafereel en fotograaf. Genoemde, dieronvriendelijke fysieke ingrepen als deze werden destijds vooral gedaan om een lieve hond van niks sterker en agressiever te doen lijken. Maar ach, met het subtiele, witte, linker achtervoetje wordt Bobby stiekem toch zo veel aaibaarder dan dat het baasje de mensen had willen doen geloven.

Tot slot.

Een compositie als hierboven - zes personen plus hond - doet sterk denken aan de volgende:


Het is de hoesfoto van de legendarische lp van Crosby, Stills, Nash and Young uit 1970, Déja vu.

Vu ? Het betekent gezien in het Frans, maar beide letters zijn tevens twee initialen.

Waarvan, dat laat zich raden.